Hij lag al een tijdje op mijn nachtkastje, en niet zonder reden: Robben, het bijzondere leven van een wereldster uit Bedum, waarin schrijver Harry Walstra in chronologische volgorde de loopbaan van Arjen Robben heeft opgetekend. Feitelijk valt er weinig aan te merken op de biografie. Op een aantal fouten na vertelt het boek heel accuraat hoe de carrière van Robben zich stap voor stap ontwikkelt.

Robben doet, zowel qua uiterlijk als qua inhoud, echter denken aan de boeken van de Argentijnse schrijver Luca Caioli. Caioli verdiende een klein fortuin door het uitbrengen van biografieën over Ronaldo en Messi en heeft inmiddels ook boeken over Suárez en Pogba geschreven. In zijn biografieën staan echter zelden (lees: nooit) opzienbarende dingen. Vaak spreekt hij de hoofdpersoon van zijn boek niet (of heel kort), waardoor hij zich vooral moet beperken tot de informatie die hij via andere media en internet tot zich kan nemen. Dat leidt tot een vrij droge opsomming van feiten en cijfers, die niet-schrijvers feitelijk ook kunnen vinden.

Walstra doet in Robben niets anders. Hij interviewt een oud-trainer van Robben (iets waar Caioli ook een handje van heeft) en spreekt met oud-medespeler Martin Drent. Niks ten nadele van Drent, maar de echte zwaargewichten krijgt Walstra niet te spreken. Ja, heel even dan. Rafael van der Vaart laat zich in een extreem kort interview uit over Robben. Maar eigenlijk zijn alle interviews niet heel bijzonder. “Robben is een supertalent, werkt hard en is een echte winnaar”, is een beetje de strekking van de interviews.

Robben is geen aanrader voor de échte boekenliefhebber. Voor sappige details of eyeopeners hoef je het boek niet te kopen. Het boek beschrijft wel de carrière van Robben nauwkeurig. Was dit een profielwerkstuk van een leerling in HAVO 5 geweest, dan had de betreffende scholier ongetwijfeld een ruime acht gekregen. Een lekker voetbalboek is het helaas niet. 

Mathijs Renkema