Het zal niemand ontgaan dat veel Argentijnse voetballers Italiaans klinkende achternamen hebben. Tijdens het WK in 1978  speelde het Argentijnse nationale elftal met mannen als Tarantini, Bertoni en natuurlijk aanvoerder Passarella in de basis. Daarna kwamen de absolute wereldsterren Maradona en Messi. De karrenvrachten aan Argentijnse voetballers die naar Europa komen, hebben vaak een genetische link met Italië doordat omstreeks het begin van de twintigste eeuw miljoenen Italianen zijn geëmigreerd naar het land van de pampas. Met als gevolg dat anno 2016 meer dan de helft van de Argentijnse populatie Italiaanse wortels heeft.

Zo luisterden de Argentijnen Attilio Demaria, Raimondo Orsi, Enrique Guaita en Luis Monti al tijdens het WK van 1934 naar het volkslied van hun (voor)ouders, dromend van de wereldtitel op het oude continent. Het fascistische regime was wars van buitenlanders, echter met uitzondering van spelers met een Italiaanse achtergrond. Zij die dat konden aantonen, kregen met spoed een Italiaans paspoort. En anders werden ze wel ‘geheadhunt’. Alles ter meerdere eer en glorie van de Azzurri. Die inderdaad – onder de dwingende blik van Mussolini – met hun in de armen gesloten ‘verloren zonen’ wereldkampioen werden.

soccerfanshop.nl

Minstens zo interessant zijn de confrontaties tussen de beide nationale elftallen. Zo kwamen Italië en Argentinië elkaar vanaf 1974 tijdens vijf achtereenvolgende wereldkampioenschappen tegen. En ze waren altijd aan elkaar gewaagd, getuige de uitslagen vanuit Italiaans standpunt bezien: 1-1, 1-0, 2-1, 1-1 en 1-1. De laatste wedstrijd betrof de halve finale van het WK 1990 in Napels die uiteindelijk door Maradona cum suis na het nemen van strafschoppen werd gewonnen.

Op het veld waren en zijn de teams meestal gelijkwaardig. En vaak hard tegen hard. Wie herinnert zich niet Claudio Gentile die in 1982 de jonge Maradona op een keiharde manier aan banden legde? Of, aan de andere kant van het veld, de onverzettelijke Passarella die spijkerhard was ten opzichte van iedereen die hem wilde passeren.

Grote uitslagen tussen Argentinië en Italië zijn dus een zeldzaamheid. Waarom? Omdat beide elftallen elkaar door en door kennen. Niet per se persoonlijk, maar zeker qua karakter. Ze geven nooit op en al helemaal niet tegen elkaar. Wanneer ze tegen elkaar spelen, kijken ze in de spiegel.