Elke vader met een zoontje droomt ervan dat zijn kroost vroeg of laat wordt geïnfecteerd met het voetbalvirus. Pieter Abrahams is zo’n vader. Hij heeft geluk, want hij heeft twee zoontjes en allebei zijn ze gek van voetbal. Dat is terug te lezen in 117 korte verhalen die gezamenlijk het boek Voetbalvader vormen. Het is de opvolger van Abrahams eerste boek De Hoeken van Luigi Ferraris.

De twee kleine jongens zijn de rode draad in Voetbalvader. Abrahams is uiteraard gek op zijn kinderen en langzaamaan merkt hij dat er twee voetballiefhebbertjes in schuilen. Voor het gemak noemt hij ze ‘jongste’ en ‘oudste’. Het begint allemaal op weg naar een zomervakantie. In een file bij München valt het oog van de jongste op het stadion van Bayern en 1860 München. “Kijk daar! Dát is een grote autoband.” Na de uitleg dat de autoband eigenlijk een groot voetbalstadion is, start het succesverhaal van het voetbaldier Abrahams.


In alle navolgende hoofdstukken zit steeds een vleugje voetbal verwerkt. Soms met de vader in de hoofdrol, maar meestal zijn het de jongens. Ze spelen geregeld partijtjes op de parkeerplaats naast het huis, doen computerspelletjes en zien binnen- en buitenlandse voetbalwedstrijden op televisie. Soms mogen ze ook mee naar het stadion. De jongste wordt in het boek een fanatiek voetballertje van de plaatselijke jeugd. Als er maar een bal aan te pas komt.

Voetbalvader is een fijn boek om bij het toilet te leggen en met een ‘feel good-gevoel’ terug te keren naar de huiskamer’

Abrahams geniet. Hij is gelukkig tussen de twee kinderen, die hem jong houden. Voetbalvader is een fijn boek om bij het toilet neer te leggen, om zo regelmatig een paar hoofdstukjes te lezen en daarna met een ‘feelgood-gevoel’ terug te keren naar de huiskamer.

Het boek is hier te bestellen.