In de Kaukasus aan de Zwarte Zee ligt het ministaatje Abchazië. Het klinkt net zo fictief als Syldavië, het land uit de stripboeken van Kuifje. Maar Abchazië bestaat echt. Tenminste, volgens de Abchazen zelf. De rest van de wereld, uitgezonderd Rusland, Venezuela, Nicaragua en Nauru, vindt van niet. Die beschouwen Abchazië als een onderdeel van Georgië. Maar sinds 1993 heeft Georgië niets meer te zeggen in het gebied. Een bloedige burgeroorlog, waar wij in Nederland weinig van mee hebben gekregen omdat de focus op Bosnië was, zorgt ervoor dat Abchazië al dertien jaar een bevroren conflict is. Alleen in 2008 kwam het even tot leven met korte schermutselingen.

Ooit was Abchazië een groot koninkrijk. Maar dan hebben we het over zo’n duizend jaar geleden. Daarvoor en erna was het gebied vaak bezet. Eerst door Grieken en Romeinen en later door Georgiërs. Even was er nog onafhankelijkheid. In de zestiende eeuw was Abchazië namelijk een tijdje een Prinsdom, maar ook dat was snel afgelopen. De Ottomanen vielen binnen en dwong de elite – Abchazië was op dat moment een christelijk land – om zich te bekeren tot de islam. Halverwege de negentiende eeuw vielen de Russen Abchazië binnen en dwongen de moslims het gebied te verlaten om zich te vestigen in het Ottomaanse rijk. Dat betekende dat de helft van de bevolking ineens weg was. Georgiërs, Russen en Armenen namen hun plek in, want Abchazië is een ontzettend aantrekkelijk gebied. Het heeft een zacht klimaat, er groeien volop vruchten en ligt perfect aan de Zwarte Zee.

Na de communistische revolutie in Rusland in 1918 werd Georgië onafhankelijk. Abchazië werd onderdeel van Georgië, maar toen de bolsjewieken het land binnenvielen in 1921 was het over met de pret voor de Georgiërs. Het land werd onderdeel van de Sovjet-Unie. Georgië en Abchazië werden uit elkaar gehaald en ieder een aparte republiek onder de vlag van de Sovjet-Unie. Tien jaar later werden ze weer bij elkaar gevoegd. Stalin, zelf een Georgiër, zag graag een sterk en groot Georgië en Abchazië moest daar deel van uitmaken. De Abchazen werden onderdrukt en kinderen op school moesten in het Georgisch onderwezen worden. Abchazische scholen werden gesloten. Topbanen in Abchazië gingen ook bijna zonder uitzondering naar Georgiërs. De Abchazen werden een soort tweederangsburgers in hun eigen land.

Eind jaren tachtig begon de Sovjet-Unie langzaam af te brokkelen. Het leverde spanningen op in een hoop gebieden, waaronder Georgië en Abchazië. De Abchazen, die ondertussen een minderheid vormden in Abchazië, wilden graag dat hun land een onafhankelijke republiek werd. De Georgiërs gingen daar niet mee akkoord en toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, werd Abchazië een provincie van Georgië. Maar het bleef rommelen en in juli 1992 riep Abchazië de onafhankelijkheid uit. Georgië besloot hard op te treden. De Georgische generaal Giorgi Karkarashvili waarschuwde in een toespraak op televisie dat hij bereid was 100.000 Georgiërs op te offeren om de 97.000 Abchazen af te maken. Het Georgische leger viel de Abchazische hoofdstad Sukhumi binnen en begon met een orgie van geweld. Huizen van Abchazen werd leeggeroofd, vrouwen werden verkracht en mensen werden zonder pardon doodgeschoten. In musea werd Abchazische kunst vernietigd en het nationale archief van Abchazië werd in brand gestoken. Veel Abchazische mannen vluchtten de bergen in om zich te hergroeperen.

Het leek kansloos voor de Abchazen, maar in de bergen kregen ze steun van andere Kaukasiërs, met name Tsjetsjenen. Ook sloten Kozakken en Russen zich aan bij de Abchazen. Een aanval op Gagra volgde. De Abchazen veroverden de stad en namen wraak op de Georgiërs die niet konden vluchten. Moordpartijen volgden, waarbij vooral de Tsjetsjenen gruwelijk tekeer gingen. De leider van de Tsjetsjenen was Sjamil Basajev, die later de meest gezochte man van Rusland zou worden. Daarna werd het een half jaartje rustig, met hier en daar wat wapengekletter. In maart 1993 vielen de Abchazen de hoofdstad Sukhumi aan, die nog steeds in handen was van de Georgiërs. Wekenlang werd de stad gebombardeerd en toen de Abchazen Sukhumi in handen kregen, werden de overgebleven Georgiërs zonder aanzien des persoon afgemaakt. Weer waren het vooral de Tsjetsjenen die zich gedroegen als beesten, zoals ze even later ook tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog zouden doen. Zij werden zelfs door hun coalitiegenoten verafschuwd. Aan het eind van de burgeroorlog waren bijna alle 250.000 Georgiërs uit Abchazië verdwenen.

In 1993 was Abchazië dus de facto onafhankelijk, maar niemand erkende het land. Zowel de grens met Georgië als Rusland zat potdicht. De rare situatie ontstond dat de Abchazen opgesloten waren in hun eigen land. Het was niet mogelijk om te reizen of te handelen. Voor Abchazen bestond de wereld zeven jaar lang alleen maar uit Abchazië. Een totaal isolement. Pas toen Poetin aan de macht kwam in Rusland, begon de grens een klein beetje open te gaan. Belangrijke exportproducten als wijn, citrusvruchten, tabak en thee konden weer verkocht worden aan Russen en de Abchazische economie kwam weer een beetje op gang. Er kwamen zelfs weer Russen op vakantie in Abchazië. In de Sovjettijd was het land een befaamd vakantieoord. Niet alleen voor de grote mannen (Stalin, Chroesjtsjov en Gorbatsjov hadden er datsja’s), maar ook de gewone man mocht wel eens op vakantie in Abchazië. Die kreeg je aangeboden als je een trouw partijlid was.

Abchazië heeft eigenlijk alles om een vakantieparadijs te worden. Het klimaat is zacht, de Zwarte Zee is er zuiver en de bergen liggen om de hoek. Maar nog altijd zijn het vooral Russen die er komen. Veel regeringen geven nog steeds een negatief reisadvies voor Abchazië, terwijl de laatste oorlog met Georgië alweer uit 2008 stamt. Toen kwamen Georgië en Zuid-Ossetië (een ander deel van Georgië dat onafhankelijk wil worden) in conflict. De Russen bombardeerden Georgië en de Abchazen maakten van de onrust gebruik om samen met Russische troepen de Kodorivallei te veroveren, het laatste stukje Abchazië dat in handen was van Georgië. Sindsdien is het een bevroren conflict. Een rivier is de grens tussen beide landen, die wordt bewaakt door Georgiërs aan de ene kant en Russen aan de andere kant. Een oplossing lijkt onmogelijk. Abchazië wil nooit meer een onderdeel worden van Georgië en Georgië zal Abchazië nooit erkennen.

Abchazië is gastheer van de ConIFA World Football Cup 2016. Namens Staantribune verblijven Joris van de Wier en Joris Kaper in het land om verslag te doen van alle ontwikkelingen aldaar.