Roel Cramer is assistent-coach van Qingdao Red Lions FC en manager van de jeugdafdeling van de club. Voor Staantribune schrijft hij elke maand een column over zijn verblijf in China en over het Chinese voetbal.

Bijgeloof in het voetbal is van alle tijden. Zo schopte Johan Cruijff voor  het eerste fluitsignaal altijd zijn kauwgom op de vijandelijke helft, gaf Laurent Blanc zijn keeper Fabian Barthez altijd een kus op zijn kale knikker en werkte Mark van Bommel een waslijst van twee A4’tjes vol handelingen af voordat er werd afgetrapt.

Het kan nog gekker. Bij het KV Mechelen van Aad de Mos ging men volgens de verhalen zelfs over tot imitatie om maar het juiste gevoel te krijgen: “Op de avond voor een Europacupwedstrijd moest meestal de jongste speler van Mechelen onder de tafel kruipen, een hond nadoen en in iemands been bijten. Bijgeloof hè, maar we wonnen alles”, aldus assistent trainer Fi van Hoof.

Wat is geloof en wat is bijgeloof? Het onderscheid is moeilijk te maken en voor iedereen anders. Het belang van (bij)geloof in de Chinese samenleving kan moeilijk worden onderschat. Veel Chinezen moeten niets hebben van andere religies (zoals de islam of het christendom), maar zijn aanhanger van een spirituele stroming die wij het taoïsme noemen. Volgens deze leer zijn zaken als harmonie, evenwicht en voortdurende verandering van essentieel belang in het leven.

Vorig jaar beklom ik in het holst van de nacht Mount Tai. Deze berg – ook wel Gate to Heaven genoemd – is volgens het taoïsme een van de vier heilige bergen in China en heeft een enorme trap richting de top. Gedurende het beklimmen van de 7.200 traptreden, stond ik regelmatig met verbazing te kijken naar wat ik onderweg tegenkwam.

Bejaarden, uit alle Chinese windstreken, met loodzware zakken op hun rug gevuld met offermateriaal. Om vervolgens na een tocht van 6,5 uur op de top aan te komen, de zak af te geven aan het aanwezige personeel en weer rechtsomkeert te maken. In navolging van de Chinese keizers moet iedere Chinees in zijn leven minimaal een keer Mount Tai beklommen hebben.

Recentelijk werd een vlucht in China met enkele uren vertraagd, nadat bleek dat een Chinese vrouw ‘geluksmunten’ in de motoren van het vliegtuig had gegooid. Dit soort verhalen vormt geen uitzondering. Chinezen nemen hun (bij)geloof erg serieus.

Zo zijn veel auto’s voorzien van chromen hagedissen en worden er in sommige streken in China rode slierten aan de wielen bevestigd. Dit alles zou de ligging van de auto op het wegdek verbeteren en ongelukken voorkomen. Ook zie je in China op veel plaatsen afbeeldingen van draken. De draak is voor de Chinezen een teken van geluk. Bij de westerse verhalen over draken, die gedood werden door heldhaftige ridders, kunnen Chinezen zich niets voorstellen.

Het bijgeloof komt ook aan bod tijdens het eten. Gedurende een Chinese maaltijd moet je er niet versteld van staan dat je het oog van de opgediende vis krijgt aangeboden. Het eten van een vissenoog zou goed zijn voor je ogen. Ook zijn er veel dieren – met in China verschillende uitstervende diersoorten tot gevolg – die worden gegeten, omdat ze lust opwekkend zouden werken. Van slangenhoofd tot hondenpenis, vrijwel alles wat je kunt bedenken eigenlijk.  Er wordt een verhaal bij verteld over welk doel het nuttigen ervan zou hebben. 

De Chinese voetballerij vormt geen uitzondering op het gebied van bijgeloof. Zo zijn er verhalen dat aan de vooravond van een belangrijke wedstrijd bij sommige clubs dode kippen aan de lat worden gebonden om de volgende dag het geluk aan hun zijde te hebben. Of dat men potten zout of as leeg strooit in het doelgebied. Dat een wedstrijd twee helften en een wisseling van speelhelft kent, maakt de Chinezen niets uit.

Ook clubkleuren worden vaak gekozen op basis van bijgeloof. Veel clubs verwerken rood (de gelukskleur in China) en geel in hun tenue. Ook oranje is een opvallend populaire clubkleur. Naast kleuren zijn nummers, net als in de rest van de wereld, in China een voedingsbodem voor bijgeloof. De belangrijkste speler draagt vaak nummer acht, het geluksgetal in China, en alle nummers met het cijfer vier worden het liefst vermeden.

Aan het begin van het seizoen vertelde ik onze stand-in linksback Fang Zi Yi dat hij bofte met zijn rugnummer veertien. Ik vertelde hem over Johan Cruijff. Hij hoorde het verhaal ogenschijnlijk verbaasd aan. Vervolgens vertelde hij mij dat het nummer veertien in het Mandarijn wordt uitgesproken als “yao si” oftewel “ik wil dood”. Rugnummer veertien is duidelijk geen hebbedingetje onder de Chinese voetballers.

Zoals ik al schreef, hebben bergen een aparte status in de Chinese cultuur. Zo viel het mij na een aantal wedstrijden van de Qingdao Red Lions op dat er voorafgaand aan iedere wedstrijd op de teamfoto minimaal één berg was te zien. Materiaalman en manusje-van-alles Lee zorgde desgevraagd voor de broodnodige doch niet geheel verrassende uitleg. Hij vertelde met een stalen gezicht dat een berg op de achtergrond geluk brengt.

Met het gezegde “When in Rome, do as the Romans do” in ons achterhoofd, gaan wij als Qingdao Red Lions deels mee met het Chinese bijgeloof. Onze clubkleuren zijn rood en geel en de prijzen voor onze klanten van de jeugdafdeling eindigen op 88. Ook is er bij het eerste elftal altijd genoeg tape beschikbaar, zodat iedere speler tape om zijn vinger en pols kan doen. Ook dat is een van de bijgeloven van veel spelers. Hetzelfde geldt voor de sokken die perfect op maat moeten worden geknipt.  

Ook hebben wij een mascotte. Bij wedstrijden van de jeugd en het eerste elftal is hij vrijwelaltijd aanwezig: het driejarige broertje van een van onze talenten, geheel in tenue van de Qingdao Red Lions.

Bepaalde Chinese bijgeloven laten wij rustig aan ons voorbijgaan. Zo drinken sommige Chinese trainers op de avond voor de wedstrijd minimaal één fles Bai Jiu (een sterke Chinese drank) met de volledige technische staf. Op goed geluk!

En hoe gaat het met de Qingdao Red Lions? Nu de competitie is afgelopen en er voorlopig alleen maar oefenwedstrijden op het programma staan, is het aantal trainingen van het eerste elftal per week iets teruggeschroefd.

Inmiddels is een reserve/tweede elftal gevormd dat tweemaal per week traint. Verder groeit het aantal leden bij de jeugd gestaag en voetballen onze jeugdspelers wekelijks meerdere wedstrijdjes, onder toeziend oog van onder anderen hoofdcoach Gert Heerkens.

Jia you, Qingdao Hong Shi!