Elke week plaatsen we een gedeelte uit een van de hoofdstukken van ‘Van Middlesbrough naar Millwall’ (alleen te koop in de webshop mét presentje). Hoofdstuk drie: Burnley, dat tegen Blackburn Rovers de grootste haatderby van Engeland speelt.

Ik vind Burnley zó’n fascinerende club en stad, dat ik de Clarets uitkoos voor mijn vijfhonderdste wedstrijd op de Britse eilanden. En niet met een gewone wedstrijd, maar de derby tegen Blackburn Rovers. In mijn ogen met afstand de meest beladen derby van Engeland. Ik had deze burenruzie al drie keer eerder gezien, maar altijd op Ewood Park. Dat was iedere keer goed bevallen. Het was alleen wel opletten dat deze wedstrijd nummer 500 zou worden. Je bent vinckautist of niet natuurlijk. Albion Rovers – Stenhousemuir (499) en Pollok – Kilbirnie Ladeside (501) zijn natuurlijk ook mooie wedstrijden, maar de vijfhonderdste moest een knaller zijn. En de East Lancashire Derby is de fragmentatiebom onder de derby’s.


Even leek mijn plan toch niet door te gaan. Ik had destijds nog een auto, maar die was stuk gegaan. Ineens zag ik deze derby aan mijn neus voorbij gaan. Treinen zijn in Groot-Brittannië bijna onbetaalbaar. Normaal moet je voor een reis als deze een nier verkopen, maar ineens viel mijn oog op een speciale aanbieding. Qua tijden niet helemaal perfect, maar het was maar achttien pond voor een retourtje. Ik boekte meteen. In het stadion koos ik, relnicht zijnde, voor een plek vlakbij de Blackburn-fans. Een paar maanden eerder zat ik nog tussen hen en maakte ik ‘wankergebaren’ en ‘v-signs’ naar de fans van Burnley, vandaag zouden de Rovers het slachtoffer worden van mijn obsceniteiten. Zo rol ik namelijk als intens slecht mens zijnde.

In plaats van afgestraft, werd ik beloond voor mijn NSB-gedrag. Ik was namelijk getuige van een historisch moment. Eerst moeten we terug naar Boxing Day 1978. Op dat moment ben ik pas vier maanden oud en mij er niet van bewust dat de East Lancashire Derby wordt gespeeld. Burnley verslaat Blackburn Rovers met 2-1. Weinig bijzonders, want de Clarets verslaan de buren regelmatig in die jaren. Wat niemand op dat moment weet, is dat daarna Burnley decennialang niet meer weet te winnen van de rivaal op Turf Moor. Op het moment dat ik op 5 maart 2016 met de trein aankom in Burnley, is die overwinning op Boxing Day nog altijd de laatste keer dat de Clarets in eigen huis hebben gewonnen van de Rovers. Een dramatische statistiek voor Burnley. Generaties hebben nog nooit hun club zien winnen van de grote rivaal.

Vóór de wedstrijd ga ik naar de Park View, de pub recht tegenover het stadion. Ondanks de lange reeks zonder overwinning in eigen huis tegen Blackburn Rovers is iedereen in de pub heel optimistisch. Vandaag gaat Burnley winnen, daar twijfelt niemand aan. Hun club staat tweede en Blackburn Rovers is zeventiende. De laatste twee ontmoetingen met de Rovers werden gewonnen (ik was daar beide keren bij) en vandaag zal eindelijk weer eens de gehate rivaal op Turf Moor worden verslagen. Maar niet zomaar verslagen, vernederd! De gesprekken gaan niet over óf er wordt gewonnen, maar met hoeveel. In 2001 werd het 5-0 op Ewood Park en het zou mooi zijn als dat het vandaag op Turf Moor ook gaat worden, is de algemene stemming. Het is een raar soort optimisme als je al zo lang niet hebt gewonnen. Dat is net alsof je heel lang geen seks hebt gehad en, als het dan eindelijk weer gaat gebeuren, meteen perverse seks met Mila Kunis eist.

Toch, de optimistische Clarets krijgen gelijk. Burnley wint namelijk. Maar makkelijk gaat het niet. Eigenlijk is Blackburn Rovers beter, maar als je in de hoek zit waar de klappen vallen, zit het vaak niet mee. Zo is het leven namelijk. Burnley wint met 1-0 en Joey Barton, die gemaakt is voor dit soort wedstrijden, blinkt uit. Mijn stoeltje blijkt inderdaad de perfecte plek te zijn om de banter te volgen. Ik mag de provocaties over en weer graag zien. En die zijn er deze wedstrijden genoeg. Dit is echt de beste derby van Engeland. Na vier keer deze wedstrijd te hebben gezien, mag ik dat wel zeggen. Het stelt echt nooit teleur.

Zelfs na de wedstrijd is er veel randvermaak. Een vrij corpulent mannetje van Burnley vindt na lang zoeken een nog corpulenter mannetje in het uitvak. Hij wijst naar hem en maakt met zijn armen het ‘jij hebt een heel grote buik’-gebaar, gevolgd door een v-sign. Ondertussen staat achter mij een tandeloos zoogdier continu “bastards, bastards, bastards” te krijsen richting het uitvak. Een supporter van Blackburn reageert erop door net te doen alsof hij moet kotsen omdat ze zo lelijk is. Ze steekt haar twee vingers op en gaat met haar tong op en neer. Een uitnodiging om haar te beffen. De Rover lacht haar uit. Maar dan maakt het zoogdier nog een keer het befgebaar en wijst naar haar kont. Het gelach in het uitvak stopt spontaan. De Rover gaat bijna over zijn nek, want dit gaat hem echt veel te ver. Een beetje banter is leuk, maar dit zou niet moeten mogen. Ondertussen maken in beide vakken jonge chavs met grindtegelkoppen, gekleed in Stoon IJsland, ‘kom-maar-op’-gebaren met hun handen. Ik ga er eens goed voor zitten, want dit is toch wel erg veel vermaak allemaal. Het vreemde is dat zowel de stewards, die laf zijn gevlucht omdat dit geen kinderen en bejaarden zijn die ze kunnen pesten, alsook de politie niet optreden. Het duurt zeker twintig minuten voordat het vak wordt leeg geveegd. Een perfecte afsluiter van de derby.

Meer over Burnley in Van Middlesbrough naar Millwall, alleen te koop in de Staantribune Webshop mét presentje.