Ineens was hij daar: Salvatore Schillaci. Naar goed Siciliaans gebruik ‘Totò’ genoemd. Vanaf het EK 1988 had de Italiaanse bondscoach Azeglio Vicini de gelegenheid gehad om in alle rust zijn ideale WK-formatie samen te stellen. Kwalificatie was niet nodig want het toernooi werd in de eigen ‘Laars’ gehouden. En over de kwaliteit binnen de selectie hoefde Vicini zich ook al niet druk te maken. Met namen als Zenga, Bergomi, Maldini, Baresi en Vialli was de as van het team op papier van wereldklasse. Toch zou op het moment suprême de show worden gestolen door een tot dan toe onbekende opportunist, die zeven jaar met Messina in de Serie C en B had geploeterd, alvorens in 1989 door Juventus te worden ingelijfd. Het toernooi aangevangen als reserve, groeide hij uit tot blikvanger en topscorer van de Azzurri. Met zijn bijzondere expressieve vaardigheden en zijn neusje voor de goal speelde hij zich al gauw in de harten van de tifosi. Hier stond een man met nul pretenties, van arme komaf en met maar één wapen: een niet te stillen honger naar doelpunten. Een Hollywood-scenario waardig. schermafbeelding-2016-11-29-om-00-16-03

Er is geen tweede speler te vinden die zo gepiekt heeft tijdens een WK als hij. Daar waar de gearriveerde vedetten vaak aan een groot toernooi beginnen met een slopend seizoen in de benen en een geestelijke vermoeidheid vanwege alle overspannen verwachtingen, had Totò nergens last van. Vergelijkbaar met het Deense team dat in 1992 alle logica tartte door Europees kampioen te worden, verbaasde Schillaci vriend en vijand door fris van de lever zijn plek op te eisen binnen de wereldelite van de Maradona’s, Gullit’s en Matthäus’en van die tijd. Zijn naam was werkelijk in geen enkele voorbeschouwing op het toernooi genoemd. Zelfs niet als dark horse.


schermafbeelding-2016-11-29-om-00-13-40

Op Sicilië was het die zomer één groot feest. Een zoon van het eiland die de wereld versteld liet staan, dat was nog niet eerder vertoond. Ik was tijdens dat WK op Sicilië en heb de ‘Totòmania’ in alle facetten meegemaakt. In Messina was de halve stad beplakt met zijn beeltenis. De reclame voor de ‘Birra di Sicilia’ werd op vele plaatsen beperkt tot ‘Sicilia’. Want Totò was in die dagen Sicilië en Sicilië was Totò. Zijn achternaam werd niet eens meer vermeld. Het was Totò voor en na. De groep mensen die hem persoonlijk beweerde te kennen, groeide met de dag. En de scepsis die Sicilianen van oudsher hebben ten aanzien van het Italiaanse elftal, leek als sneeuw voor de zon verdwenen. Achteraf weten we dat Schillaci nooit meer zo in vorm is geweest als in die zomer van 1990. Flash in the pan, noemen Engelstaligen zoiets. Maar dat zal de hoofdpersoon in het sprookje van 1990 niet deren. Liever was hij wereldkampioen geworden met Italië, maar met de karrenvracht aan persoonlijke prijzen zal hij nooit ofte nimmer vergeten worden. Naast topscorer werd hij ook speler van het toernooi en de winnaar van de ‘Zilveren Bal’ bij de verkiezing van de Europees voetballer van dat jaar. Het straatarme jongetje uit Palermo heeft tussen 9 juni en 7 juli 1990 de wereld meer dan verbaasd en zichzelf misschien nog wel het meest. Auguri Totò!thumbnail_fullsizerender