De hele maand maart staat bij Staantribune in het teken van Italiaans voetbal. Iedere dag schrijft een calcioliefhebber een ode aan zijn favoriete speler. Vandaag: Tijs Tummers (FIFPro).

Geen voorzichtig toefje grijs bij de slapen in het laatste jaar van je carrière, nee, gewoon compleet grijs voor je dertigste, in de beste jaren van je leven.

We denken aan Fabrizio Ravanelli, de man die na ieder doelpunt zijn Juve-shirt over zijn grijze hoofd trok. Aan Pietro Paulo Virdis, de gewiekste spits in het eerste jaar van Gullit en Van Basten bij Milan, maar daarvoor ook twee perioden bij Juventus. En aan de man over wie ik het hier wil hebben, mijn favoriete Italiaanse spits: Roberto Bettega.

Bijnaam Penna Bianca, wat letterlijk ‘Witte Veder’ betekent, maar in Italië ook de naam is van de Disney-figuur die wij kennen als Hiawatha. Dat was dus lang voordat Ravanelli dezelfde bijnaam kreeg, zoals Bettega ook eerder dan Vieri zijn tweede bijnaam Bobby Gol kreeg.

Bettega kende een klassieke Juve-carriere: een vader die vanuit Veneto naar Turijn was getrokken om als carrosseriebouwer te werken bij FIAT. Bettega kwam er ter wereld, doorliep de hele jeugd van Juventus en speelde in Italië nooit voor een andere club dan De Oude Dam. De Oude Grijze Dame zou je bijna geneigd zijn te zeggen.

Nou ja, hij werd voordat hij debuteerde voor de bianconeri een jaartje uitgeleend aan het nabijgelegen Varese, maar dat telt niet, dat was in feite onderdeel van zijn opleiding bij Juventus. Bettega werd bij Varese overigens wel meteen topscorer en kampioen van de Serie B.

De 22 goals daarna in zijn eerste seizoen bij Juventus (1970-1971) waren ook indrukwekkend. Zijn mooiste maakte hij een seizoen later als 21-jarige uit tegen Milan: een prachtig hakje achter het standbeen; in alle overzichten over Bettega komt de goal in zwart-wit voorbij.

Zoals bijvoorbeeld in dat schitterende portret uit 1972, waar Bettega – stijlvol gekleed – wordt geinterviewd bij een lunch met een goed glas wijn en waar hij tot mijn vreugde aangeeft dat Lucio Battisti ook zijn favoriete zanger is. En daarnaast Pirandello als zijn favoriete auteur noemt en zonder met zijn ogen te knipperen zijn visie geeft op het probleem van Turijn, dat de vele Zuid-Italiaanse ‘gastarbeiders’ zo moeilijk integreren in de stad. Een persoonlijkheid, dan al.

Ik hou van stijlvolle spitsen, en Bettega wàs stijlvol, met zijn grijze haar zelfs gedistingeerd. Een geweldige kopper ook: schitterend om te zien hoe hij extra vaart gaf aan de voorzetten van Haller, Causio en Tardelli.

Maar wat was nou dat moment, die bliksemschicht, dat je besluit, nee, dat je wéét: dit is mijn speler?

Dat was tijdens het WK 1978. Italië versloeg dat toernooi de latere winnaar Argentinië met 1-0. Bettega stond met zijn rug naar de goal en op het moment dat Antognoni hem besloot aan te spelen, wist de Juve-spits al wat er ging gebeuren: buitenkantje voet op de dieper geposteerde Paolo Rossi, die de bal ineens doorspeelt op de snel gedraaide Bettega, die schitterend afrondt. En daarna dat prachtige juichen van hem met zijn trappelende knuisten boven het hoofd, niets gekunstelds of verbetens, pure vreugde.

In de beslissende wedstrijd voor de finale van dat WK liep Bettega ook zo weg na de 0-1 tegen Nederland. Commentator Herman Kuiphof dacht ook dat hij gescoord had, maar het was Ernie Brandts die zijn eigen doelman Schrijvers had gepasseerd. “Wij hadden in de finale moeten staan”, zegt Bettega nog bij iedere gelegenheid, maar in de tweede helft stortte Italië in en bereikte Nederland via afstandsschoten van dezelfde Brandts en Haan alsnog de finale.

Het gewonnen WK van 1982 miste Bettega, bij een botsing met Anderlecht-doelman Munaron had hij eerder dat seizoen zijn kruisband afgescheurd. Ook een Europa Cup I was Bettega niet gegund: Ajax in 1973 en HSV in 1983 (zijn allerlaatste wedstrijd voor Juve) waren in de finale te sterk. Maar met zeven landstitels, twee nationale bekers en een UEFA Cup is de prijzenkast van Bettega toch rijk gevuld.

Een prachtige speler die zijn carriere afsloot bij de Toronto Blizzards en – zeer uitzonderlijk – nog bij leven meemaakte dat een stadion naar hem vernoemd werd. Nota bene in Paraguay staat het Estadio Roberto Bettega. Thuisclub Tacuary speelde er nog wedstrijden voor de Copa Libertadores.

Tijs Tummers