Ierland speelt morgenavond de eerste wedstrijd in de groepsfase van dit EK, tegen Zweden. De Ierse supporters mag je gerust uniek noemen. Non-stop zingen, met grappige sneren maar immer respectvol, schorre kelen worden aangepakt met een mix van patriottisme en alcohol. Maar de aimabele underdog houdt het doorgaans slechts drie groepswedstrijden uit op een eindtoernooi. Daarom is het een zegen voor het EK dat ook Noord-Ierland, dat vanavond om 18.00 uur tegen Polen speelt, zich plaatste. Nooit eerder kwalificeerden beide naties zich voor hetzelfde toernooi. All united for Ireland? Dat valt nog te bezien.

Het is 16 november 2015, 22.30 uur. Scheidsrechter Björn Kuipers fluit voor het einde van de barragewedstrijd tussen Ierland en Bosnië-Herzegovina. Het laatste fluitsignaal wordt overstemd door de decibels op de tribunes van het Aviva Stadium in Dublin. Een defensief blok en twee schoten van Jonathan Walters, beiden binnenkant voet, zorgden voor de 2-0 eindstand. Dat is meer dan voldoende voor een onverhoopte kwalificatie van Ierland.


Met dank aan Kuipers, want hij wees naar de stip na dubieus handspel van Ervin Zukanovic. Het moet de geest van Thierry Henry zijn, nog steeds rondspokend in de pubs op zoek naar vergiffenis. Zijn handsbal verhinderde de Ierse kwalificatie voor het WK in Zuid-Afrika zes jaar geleden. Vandaag kennen de Ieren meer geluk en stoten ze wel door naar de eindfase.

Green-White Army
Amper 167 kilometer noordwaarts, in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, beleefden ze een maand eerder al dezelfde sentimenten. Noord-Ierland had de omweg van de barrages niet nodig. Het kwalificeerde zich als groepswinnaar en neemt voor het eerst deel aan een Europees kampioenschap. Na dertig lange jaren vol voetbalfrustraties maakt ook de Green-White Army zich op voor de reis naar Frankrijk. Zoveel voetbalvreugde beleeft men zelden op het Ierse eiland, en al zeker niet in tweevoud.

Echte voetbalvedetten kweekt men er niet, geen Gareth Bales of Zlatans die hun natie rechthouden. Ook de rockers van vroeger vind je er niet meer, de tijden van George Best of Roy Keane zijn lang vervlogen. De topschutter van de Noord-Ierse campagne met zeven doelpunten, Kyle Lafferty, behaalde slechts dertien speelminuten voor Norwich City dit seizoen. Begin april versierde hij in allerijl nog een uitleenbeurt naar Birmingham City in het Championship, op jacht naar meer speeltijd. Rechtsback Conor McLaughlin vocht met Fleetwood Town tegen degradatie in League 1. Ook hun buren moeten het doen met spelers uit de lagere divisies, met op sommige posities een meeloper uit de Premier League.

De sterren staan aan beide kanten in de dug-out. Twee naamgenoten, allebei afkomstig uit het noorden: Martin O’Neill bij Ierland en Michael O’Neill bij Noord-Ierland. Beide coaches worden op handen gedragen. Ze serveren cocktails van passie, team-spirit en wilskracht. Underdogs teren wel vaker op de kracht van het collectief. De fans houden ervan en zorgen voor de bijhorende heksenketel.

Irishness versus Britishness
In België worden de Vlaams-Waalse tegenstellingen vergeten wanneer Vincent Kompany aan de toss staat. Tous ensembleAll united. Niet in Noord-Ierland. Hier stopt de romantiek. Niet elke Noord-Ier staat onvoorwaardelijk achter zijn land van herkomst. Je achtergrond bepaalt van welk land je supporter bent. De Troubles sloegen er wonden waarvan de littekens moeilijk helen. De polarisatie is nog steeds vergroeid in het DNA van de Noord-Ier.

Sean McFinney is dertig, gek van sport en groeide op in Kilkeel, een Noord-Iers kuststadje dicht bij de grens. Net als veel andere jonge Noord-Ieren zocht hij een betere toekomst in het buitenland. Het eerste wat hij vond was een Vlaamse vriendin. Hij denkt er over na om zich definitief in België te settelen. Op 8 oktober 2015 keek hij in een Irish Pubin Gent naar Ierland v Duitsland en juichte hij om de goal van Shane Long. Een uittrap, een zeldzame inschattingsfout van Hummels en een knal volstonden om de wereldkampioen te verslaan. Voor Sean werd het een onverhoopte feestavond.

Achteraf hoorde hij dat Noord-Ierland zich dezelfde avond had gekwalificeerd voor het EK. Het volksfeest ging aan hem voorbij. “Het is hun gegund, ze speelden een geweldige kwalificatiereeks.” De laatste keer dat zijn land deelnam aan een groot toernooi was hij nog niet geboren, maar de kwalificatie laat hem koud. Hij voelt er zich niet bij betrokken. Als kind speelde hij Gaelic football, een mix van rugby en voetbal, dé Ierse sport bij uitstek. Hij en zijn katholieke familie volgden altijd al de sportprestaties aan de andere zijde van de grens.

McFinney: “Mensen praten steeds over het conflict tussen katholieken en protestanten, maar het gaat eerder om identiteit. Irishness versus Britishness. Culturele identiteit, voortgebouwd op het katholicisme en protestantisme. De godsdienstbeleving heeft er niets mee te maken. De verschillen liggen in de tradities die met de religies gepaard gaan. Ik werd katholiek opgevoed, maar bovenal Irish.”

Professor David Hassan staat aan het hoofd van de faculteit Sport & Maatschappij van de Ulster University, vlakbij Belfast. Volgens hem geldt Sean McFinney als een prototype voor een groot deel van zijn generatie. “In de katholieke gemeenschap focust men zich voornamelijk op wat er zich in Ierland afspeelt. Dat geldt ook voor sport. De traditionele Ierse sporten zijn zeer populair: rugby, cricket, Gaelic football en soccer, zoals ze het in Ierland noemen. Anders dan in het voetbal hebben rugby en cricket geen aparte federaties, het zijn ‘All Ireland-teams’. Bij die sporten kennen we dit fenomeen niet. Bovendien is het dertig jaar geleden, sinds het WK in Mexico, dat het Noord-Ierse voetbalteam zich kon plaatsen voor een groot toernooi, de eerste keer sinds het vredesproces. Het is een nieuw gegeven. Het EK geeft Noord-Ierland de kans om aan Europa te tonen dat het vooruitgang boekt.”

Windsor Park
Maar McFinney verwacht niet dat deze kwalificatie voor een nieuw nationaal gevoel zal zorgen. De redenen zijn legio. “Katholieke Noord-Ieren voelen zich niet welkom in Windsor Park. Daar werkt Noord-Ierland zijn interlands af. Er hing altijd al een sfeer van vijandigheid in Windsor Park. Het stadion ligt midden in een protestantse wijk, waar katholieken zich niet veilig voelen. Mensen zwaaien er met Britse vlaggen en de supporters zingen er traditionele liedjes ter verheerlijking van de Britse kroon. Het is een Brits bastion.”

Windsor Park is het thuisstadion van Linfield FC, een traditieclub uit Belfast en aartsrivaal van Glentoran, waar men lang de ongeschreven huisregel hanteerde geen katholieken toe te laten. Spelend in de kleuren van de Union Jack, de rood-wit-blauwe Britse vlag, spiegelen ze zich aan het Schotse Rangers. In en rond het stadion braken in het verleden meerdere malen rellen uit tussen katholieken en protestanten. Een beetje commotie is er niet vreemd. Ook wanneer het nationale elftal er speelt, kan het er hard aan toe gaan.

Windsor park belfast 001_edit_edit

Windsor Park, Belfast

Het verhaal van Neil Lennon verduidelijkt dit. Lennon is een stoere middenvelder met harde tackle én een ginger (roodharig). Hij voldeed aan alle clichés waar ze in Noord-Ierland gek op zijn. Hij debuteerde in 1994 voor het nationale elftal en maakte deel uit van een van de vele glansloze generaties. Dat hij opgroeide in een katholieke buurt werd pas een probleem in de winter van 2001, nadat hij de overgang maakte van Leicester City naar Celtic. De club uit Glasgow werd aan het einde van de negentiende eeuw opgericht voor en door katholieke Ierse migranten. Celtic groeide uit tot het bonzend hart van de verpauperde katholieke arbeiderswijken en werd een symbool voor alles wat met Ierland heeft te maken. Sinds zijn transfer naar Parkhead werd Lennon beschimpt en vernederd door het publiek van Windsor Park. Uitgefloten worden door landgenoten, in een stadion met slechts half gevulde tribunes klinkt het gefluit ongetwijfeld nog scherper.

Achttien maanden hield hij het vol, tot de BBC-afdeling van Belfast een telefoontje kreeg net voor een interland tegen Cyprus. Een boodschap van het Loyalist Volunteer Force, een protestantse terreurgroep: “If Neil Lennon takes the field tonight, he will get seriously hurt.” In Noord-Ierland weet iedereen wat dat kan betekenen. Lennon trok zijn conclusies en beëindigde meteen zijn internationale carrière. Ziek van het gedoe. Zijn cultstatus verminderde er niet om, hij groeide uit tot een Celtic-icoon, als speler én als trainer.

Football For All
Lennons verhaal illustreert het pijnlijke verleden. Het vredesproces is inmiddels achttien jaar aan de gang en ook de huidige kern bestaat uit katholieken en protestanten. Nu de resultaten goed zijn, fluit het publiek ook niet meer. Michael O’Neill, de bondscoach, creëerde een geweldig samenhorigheidsgevoel in zijn groep en dat vertaalt zich naar de tribunes.

Professor Hassan benadrukt dat er veel positieve signalen zijn. “De Noord-Ierse voetbalbond IFA speelt daarbij een belangrijke rol. Tien jaar geleden startte de bond de Football For All-campagne, met als bedoeling beide gemeenschappen dichter bij elkaar te brengen. Coaches, jeugdspelers en vrijwilligers werden bewust gemaakt van de problematiek. Sektarische en racistische slogans moesten verdwijnen uit de stadions. Tijdens de feestelijkheden na de kwalificatie werd een man opgepakt die trachtte ‘the birdie song’ in te zetten. Hij heeft inmiddels een stadionverbod aan de broek, dus geen EK voor hem.”

Ook de nationale supportersfederatie werkte mee aan de vooruitgang. Graffitiboodschappen zijn weggepoetst en ook de oproep om de groen-witte kleuren van het elftal te dragen en de Britse vlaggen thuis te laten, kreeg gehoor. En de fans vinden hun weg terug naar het stadion, het gemiddelde toeschouwersaantal verdrievoudigde tot ongeveer twaalf à dertienduizend. Bovendien wordt het verouderde Windsor Park vernieuwd en uitgebreid. Volgende zomer zal het een moderne arena zijn.

Rory McIllroy, de wonderboy van de golfsport, juichte mee op de tribune tijdens de kwalificatie. Dat was niet toevallig, zijn oom werd namelijk vermoord tijdens de Troubles. De televisieregie bracht hem een paar keer in beeld, als een soort posterboy van de post-Troubles-generatie. De inspanningen lonen, Windsor Park lijkt niet langer het Britse bastion waarover Sean McFinney sprak. Iedereen is welkom.

James McClean
Terug naar Sean. “Er zal nog veel moeten veranderen voordat ik naar Noord-Ierland ga kijken. Voor elke wedstrijd spelen ze er God Save The Queen.” Erkend sinds 1921 als deel van het Verenigd Koninkrijk, is God Save The Queen natuurlijk het officiële volkslied. Maar net als de Union Jack staat het symbool voor alles wat met Groot-Brittannië heeft te maken. McFinney voegt toe: “Op de tribunes wordt er nog steeds uitdagend gezongen. Ik las op Twitter dat het publiek tijdens de wedstrijd tegen Griekenland zong: ‘Are you watching, James McClean?’”

McClean was inderdaad aan het kijken, weliswaar naar een andere wedstrijd. Geschorst op de tribune zag hij hoe Ierland de wereldkampioen versloeg. Hij lijkt de Neil Lennon van de huidige generatie te worden, al speelt hij niet voor hetzelfde land. Geboren in Derry/Londonderry, in de katholieke wijk Creggan waar de mars van Bloody Sunday zich voltrok, werd hij dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van de Troubles. Hij speelde voor de nationale jeugdelftallen van Noord-Ierland, maar koos uiteindelijk om voor Ierland te spelen. “Elke katholiek zou liegen als hij zegt dat hij zich comfortabel voelt bij de Noord-Ierse ploeg. Ik voelde me geen lid van de ploeg.”

McClean is een man van principes. Spelend voor West Bromwich Albion kreeg hij november vorig jaar de volle lading omdat hij weigerde te spelen met een ‘poppy’ op zijn shirt. Die klaproos wordt traditioneel gedragen van 1 november tot de wapenstilstand, als eerbetoon aan het Britse leger. “De poppy staat niet alleen symbool voor de slachtoffers van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar verwijst naar alle conflicten waar het Britse leger in betrokken was. Dat kan ik onmogelijk steunen”, zo verklaarde McClean.

Eerder in het seizoen weigerde hij de ode aan de Queen toen plots het Britse volkslied werd gespeeld, net voor een oefenwedstrijd bij zijn club. De traditie wil dat je tijdens het volkslied naar links draait, hoofd omhoog. McClean weigerde in stilte en hield respectvol zijn hoofd naar beneden. Het maakt van hem de kop van Jut. Ook een trots man heeft recht op zijn principes. McClean is een goede voetballer, trots dat hij voor Ierland mag uitkomen waar hij, uiteraard, geweldig populair werd door deze gebeurtenissen.

Eén nationale ploeg?
Maar zo verloor Noord-Ierland dus wel talent aan haar buren. Elke Noord-Ierse speler kan kiezen voor wie hij uitkomt, dat maakte deel uit van het vredesakkoord. Zo komt het dat Noord-Ieren zoals Darron Gibson, James Duffy, Marc Wilson en James McClean toch voor Ierland spelen, hoewel ze aan de andere kant van de grens opgroeiden. Het is opnieuw een kwestie van identiteit. De verbondenheid met Dublin is groter dan die met Belfast.

Regelmatig gaan er stemmen op om één nationale ploeg te vormen voor het volledige Ierse eiland, maar volgens Professor Hassan is dit nog ver: “Zeker nu beide naties zich allebei konden kwalificeren. Bovendien bestaat de Noord-Ierse nationale ploeg niet louter uit protestanten. De verdeling is niet fifty-fifty, maar bondscoach Michael O’Neill is bijvoorbeeld van katholieke afkomst. Ook katholieken kunnen verbondenheid voelen in het land waar ze opgroeiden. Of ze kiezen voor de federatie die hun de beste sportieve uitzichten biedt.”

Derbykoorts?
De kans dat Noord-Ierland en Ierland elkaar treffen in Frankrijk is klein. Beide landen kunnen elkaar pas in de kwartfinales treffen en dat lijkt een brug te ver. Het is een geruststelling voor de gendarmes, die het op dit moment al druk zat hebben. Een confrontatie met Wales of Engeland, ook altijd zeer bewogen, behoort wel tot de mogelijkheden. Maar het moeilijkste zal het overleven worden van de groepsfase. Ierland wordt als zwakke broertje gezien in de poule met België, Italië en Zweden. Noord-Ierland neemt het op tegen Duitsland, Polen en Oekraïne. Beide landen zijn underdogs in hun poule. Maar als David wint van Goliath, is het publiek doorgaans tevreden. De antwoorden volgen binnen twee weken.

Gunther Steyaert