Kan een speler groter zijn dan een club? Iedere supporter zal de vraag stellig met ‘nee’ beantwoorden, maar in het geval van Francesco Totti – die vandaag zijn 42e verjaardag viert – komt het toch dicht in de buurt. Vierentwintig seizoenen lang was Totti de keizer van Rome, maar vorig jaar deed hij afstand van zijn troon. Voor Staantribune #13 trok redacteur Joris van de Wier naar de Italiaanse hoofdstad om Totti tijdens de derby tegen Lazio een laatste Saluto Romano te geven.

In de bar Magnano Lucia, midden in de wijk waar Francesco Totti is opgegroeid, barst een stevige discussie los. Alle Italiaanse clichés worden van stal gehaald: het luide praten, de handgebaartjes en het theater. Aanleiding van dit toneelspel is mijn vraag of Francesco Totti de grootste speler is die AS Roma ooit heeft gehad. Iemand heeft het gewaagd te zeggen dat hij Giuseppe Giannini eigenlijk een betere speler vindt. Omdat ik geen Italiaans spreek, heb ik geen idee wat er precies wordt gezegd. Wel is het duidelijk dat iedereen deze Giannini-fan een totale idioot vindt. Twijfelen aan de grootste ooit is not done in dit deel van Rome.

De status van Totti hier in de wijk wordt mij nog duidelijker als ik het kleine barretje uit loop. Een paar meter verderop is op de zijkant van een verlaten school een gigantische muurschildering van Francesco Totti aangebracht. Dat die uitgerekend hier is aangebracht, is geen toeval. Dit is de buurt waar Totti is opgegroeid in een appartement aan de Via Vetulonia. Het is een volkswijk, maar zeker geen rare tokkiebuurt. Het Colosseum ligt op een kwartiertje wandelen en er zijn volop winkels en kroegen te vinden. Dat dit AS Roma-territorium is, staat buiten kijf. Overal zijn slogans op de muur gespoten met de boodschap dat de Giallorossi de grootsten zijn. Teksten als Lazio Merda maken dan weer duidelijk dat de lichtblauwe stadsgenoot hier minder populair is.

Het is daarom geen wonder dat Totti opgroeide als AS Roma-supporter. Hier in San Giovanni, een wijk ten zuiden van het centrum, is bijna iedereen fan van de geel-roden. Zijn shirt hangt hier in winkels en mensen hebben Roma-vlaggen uit hun raam wapperen. De liefde voor de Giallorossi is hem dan ook met de paplepel ingegoten. Op het moment dat Totti nog voor een kleine amateurclub speelde en AC Milan aan de deur stond om hem een contract aan te bieden, wees mama Totti de Milanista dan ook vriendelijk maar resoluut de deur. “In dit huis zijn wij AS Roma-supporters”, gaf ze het bezoek nog als boodschap mee. Toen niet veel later ook Lazio langskwam met een contractvoorstel, was het antwoord ook al duidelijk. Totti was voorbestemd om voor AS Roma te gaan spelen en in 1989 kwam die droom uit.

Eeuwige trouw
Op 28 maart 1993 maakte Totti, zestien jaar oud pas, zijn debuut voor AS Roma. Op 28 mei 2017 sloot Il Capitano na 786 wedstrijden en 307 doelpunten voor de club zijn indrukwekkende carrière af. Hij won niet veel met AS Roma, de club waar Francesco sinds 1998 aanvoerder was. Eenmaal de scudetto en twee keer de Coppa Italia. Een prijzenkast waar veel voetballers, die veel minder talent hebben in hun hele lijf dan Totti in z’n linkerteen, hun neus voor ophalen. Maar voor Totti zijn prijzen altijd minder belangrijk geweest dan clubtrouw. Die ene scudetto uit 2001 is hem meer waard dan vijf Champions Leagues-titels met Real Madrid, de club die hem meerdere malen probeerde over te halen om Rome te verlaten voor meer roem, glorie en salaris. Maar Totti hapte nooit toe. “Rome is mijn familie, mijn vrienden en de mensen van wie ik houd. Het is de zee, de bergen en de monumenten. Deze club en deze stad zijn mijn leven”, zei hij ooit toen hem werd gevraagd waarom hij nooit de overstap naar Real had gemaakt.

Rome is belangrijk voor Totti, maar Totti is ook belangrijk voor Rome. Volgens Maurizio Crosetti, sportjournalist van La Repubblica, is hij dat niet alleen voor AS Roma, maar voor de hele stad: “Rome is een stad van symbolen. Je hebt de paus, het Colosseum, maar Totti is ook een symbool. Het gaat tegenwoordig niet goed met Rome. Het vuil stapelt zich op, parken zien er niet uit, er is veel corruptie, maar Totti is een symbool waar wij Romeinen trots op kunnen zijn. Dat hij stopt, doet daarom veel pijn. De stad verliest weer iets goeds.” Een andere journalist, Alessandro Vocalelli van de Corriere dello Sport, vult aan: “Met Totti was Rome een vrolijkere stad. Er was enthousiasme en plezier. Nu is het veel donkerder, melancholischer. Zeker als Totti is gestopt met voetballen, zullen veel mensen zich ineens een stuk ouder voelen. Hun jeugd is voorbij.”

Dat is ook het gevoel van Davide, hier in bar Magnano Lucia aan de vooravond van AS Roma – Lazio. “Het voelt voor mij heel raar aan dat Totti gaat stoppen. Ik ben 37 en jonger dan hij. Nu hij stopt, besef ik ineens dat ik oud aan het worden ben. Pirlo en Buffon zijn ook nog ouder dan ik, maar de eerste is lekker aan het rentenieren in de Verenigde Staten en die tweede is een doelman en dat telt niet. Totti is de enige veldspeler die ouder is dan ik die nog op een hoog niveau speelt. Ik weet bijna niet beter dan dat hij altijd bij Roma heeft gezeten. Ik heb geen seizoenkaart meer, maar voor zijn laatste wedstrijden heb ik allemaal losse kaartjes gekocht. Vooral naar de wedstrijd van morgen tegen Lazio kijk ik erg uit. Ik hoop dat Totti lang mee mag doen en de winnende scoort. Eigenlijk moet hij dan meteen stoppen en niet tot het einde van het seizoen wachten.”

Verdriet
AS Roma – Lazio is een van de laatste thuiswedstrijden voor Francesco Totti. Hierna nog twee en dan is het over. Rondom het stadion lopen veel mensen in een shirtje van AS Roma. Als er een naam op de rug staat gedrukt, is het in negentig procent van de gevallen die van Totti. Zo ook bij Cristian Maniero, al jarenlang seizoenkaarthouder van AS Roma. Als ik hem vraag wat Totti voor hem en AS Roma betekent, springen de tranen in zijn ogen. “Totti betekent alles voor mij. Echt alles. Hij is AS Roma. Zolang ik de club volg, speelt Totti mee. Ik kan mij niet voorstellen dat hij er volgend seizoen niet meer bij is. Het voelt alsof ik een familielid ga verliezen. Ik heb nu al geen zin meer om volgend seizoen naar het stadion te gaan. Een AS Roma zonder Totti zal voelen alsof ik mijn ledematen kwijt ben. Eerlijk, ik zou zo mijn benen geven als dat zou betekenen dat Totti nog tien jaar door zou kunnen spelen.”

Voordat Maniero in tranen uitbarst, vraag ik hem snel naar het hoogtepunt van Totti bij AS Roma. “Dat was zonder twijfel de scudetto van 2001. Al jarenlang wonnen de bastaarden uit het noorden de titel en in 2000 werd ineens Lazio kampioen. Lazio merda! Dat deed zoveel pijn. Zeker omdat 2000 voor ons Romeinen een belangrijk jaar was. Ik was gebroken. Maar het jaar erop bracht Totti ons vreugde en liet alle pijn verdwijnen. Samen met Batistuta maakte hij dat schijt-Juve kapot. Hoeveel geld Juve ook bood aan scheidsrechters, het lukte ze niet om ons voor te blijven. Ik was dagenlang dronken van geluk. De hele stad was een groot circus. Het was de mooiste dag uit mijn leven. Mooier dan mijn trouwdag en de geboorte van mijn dochter. Altijd als ik mij verdrietig voel, denk ik weer aan de dag dat wij kampioen werden. Daarvoor ben ik Totti eeuwig dankbaar.”

Totti is God
Op de Ponte Duca d’Aosta, de brug over de Tiber, vanwaar de weg rechtstreeks naar het Olympisch stadion leidt, zit Gianni Aglietti. Ook hij is verdrietig over het aankomende afscheid van Totti. “Voor buitenstaanders is het lastig te begrijpen wat Totti voor Roma betekent. Je moet het zien als wat Johan Cruijff voor jullie Nederlanders heeft betekend en dan maal honderd. Wij zijn Francesco en Francesco is ons. Kijk om je heen. Je ziet hier duizenden mensen lopen en iedereen wil Hem zijn. Vergeet trouwens niet om hem met een hoofdletter te schrijven, want voor mij staat Totti gelijk aan God. Hij maakt al onze dromen waar doordat hij een fan is die op het veld staat. Als Totti zijn voetbaltalent niet had gehad, had hij vandaag hier op de tribune gezeten. Natuurlijk heeft hij hier goed geld verdiend, maar hij zou sterven voor Roma en dat kunnen niet veel voetballers hem nazeggen.”

Aglietti zwijgt even en gaat dan verder: “Weet je wat ook jammer is? Dat met hem ook een type voetballer uitsterft. De pure technicus. Iemand die het niet van z’n kracht en snelheid moet hebben, maar van pure voetbalkwaliteit. Goed, je hebt Messi nog, maar voor de rest? Afschuwelijke krachtvoetballers als Pogba en Cristiano Ronaldo zijn het nu helemaal. Ik denk dat je in de toekomst alleen maar van dat soort lelijke spelers gaat krijgen. Het voetbal van morgen gaat geen pretje worden. Ik kijk nog vaak naar filmpjes van Francesco op YouTube. Dat is het pure voetbal. Over een maand is dat verdwenen uit Rome. AS Roma is mijn club, maar zonder Totti is het plezier uit de ploeg wel weg. Dankzij Francesco hadden wij een soort morele superioriteit over de andere Italiaanse ploegen. Juve mag dan wel ieder seizoen de titel winnen, met hun lelijke voetbal en vals spel zijn die titels niets waard. Doordat wij Totti hebben, zijn wij altijd beter dan Juve, maar vanaf volgend seizoen kunnen we dat niet meer zeggen. Dat is misschien wel het meest pijnlijke aan zijn afscheid.”

‘C’è solo un capitano’
Tijdens de derby tegen Lazio vecht Roma voor de laatste kans op de titel, maar de spelers zijn lamlendig. Het publiek schreeuwt om Il Capitano, maar coach Luciano Spalletti weigert hem in te brengen. De coach wordt verrot gescholden en brengt een kwartier voor tijd Totti dan toch het veld in. Eindelijk. De supporters heffen het C’è solo un capitano aan, een spreekkoor voor hun aanvoerder. Ondanks dat Totti het allemaal niet meer kan belopen, gebeurt er wel iets. Het publiek, tot dan toe erg tam, gaat achter de ploeg staan en ook de medespelers van Totti lijken ineens weer actiever te worden. Stiekem hoopt iedere thuissupporter op een herhaling van de Romeinse derby uit 2015 toen Totti de 2-2 maakte en dat vierde met een selfie. Vandaag zit het er niet in. Il Capitano is onzichtbaar en Lazio maakt zelfs de 1-3. De 44ste en laatste derby die Totti speelt, gaat verloren.

De weken daarop begint de afscheidstournee voor Totti. Roma kan de titel niet meer winnen, dus iedere wedstrijd van de Giallorossi draait om Il Capitano. Bij een uitwedstrijd tegen AC Milan eert de Curva Sud hem met een spandoek en krijgt hij een staande ovatie van de Milanista. Beide supportersgroepen zijn woedend dat Spalletti Totti de hele wedstrijd op de bank laat zitten. Zelfs de Irriducibili, de harde kern van Lazio, brengen een eerbetoon aan hun grote vijand. “Totti, je vijanden voor het leven groeten je” staat er te lezen op hun spandoek. Als je dat als voetballer voor elkaar krijgt bij een club die je met je doelpunten veel pijn hebt gedaan, ben je een hele grote.

In zijn laatste wedstrijden als voetballer stijgt Totti boven AS Roma uit. Il Capitano is voor even van iedereen, maar toch krijgt hij logischerwijs van zijn eigen supporters het grootste afscheid.

De beelden van Totti die een ereronde loopt na zijn laatste wedstrijd voor Roma gaan de wereld over, met name door de vele tranen die vloeien. Totti kan het amper drooghouden, maar ook zijn vrouw en kinderen en Daniele De Rossi, zijn opvolger als aanvoerder, hebben het er moeilijk mee. Terwijl Totti zijn rondje loopt en zwaait naar zijn publiek, zetten veel supporters het op een janken. De supporters zijn de schaamte voorbij, want zij weten dat zij op dat moment bij iets unieks aanwezig zijn. De laatste absolute topspeler die zijn leven lang voor een niet-topclub speelde, is gestopt. De allerlaatste voetballer die niet voor het geld en de prijzen koos, maar voor zijn club. Ciao, Francesco!

Tekst: Joris van de Wier
Foto header: Pro Shots/Insidefoto

Naast dit verhaal bezochten we voor Staantribune #13 ook Napels om een beeld te krijgen van de grootsheid van Diego Maradona, die ereburger werd van de stad die hij in 1987 de eerste scudetto schonk. 

Verder in deze editie onder meer:
•    Pierre van Hooijdonk over zijn tijd bij Celtic, Forest, Benfica en Fenerbahçe
•    Barnsley v Sheffield Wednesday
•    Bert Jacobs, legende in Arnhemse dienst
•    Een tocht langs de WK-steden in Rusland
•    AS Saint-Étienne
•    Three Little Birds en Ajax
•    Hoe Lionel Messi én Jack Tuyp strijden om de Helmond Cup
•    Bastia – PSV (1978)
•    Interview Hélène Hendriks, ‘hooligan’ van de perstribune
•    Uitsupporters: van veevoer naar vrij vervoer
•    Peter Schmeichel
•    De Derby Uruguay – Argentinië
•    Huddersfield Town
•    De voetbalcultuur van Liechtenstein
•    Fotoreportage: Feyenoord-kroegen ‘op’ Rotterdam-Zuid
•    Stadionportretten

Bestel het magazine na in de webshop!