De komende twee maanden plaatsen we elke week een stukje uit een van de acht hoofdstukken van ‘Van Middlesbrough naar Millwall’ (dat alleen hier mét presentje is te bestellen). We starten in Middlesbrough, waar ook het boek start. De stad waar men in 1966 de Noord-Koreanen omarmden als verloren zonen. Een band die tegenwoordig, 51 jaar later, nog altijd sterk is. En dat terwijl Ayresome Park eigenlijk geen WK-stadion zou zijn. Dat werd het pas toen de burgemeester van Newcastle heel lastig deed.

De naam Ayresome Park doet mij altijd pijn. Het is een stadion dat ik heel graag had willen bezoeken. Samen met Roker Park van Sunderland en The Dell van Southampton is het mijn heilige drie-eenheid van grounds die ik graag had willen zien. Maar zo is het leven niet. Bij die andere twee heb ik wel eens op de plek gestaan waar het oude stadion ooit stond, maar bij Ayresome Park nog niet. Het heeft ook altijd wat triestigs. Meestal sta je dan in een schrale woonwijk te koekeloeren en is er vaak niets meer terug te vinden van het oude stadion. Hooguit doen de straatnamen nog herinneren aan wat er ooit was. Hier in Middlesbrough is het anders. Zo staat de Holgate Wall nog altijd overeind. Het is een bakstenen muur die wit geverfd is met een rood hekje ervoor. Ik moet de muur even aanraken, maar dat wordt gezien door een vrouw die haar hond uitlaat. Zowel de vrouw als de hond denken terecht dat ik een zielige weirdo ben.

soccerfanshop.nl

Mijn held Archibald Leitch bouwde het stadion in 1903. Het is een klassiek Leitch-design: een mooie hoofdtribune met gable, veel staanplekken en zijn befaamde crash barriers. De hoofdtribune stond er 92 jaar later nog steeds, totdat de sloophamer er niets meer van heel liet. Helaas kwam destijds niemand op het idee om die gable te bewaren. Eeuwig zonde. Buiten de Holgate Wall is alleen nog de befaamde toegangspoort over van Ayresome Park. Die staat nu voor het Riverside Stadium. Zo’n gable is ook lastiger om ergens te plaatsen en destijds was bijna iedereen blij dat de club in een nieuw stadion ging spelen. Ayresome Park viel bijna van ellende uit elkaar en mensen waren bang voor ongelukken, zoals ook in 1980 was gebeurd.

In Engeland heeft een aantal stadionrampen plaatsgevonden. Hillsborough weet iedereen nog en ook over de brand bij Bradford heeft bijna iedereen wel eens gelezen. De 33 doden van de ramp van Burnden Park uit 1946 worden ook nog herdacht, maar Irene en Norman Roxby zijn zo goed als vergeten. De Roxby’s waren een echtpaar van middelbare leeftijd en hadden beiden een seizoenkaart van Middlesbrough. In januari 1980 speelde Boro tegen Manchester United. Het werd 1-1 en de Roxby’s gingen redelijk tevreden naar huis. In het uitvak duwden supporters tegen de muren waardoor een van de uitgangen instortte. De Roxby’s liepen net op dat moment daar en stierven doordat stukken beton op hen vielen. Niets herinnert meer aan dat voorval. Op de plek waar het echtpaar stierf, staat nu een huis.

Terwijl ik door de wijk loop, zie ik ineens een bronzen bal. Even verderop ligt een rood-witte sjaal, ook van brons. En bij een voordeur staan twee voetbalschoenen. Het is de plek waar ooit de middenstip lag. Al deze kunstwerken zijn van Neville Gabie en hij noemt het project The Trophy Room. De projectontwikkelaar, die Ayresome Park liet slopen en huizen op de plek heeft neergezet, wilde een herinnering aan het stadion. Vandaar dat er overal in de wijk kleine verwijzingen zijn. Het is even zoeken, maar dat is juist het leuke. Misschien wel het meest bijzondere zijn een paar nopafdrukken, uiteraard in het brons. Die liggen namelijk precies op de plek waar Pak Doo-ik stond toen hij zijn befaamde doelpunt maakte.

Noem de naam Pak Doo-ik in een pub in Middlesbrough en je hebt genoeg stof om de rest van de avond over te praten. Iedereen heeft wel een opa of vader die bij die WK-wedstrijd tussen Noord-Korea en Italië op Ayresome Park was. De Noord-Koreanen wonnen met 1-0 dankzij een doelpunt van Pak Doo-ik en schakelden de Italianen uit. Een van de grootste WK-stunts ooit en die vond uitgerekend in Middlesbrough plaats, een stad waar eigenlijk geen WK-wedstrijden zouden worden gespeeld. De FA zocht twee stadions in het noordoosten van het land voor wedstrijden in Poule 4. Roker Park van Sunderland en St. James’ Park van Newcastle United zouden dat worden. Alleen deed de gemeente Newcastle heel lastig en daarom besloot de FA Middlesbrough als speelstad aan te wijzen.

Poule 4 bestond uit de Sovjet-Unie, Italië, Chili en Noord-Korea. Dat laatste land had nog nooit op een WK gespeeld en werd als zwakke broertje gezien. De Noord-Koreanen hadden Middlesbrough als uitvalsbasis gekozen. Logisch, want waar de andere teams twee keer op Roker Park zouden spelen en een keertje op Ayresome Park, daar waren alle wedstrijden van Noord-Korea in Middlesbrough. Zij trainden op de velden van chemiegigant ICI, dat destijds meer dan 30.000 werknemers had. Als de arbeiders pauze hadden, kwamen ze kijken naar de Noord-Koreanen. Het was daar dus stervensdruk. Al snel was er een band tussen de inwoners van Middlesbrough en de Aziatische voetballers. Tijdens de wedstrijden was iedereen dan ook op de hand van Noord-Korea. Helaas ging het niet heel goed. Een 0-3 nederlaag tegen de Sovjet-Unie werd gevolgd door een 1-1 tegen Chili. Slechts dankzij een heel late gelijkmaker was Noord-Korea nog niet uitgeschakeld.

De Italianen, die makkelijk hadden gewonnen van Chili en nipt verloren van de Sovjets, maakten zich weinig zorgen. Zeker niet toen ze de kleine Noord-Koreanen zagen. Italië had mannen als Giacinto Facchetti, Sandro Mazzola, Gianni Rivera en Giacomo Bulgarelli in de ploeg en in de jaren ervoor hadden AC Milan en Internazionale de Europacup I gewonnen. Noord-Korea mocht dus absoluut geen probleem zijn. Maar dat werd het wel. De Noord-Koreanen, aangemoedigd door de Smoggies op de tribunes, bleven maar gaan en in de 42ste minuut zette Pak Doo-ik de Aziaten op 1-0. Het lukte de Italianen maar niet om de gelijkmaker te scoren en Noord-Korea was door naar de kwartfinale, tot vreugde van het hele stadion. BBC-commentator Frank Bough sloot zijn verslag af met de opmerking: “They never cheer Middlesbrough like this.” Er reisden zelfs 3.500 Smoggies af naar Liverpool om ‘hun’ ploeg te steunen tegen Portugal. Weer leek Noord-Korea te gaan stunten. Het kwam op 0-3, maar een one man-show van Eusébio zorgde voor een 5-3 eindstand.

De band tussen Middlesbrough en Noord-Korea bleef. In 2002 keerden de Noord-Koreanen terug naar de stad waar ze zo goed ontvangen waren. Een paar maanden eerder was de Britse documentaire The Game of Their Lives over het Noord-Koreaanse elftal van 1966 in première gegaan. Maker Daniel Gordon was in Noord-Korea bij de eerste vertoning en in een impuls nodigde hij de spelers uit om naar Middlesbrough te komen. Opvallend was dat de voetballers toestemming kregen van de overheid. Zij vonden het fantastisch en de mensen van Middlesbrough zagen eindelijk de spelers waarover zij zo veel hadden gehoord.

Gordon: “Ik zag mensen handtekeningen vragen en verhalen vertellen aan de Noord-Koreanen over hun grootouders die bij de wedstrijd waren. De spelers genoten volop. Zij dachten dat zij allang waren vergeten in de stad, maar kregen een heldenontvangst. Ik wist dat er een goede band was tussen Middlesbrough en de Noord-Koreanen, maar dat die zo sterk was, verbaasde mij.”

Lees meer in ‘Van Middlesbrough naar Millwall’, alleen in de Staantribune Webhop mét presentje te bestellen.