Met de naderende heropening van de voetbalgrenzen ontstond in de zomer van 1980 een soort paniekerige hebberigheid in Italië. De clubs wilden geen tijd verliezen om toe te slaan op de transfermarkt. Bij Torino was men er van overtuigd een topper uit Nederland te hebben aangetrokken. Iemand die voor het Nederlands Elftal uitkwam moest – indachtig het grote Oranje van de jaren zeventig – immers over grote kwaliteiten beschikken. Ruud Krol zou later dat jaar zijn overgang maken naar Napoli. Wereldster Krol had niet alleen zijn palmares, maar ook zijn stijlvolle spel en uitstraling mee. Alles wat zijn landgenoot Michel van de Korput op het eerste gezicht ontbeerde.

Dat bleek toen de aanwinst voet op Italiaanse bodem zette. Die donkerharige, bijna Siciliaans uitziende man met dito snor kon toch niet de Olandese zijn voor wie Torino zo diep in de buidel had getast? Zaakwaarnemer Cor Coster had de deal voor 1,5 miljoen gulden beklonken, destijds een enorm bedrag. Maar de verdediger bleek het niveau van de Italiaanse internationals en wereldsterren in de Serie A goed aan te kunnen. Van een miskoop was dan ook geen sprake. In zijn drie seizoenen in Italië was Van de Korput meestal basisspeler. Hij speelde 74 wedstrijden voor Toro en maakte daarin een doelpunt. Geen slechte statistieken voor een verdediger in de Italiaanse competitie van begin jaren tachtig. Maar de foutjes die de oud-Feyenoorder met enige regelmaat maakte, werden breed uitgemeten in de pers. De lat lag vanzelfsprekend hoog in het land waar verdedigen tot een kunst is verheven.


Vorig jaar was ik in Turijn. De taxichauffeur bij het vliegveld stelde zich voor als Torinofan. Olanda, ja, en Wim Kieft natuurlijk, waren al snel gespreksonderwerpen. Van de Korput? Nee, die naam zei de man niets. Er viel een korte, bijna pijnlijke stilte. “Vandekorrepoet” probeerde ik nog even fonetisch, en toen zag ik in de achteruitkijkspiegel ineens een brede grijns verschijnen.

“De honderdste ‘Derby della Mole’, die vergeten we hier nooit meer. Ha, we stonden in 1983 thuis met 0-2 achter tegen het grote Juventus met de zes Italiaanse wereldkampioenen, plus Platini en Boniek. Het leek een gelopen koers totdat Toro binnen 220 seconden de boel volledig omdraaide. En wie gaf de voorzet voor de beslissende treffer? Nou? Vandekorrepoet! Die voorzet heeft al zijn foutjes in één keer weggepoetst. Op zo’n manier van Juve winnen, gebeurt misschien nooit meer. Grande!”

Van de Korput vier vandaag zijn zestigste verjaardag. Zijn grote succesjaar kende hij na terugkomst uit Turijn: de landstitel en de bekerwinst met het Feyenoord van Cruijff en Gullit in 1983-1984. Maar in de drie jaren daarvoor hield hij zich goed staande in de sterkste clubcompetitie van die tijd. En dat kunnen slechts weinig Nederlanders hem nazeggen.