Wanneer een WK in zicht komt, zijn de namen van Paolo Rossi, Salvatore Schillaci en Roberto Baggio in de voorbeschouwingen nooit ver weg. Aan de ene kant logisch, want zij zijn de meest aansprekende Italiaanse topscorers als het gaat om gemaakte doelpunten op het hoogste podium. Maar het doet te weinig recht aan de meest productieve spits die de Azzurri ooit hebben gehad: Luigi Riva.

Riva is nog steeds de eeuwige topscorer van het Italiaanse elftal met 35 goals in 42 wedstrijden, en qua eremetaal de enige die in de periode na de Tweede Wereldoorlog het palmares van Dino Zoff enigszins kon benaderen. Niet alleen werd hij in 1968 met zijn land Europees kampioen, twee jaar later was er zilver voor La Nazionale die alleen voor het Brazilië van Pelé moest buigen.
gigi_riva_italia_1968
Na een bescheiden begin met AC Legnano in de Serie B en C, kocht provincieclub Cagliari Luigi Riva. Hij zou nooit meer de kleuren van een andere club in de Serie A dragen. Zelfs een aanbod van eeuwige grootmacht Juventus legde Gigi naast zich neer. Hij had het goed op Sardinië, waar hij in 1970 met onder meer mede-internationals Enrico Albertosi en Angelo Domenghini het grootste succes uit de clubgeschiedenis behaalde: de scudetto. Voor het eerst trotseerde een club van een van de zuidelijke eilanden alle clubs van ‘de Laars’. Het boegbeeld van die historische landstitel was Riva. Het was voor de Sardijnse club aanleiding om ‘zijn’ nummer 11 in 2005 als eerbetoon uit de roulatie te halen.
riva
Riva was in feite de perfecte all-rounder. Zijn combinatie van kracht, techniek en snelheid bracht de beroemde Italiaanse journalist Gianni Brera tot zijn bijnaam ‘Rombo di Tuono’ (Donderslag). Hoewel hij van nature een linkspoot was, kon Riva af en toe ook met rechts genadeloos uithalen en zijn vrije trappen en strafschoppen waren onhoudbaar. Zijn acrobatische vermogen, neusje voor de goal en nimmer aflatende opportunisme maakten van Riva een gevreesde tegenstander.

soccerfanshop.nl

Anders dan veel van zijn vroegere teamgenoten is Riva na het einde van zijn spelersloopbaan in 1976 geen trainer geworden. Voor een man met zijn staat van dienst is het opvallend dat hij vooral in de luwte heeft gewerkt. Eerst richtte hij in 1976 in Cagliari een voetbalschool op. Tien jaar later was hij gedurende een paar maanden voorzitter van Cagliari en vanaf 1990 sloot hij zich aan bij de Italiaanse voetbalbond.

In 2009 kwam ik oog in oog met hem te staan in de catacomben van Croke Park in Dublin, waar de Italianen zich hadden gekwalificeerd voor het WK in Zuid-Afrika. Ik herkende hem pas toen hij op het punt stond de spelersbus in te stappen. Het noemen van zijn naam zorgde voor reuring. Ineens keken mensen om naar de onopvallende man die weliswaar een jasje van de Italiaanse selectie aan had, maar net zo goed een verzorger had kunnen zijn. Een brede grijns kwam op zijn gezicht en hij bleef even staan zodat we een foto konden maken.
image1-22
Later vond ik hem terug in de euforische groepsfoto van het Italiaanse elftal dat in 2006 de wereldtitel had veroverd. Zittend op de eerste rij, in het pak, met twee gebalde vuisten. Zo ziet vreugde eruit als je na je carrière alsnog de wereldtitel kunt meevieren. Waarmee hij officieus zowaar op gelijke hoogte kwam met Zoff: zilver én goud op een WK. Van harte gefeliciteerd met je verjaardag, Donderslag!