Xavi had Messi, Iniesta en nog een paar megasterren om zich heen. Iniesta had logischerwijze eenzelfde privilege en Messi is altijd Messi geweest: de buitencategorie der buitencategorieën. In het gouden kwartet van middenveldgrootheden is er nog een latino die de wereld heel lang heeft weten te betoveren. Maar anders dan zijn drie Spaanstalige collega’s, moest deze gigant wat langer rijpen in het aangezicht van het absolute topvoetbal: Andrea Pirlo.

Zonder anderen te kort te doen, mag gezegd worden dat Pirlo eigenlijk nooit werd omringd door teamgenoten van zijn eigen niveau. In zekere zin is Il Maestro altijd op zichzelf aangewezen geweest. Naast hem had hij voldoende mannen van de geslepen messen, zeker, die heel wat vuil werk voor hem opknapten. Maar nooit iemand met hetzelfde soort voetbal intellect. Altijd was hij het weer die, met de bal aan een touwtje en ogenschijnlijk een beetje in slowmotion, zijn respectievelijke clubs en de Azzurri omhoog moest stuwen.

Pas in 2006 werd hij, toen toch al 27 jaar, een wereldster. En als er één moment kan worden aangewezen waarop het kwartje voor het oog van de hele wereld viel, was het wel het steekpassje tegen Duitsland in de halve finale. Waar 99 van de 100 spelers hadden gekozen voor een afstandsschot, koos Pirlo voor een no-look pass die alles veranderde. Grosso maakte hem fraai af, maar vooral de schoonheid van die Pirlo-pass was adembenemend. Na het bekijken van de zesde herhaling loop je het risico te gaan denken dat het de enige logische oplossing was in die split second. Tijdens een loom trainingspartijtje kun je het zo misschien in alle rust bedenken, maar dit was een WK, in het hol van de Duitse leeuw, na een 119 minuten durend uitputtend voetbalgevecht.

Na de behaalde wereldtitel van 2006 werd er meer dan ooit op hem gelet en kwamen de details van zijn spel duidelijker aan het licht. Het werd genieten en niet alleen voor fijnproevers. Iedereen met een beetje voetbalhart werd Pirlo-fan. Eigenlijk was een wedstrijd waarin hij meedeed vooral voor de neutrale kijker een feest. Want alleen als de uitslag er niet toe doet, kun je volkomen ongestoord genieten. Van zijn geniale passeerbewegingen, strakke vrije trappen en vooral van een aristocratisch voetbalgevoel dat door zijn aderen leek te stromen. Met de jaren raakte de aantrekkelijke slow motion van zijn acties nog iets meer vertraagd, maar ook dat deerde weinig. Zijn ingevingen hoefden niet meer per se tot een goal of een opgelegde kans te leiden. Ze werden mettertijd kunststukjes op zichzelf.

Het Pirlo-keurmerk heeft, behalve dan misschien die pass tegen Duitsland, geen context nodig. Qua uitstraling stak hij bovendien met kop en schouders boven iedereen uit. Want ook visueel hebben de goden hem rijkelijk bedeeld. Eerst met dat lange sluikhaar dat zijn sierlijke acties als een aureool zo prachtig kon accentueren. En in de meest recente jaren met een baard die zijn gebeeldhouwde hoofd vervolmaakt tot dat van een model uit de klassieke oudheid.

Er is misschien maar één omissie op zijn palmares: uitkomen voor FC Barcelona. Dat zou wat zijn geweest: een ruit bestaande uit vier kleine grote mannen die elkaar de bal kunnen blijven toespelen. Van de ene 1,70 (Messi) naar de andere 1,70 (Iniesta) en vervolgens naar de derde 1,70 (Xavi) met de eindpass naar de grote Pirlo met zijn 1,77. De Italiaanse virtuoos heeft desalniettemin een onuitwisbare indruk achtergelaten. Hij heeft zoveel juweeltjes geproduceerd dat we tot in lengte van dagen kunnen blijven genieten van de man die van onverstoorbaarheid een sexy eigenschap maakte.

Addio Andrea!