In Noord-Ierland staat morgen de ‘Belclassico’ op het programma. Dat is tegenwoordig de hippe benaming voor de wedstrijd tussen de twee grootste Noord-Ierse clubs: Linfield en Glentoran. De andere naam voor het treffen tussen beide van oorsprong protestantse verenigingen uit Belfast is ‘The Big Two Derby’. Het is dé klassieker van Noord-Ierland tussen de twee meest succesvolle clubs van het land.Glentoran vs Linfield Away_5Sportief gezien zijn Linfield en Glentoran al een tijdje niet meer de grootste clubs van Noord-Ierland. De laatste twee seizoenen pakte Cliftonville, ook afkomstig uit Belfast, de titel. Vooral pijnlijk voor Linfield, aangezien ‘The Blues’ een veel groter budget hebben en Cliftonville de enige ‘katholieke’ club op het hoogste niveau is. Linfield is de club van het establishment. Net als Glasgow Rangers had Linfield het beleid om geen katholieke spelers onder contract te nemen. Pas eind jaren ’80 werd besloten om niet meer op sektarische gronden spelers aan te trekken. Toch leeft dit idee nog altijd wel in Linfield, met name bij de harde kern van The Blues. Ondanks het feit dat de club al jarenlang spelers van katholieke komaf koopt, zijn de hardcore fans blijven hangen in de jaren ’70 en ’80. Veel supporters dragen oranje shirts (in Noord-Ierland een kleur die voor het protestantisme staat) en het Britse volkslied ‘God Save the Queen’ zingen zij nog met volle overgave. Dat uitgerekend Cliftonville – dat erg Iersgezind is – tegenwoordig de topclub van Noord-Ierland is, doet pijn. Stiekem nog meer pijn dan wanneer Glentoran de titel zou pakken.Rangers v Linfield 10th April 2013Glentoran is ook een club met protestantse roots. Het is de club van East Belfast. In die wijk werd de beste Noord-Ierse, en misschien wel Britse, voetballer ooit geboren: George Best. Best was groot fan van ‘The Glens’ en ging vaak met zijn opa kijken. Hij kon zijn geluk niet op toen hij op een proeftraining mocht komen. Helaas had Glentoran een heel slechte scout, want die vond Best veel te klein en licht voor profvoetbal. The rest is history.Linfield Alex Russell Stand IHet grote verschil tussen Linfield en Glentoran is dat Linfield door heel het land populair is en Glentoran het voornamelijk moet hebben van fans uit East Belfast, de wijk van de havenarbeiders. Als je op de hoge tribune zit van Glentorans stadion The Oval, kun je de dokken zien liggen waar de beroemde Titanic werd gebouwd. In de wijk zie je veel muurschilderingen die verwijzen naar de gezonken boot en de voetbalclub, naast de vele murals voor protestantse, paramilitaire organisaties. Maar ondanks die openlijke steun voor de protestanten, heeft Glentoran nooit katholieke spelers of fans geweigerd.

Linfield MuralSamen met Cliftonville zijn Linfield en Glentoran de enige clubs die sinds het begin van de Noord-Ierse voetbalcompetitie in 1890 altijd op het hoogste niveau hebben gespeeld. De Noord-Ierse voetbalbond zorgt er altijd voor dat op Boxing Day beide clubs elkaar treffen. Het ene jaar op Windsor Park van Linfield en het andere jaar op The Oval. Bijna zonder uitzondering is die ‘Boxing Day derby’ ook de wedstrijd met het hoogste toeschouwersaantal van het seizoen.

Vroeger wilde het nog wel eens uit de hand lopen bij Belclassico, zoals tijdens de Cup Final in 1983, in 1986 en in 1990. Maar tegenwoordig komt er nog maar zo weinig volk op het Noord-Ierse voetbal af, dat dit niet meer het geval is. Veel lokale voetbalfans gaan liever in de pub naar voetbal kijken of pakken de boot naar Engeland of Schotland om daar een club te volgen. Zonde, want het is een van de oudste derby’s ter wereld. De eerste officiële ontmoeting vond plaats op 18 oktober 1890. Destijds werd er in Nederland nog maar amper gevoetbald. In de jaren ’50, ’60 en ’70 kwamen er vaak meer dan dertigduizend man op de burenstrijd af, terwijl er tegenwoordig al wordt gejuicht als er meer dan drieduizend mensen komen. De Belclassico lijkt dan ook vooral een derby met een groot verleden, maar zonder toekomst.GLENTO_12