Staantribune-volger Enzo Peters reisde in 2013 door Zuid-Amerika. Op de slotdag van de Argentijnse competitie was hij bij Vélez Sarsfield – San Lorenzo, één van de wedstrijden om het kampioenschap. 

Het Argentijnse voetbal is krankzinnig en chaotisch. Zo ook het competitieslot in 2013. Vier clubs strijden nog om de titel en spelen ook nog eens tegen elkaar. Lanús en Newell’s Old Boys uit Rosario hebben allebei dertig punten. Vélez heeft ook dertig punten en tegenstander en rivaal San Lorenzo 32 punten. Bij een gelijk aantal punten zal een beslissingswedstrijd worden gespeeld. De stand voor de laatste ronde is als volgt:


San Lorenzo 18-32
Lanús 18-30
Vélez Sarsfield 18-30
Newell’s Old Boys 18-30

“Sorry man, de wedstrijd is alleen voor leden”, zegt mijn Argentijnse gabber Miguel na de op één na laatste speelronde. Hij is fanatiek supporter van Vélez en zegt dat hij geen kaarten voor mij kan regelen. Maar vlak voordat ik een paar dagen naar Uruguay ga, vraagt Miguel of ik de vijftiende terug ben. Hij vertelt dat het nogal rumoerig is rondom de kaartverkoop en ‘de jongens’ zich hebben laten horen. Zij zijn niet van plan zich te laten registreren voor deze wedstrijd. Het lijkt erop dat hij wel wat voor me kan regelen. Top, dan kom ik toch gewoon wat eerder terug.

De nacht voor de kampioenswedstrijden is het onrustig in delen van Buenos Aires. De vechtpartijen en het nieuws dat de barras (harde kern) op niet legitieme wijze aan kaarten zijn gekomen, zijn redenen om te twijfelen aan het doorgaan van de wedstrijd. Uiteindelijk is daar het opluchtende nieuws: het duel gaat ‘gewoon’ door. Het duel annuleren zou ook nog meer druk geven op het volgende duel en wat moet er dan gebeuren in Rosario? Dan moet de wedstrijd daar ook niet doorgaan.

Op de dag van de wedstrijd heb ik met Miguel bij het stadion afgesproken. Hij is erg gespannen. Miguel is al de hele dag in de weer geweest. Voor het stadion begint La Banda te spelen in de bloedhitte. Onder de bomen schuilen mensen voor de brandende zon. Ze drinken literflessen bier, omdat alle kroegen in de omgeving geen alcohol mogen verkopen. Miguel geeft mij een soort member-kaart van zijn broer. We spreken twee uur later weer af op het plein, hij moet nog van alles doen.

La Banda komt weer naar buiten, maar nu de hele Banda. Miguel sjouwt met een grote trommel,  ik zie de spanning in zijn ogen. Hij duwt, zonder dat de rest het door heeft, een kaartje in mijn handen. “This one is better then the card of my brother”, zegt mijn gespannen amigo. “Take that entrada, I see you inside.” Vóór mij komen drie jongens niet naar binnen. “Puerto neuve? Por favor” (Nieuwe ingang? Alsjeblieft), klaagt een van de jongens. Ze hebben kaarten voor de lange zijde. Ik kijk op mijn kaart en zie dat ik ook een andere ingang moet hebben. Ik ga hier niet proberen naar binnen te komen met het risico dat ze misschien wel mijn kaart afpakken.

Ik klim over het hek en zie Miguel gelukkig nog staan. Ik vertel hem het probleem. Hij vertelt me dat ik nog even moet wachten en vlak voor de wedstrijd moet gaan, dan laten ze me wel door. Wat een systeem! Na dezelfde route sta ik voor de ingang en volg ik het advies van mijn amigo op. Met veel duw- en trekwerk kom ik bij de kaartcontrole. Ik steek de kaart in de gleuf en die komt er aan de bovenkant weer uit. Voordat de controle mijn kaart ziet, pak ik hem snel. Het poortje geeft groen en ik loop door. Totaal verbijsterd loop ik langs de beveiliging. Ik haal een paar keer heel gelukkig diep adem. Wanneer ik schuin naar rechts kijk, zie ik het stadion. Ik loop naar de achterkant van het stadion en zonder verdere controle de popular op.

De achterzijde is al goed gevuld en deinst op en neer. “Borombonbon borombobon el que no salta no fue a Japon!” Oftewel: “Wie niet springt, is niet naar Japan geweest.” Een lied om San Lorenzo even te laten weten dat Vélez Sarsfield wel de wereldbeker heeft gewonnen en hun rivaal niet. Het duurt even voordat ik Miguel heb gevonden, maar na een tijdje zie ik hem op het laagste hek de menigte aanmoedigen. Hij lijkt opgelucht wanneer hij mij ziet. Zijn gezichtsuitdrukking lijkt te verklappen dat hij ook echt niet wist wat vandaag wel en niet mogelijk was.

De opkomst van de spelers is indrukwekkend. Het hele stadion ontploft vlak voor deze kraker. “Yo soy de Vélez!” Het spel is Argentijns zoals ik het ben gewend: heel opportunistisch en er lijkt niet echt een idee achter te zitten. Vélez is wel iets beter, maar creëert eigenlijk ook geen goede kansen. Ondertussen gaat het gezang van de tribune door. Ik hoop vandaag niet dat San Lorenzo wint, maar Vélez.

Als het rust is, zoeken Miguel en ik de verkoeling op achter de tribune. Ik word voorgesteld aan Miguel zijn broer, vriendin en daarna aan wat gajes. Ze vinden het wel mooi dat er een supporter van Ajax vandaag met hen meeloopt. Een gerespecteerde barra, twee meter lang en minimaal één breed, vraagt of ik de tribune goed vind. Niet dat ik lieg, maar als ik de ambiance niks had gevonden zou ik ook “muy bien” hebben gezegd. Tja, wat kan ik anders zeggen tegen dat monster? “Nou ik was twee weken geleden bij San Lorenzo…”

Tijdens de tweede helft komen ineens drie duidelijke toeristen naast mij staan, middenin het vak. Eén van hen is een donkere Amerikaan. Dat zie je zo. ’t Zal me niks verbazen als hij ook in Milhouse (mijn hostel) zit, denk ik, dat is populair bij Amerikanen. Maar wat doet die sukkel? Alsof hij bij een high school football-wedstrijd zit, haalt hij zijn telefoon uit z’n zak om een filmpje te maken. Hij houdt het apparaat boven zijn hoofd. Zijn telefoon is gericht op het veld. Laten we zeggen dat dat voor eventjes wordt gedoogd. Het duurt natuurlijk niet lang voordat het gezang en gespring in het vak toeneemt. Dat wil hij ook filmen. Alle barras bravas heeft hij in beeld. Negro krijgt een corrigerende tik en hem wordt ook nog even vriendelijk duidelijk gemaakt dat hij niet moet filmen. De Amerikaan houdt zich van de domme, wat geen gekke zet is, maar ook weer niet heel slim. Nu hebben de klieren leuk testmateriaal en het duurt dan ook niet lang voordat er van bovenaf een goeie worp wordt geplaatst. De drie jongens schrikken zich rot. Ze voelen zich duidelijk niet op hun gemak. De tribune zingt en springt ondertussen door. De niet zingende en springende toeristen vallen nu extra op. Om duidelijk te maken dat ik niet bij hen hoor, heb ik al een paar passen opzij gezet. Maar toch loop ik even naar ‘Americano’ toe en schreeuw in z’n oor: “You’ve got to participate man. Do something, jump, use your arms!” Hij kijkt mij met een totaal verwarde blik aan en lijkt moeite om het een en ander te plaatsen. Ik zie hem denken: mafkees. Ik sta dan alweer naast Miguel te springen op de beat van La Banda de Vélez. Ik kijk omhoog en de klieren liggen helemaal dubbel. Ik betrap mezelf op een glimlach van herkenning. Ik heb niet meer het gevoel dat ik die rare vogel ben die hier niet thuishoort.

velez-vs-san-lorenzo-640x480
Een tussenstand uit Rosario komt door, het is 2-2. Dat betekent dat Vélez kampioen is als het één goal maakt. Ik zie de hoop in de ogen van Miguel. “Vamos vamos vaaamoooos”, schreeuwt hij van het hek het vak in. Er moet nog harder gezongen worden. Het is rond de 80e minuut als van buiten de zestien door Vélez gevaarlijk op doel wordt geschoten. Ik zie de bal hoog in het zijnetje gaan. Ik laat een oer-Nederlands gejuich horen. “HIIJAAAAAH!” Gevolgd door een heel stadion. “AAAAAAH!” Miguel kijkt me met grote ogen verbijsterend aan. Hij dacht ook: die gaat erin , maar de binnenkant van de paal stond alleen in de weg.

Het hele stadion gaat er nog een keer achter staan. Ik voel aan alles dat het een krankzinnige chaos wordt als de goal valt. Eén minuut voor tijd: de bal wordt er nog maar eens ingepompt en een speler van Vélez heeft op zeven meter het kampioenschap op z’n voeten. Hij vuurt een raket af. Tweetiende van een seconde heeft iedereen met een Vélez-hart in het stadion het gevoel: Campeooon!! Maar wonder boven wonder weet de keeper van San Lorenzo de poging te keren. Vol ongeloof kijkt iedereen om zich heen. Een fractie van een seconde ging knettergestoorde euforie door de duizenden Vélez-supporters. Ik probeer te bedenken wat er was gebeurd als deze kans doel had getroffen. Het fort, dat Vélez Sarsfield ‘El Fortin’ heet, zou hier zijn ontploft. Liters tranen van geluk. Miguel en zijn vrienden zullen tot vroeg in morgen vieren. Maar het mag niet zo zijn. San Lorenzo is kampioen en de gasten van Vélez klimmen in de hekken langs twee rijen prikkeldraad. Het is heel knap is om daarin niet verstrikt te raken. Van alles wordt over het hoge hek naar de politie op het veld gegooid. Het gaat er even flink aan toe. Uiteindelijk druipt iedereen vol ongeloof en woede af.

Bij de bus neem ik afscheid van Miguel. Ik bedank hem en wens hem sterkte. Ik voel de pijn die hij lijdt. Na de bus moet ik de metro in. Mijn Vélez-hoedje heb ik al weggestopt. Een goed idee, want niet veel later zit ik een metro vol feestende San Lorenzo-gasten.

Zodra ik mijn hostel Milhouse binnenstap, blijken mijn vermoedens te kloppen. Americano zit daar ook. Nu hij mij ziet, snapt hij het helemaal niet meer. Na een korte uitleg van mijn kant, krijg ik de verwachte zin te horen. “Those guys were fucking crazy man.”