FC Groningen kreeg vandaag in 1983 een enorme draai om de oren van Inter in de tweede ronde van de UEFA Cup: 5-1. Is dat vanuit Nederlands oogpunt leuk om aan terug te denken? Nee en ja.

‘Nee’ vanwege het feit dat de Groningers in de tweede helft op alle fronten werden afgetroefd door een team met (toekomstige) Italiaanse internationals als Zenga, Ferri, de wereldkampioenen Bergomi en Collovati, Giuseppe Baresi (de broer van Franco), Bagni, Marini, Serena en Altobelli en de Duitse international Hansi Müller.


‘Ja’ omdat het een ouderwetse voetbalavond was, die ik, luisterend naar een live-uitzending van Langs de Lijn, heb ervaren als een van de spannendste Europa Cup-duels ooit.

Voor 40.000 toeschouwers moesten de Internisti die avond in Bari boven zichzelf uitstijgen. De thuisclub zat een straf van de UEFA uit en moest om die reden verkassen naar een ander stadion. De Italianen waren niet in beste doen en moesten minstens tweemaal scoren zonder een tegentreffer te incasseren om een verlenging af te dwingen. En hoe vreemd het ook mag klinken met mannen als Müller en met Altobelli in de spits, het team uit Milaan ontbeerde in die dagen stootkracht. Het scorend vermogen in de Serie A was tot dat moment minimaal geweest: slechts vier treffers in maar liefst negen competitiewedstrijden.

FC Groningen daarentegen had in de eerste ronde van de UEFA Cup op spectaculaire wijze afgerekend met het Atlético Madrid van Hugo Sánchez (1-2 en 3-0). Ondanks een gemiste strafschop hadden de Groningers vervolgens het ervaren Inter in het Oosterpark met 2-0 naar huis gestuurd. Mannen als Schellekens, Van Tiggelen, Karel Hiddink, Waalderbos, Jan van Dijk, Erwin Koeman, Keukens, Roossien, Brocken en Jans vormden met een flinke dosis Nederlandse nuchterheid een team dat moeilijk te verslaan was. De Engelse targetman Rob McDonald en de sierlijke Oosterse verrassing Fandi Ahmad zorgden in dit elftal voor aanvallende dreiging.

De voortekenen waren dus niet ongunstig voor de FC. Als de groen-witte formatie de rust zou kunnen halen zonder kleerscheuren, was het bereiken van de volgende ronde zeker mogelijk. Dankzij vier fantastische reddingen van Schellekens bleef de stand tot de rust 0-0. Maar in de tweede helft stond al na een kwartier 3-0 op het scorebord. De droom van het team van trainer Han Berger leek over en uit. Maar de koelbloedige McDonald bracht tegen alle veldverhoudingen in de stand op 3-1. De spanning was om te snijden, maar de opleving aan Groningse kant was helaas van korte duur: de Italianen scoorden vervolgens nog tweemaal.

Achteraf was de teneur dat Groningen een duur en pijnlijk lesje in topvoetbal had gekregen. En dat de Italiaanse hogeschoolsluwheid de Nederlandse nuchterheid omver had geblazen. Hoewel het Groningen gegund was geweest om de volgende ronde te bereiken, zal ik de tumultueuze tweede helft van deze wedstrijd – ook zonder televisiebeelden ervan – nooit vergeten.