Toen de naar verluidt steenrijke Merab Jordania het destijds armlastige Vitesse overnam, voelde dat in Arnhem alsof de Postcode Loterij Kanjer was gewonnen. Het onhaalbare werd plots haalbaar. Zo kon Vitesse zich Wilfried Bony veroorloven en werd eensterren-camping De Slenk ingeruild voor een gloednieuwe accommodatie, het peperdure Papendal.

Zulke dingen gebeuren ook op lager niveau. In het Gelderse Doortwerth tilden de investeringen van windmolenbouwer Arjen Ploeg zaterdagvereniging Duno de afgelopen jaren van de vierde naar de eerste klasse. Ondanks een krakkemikkige accommodatie  – door een tegenstribbelende gemeente is er nog altijd geen tribune – wemelt het bij Duno van oud-profs die de club richting Tweede Divisie moeten stuwen. Zo is Patrick ter Mate (ex-Go Ahead Eagles) doelman, Jan Oosterhuis (ex-prof en assistent-trainer van De Graafschap) speelt voor technisch manager, Civard Sprockel is de meest recente aanwinst en de trainer is een ex-bondscoach, de markante Lodewijk de Kruif, die ooit de baas was van de beste voetballers van Bangladesh.


Purrel Fränkel, in een vorig voetballeven speler van De Graafschap en Vitesse, is al jaren de aanvoerder van Duno. Ik spreek Purrel net nadat Duno op ‘eigen klei’ – in een rechtstreeks duel – de periodetitel heeft verspeeld aan directe concurrent Montfoort. Montfoort, een vriendenploeg, heeft een bus vol meegereisde fans meegenomen die voor een gekkenhuis in de Duno-kantine zorgen. De spontane Montfoort-polonaise wordt vocaal begeleid door Duno-materiaalman Oury, die Nederlandstalige schlagermuziek door een microfoon zingt en danst op tafel. Een niet onverdienstelijke performance, al verzoekt de Duno-gastvrouw om Oury zelf niet te complimenteren. 

De immer relaxed ogende Fränkel kan er wel om lachen. Plezier is belangrijk in zijn leven, dat nog steeds om voetbal, voetbal en voetbal draait. “Ik kwam hier vijf jaar geleden direct na mijn profcarrière om een lang gekoesterde wens te vervullen: samenspelen met mijn vriend Jeremy Overbeek Bloem. We speelden vierde klasse, maar ik vond het prachtig. Geweldige jaren waren het, zeker net na een profloopbaan. Geen druk, geen poeha, geen verplichtingen in het sponsorhome na een wedstrijd. Hier kon ik na een potje voetbal gewoon met een biertje en sigaretje in de kantine zitten… Genieten man.”

Voelde Fränkel, wiens stijl het midden hield tussen nonchalant en avontuurlijk, druk als profvoetballer?  “Natuurlijk voel je spanning, je kunt de belangen die bij profvoetbal horen niet ontkennen. Maar als Vitesse-speler was ik niet nerveus of zo. Ik dacht altijd heel simpel: ik doe mijn best, geef alles en dan is het goed, want meer kun je niet doen.

Of mijn medespelers bij Duno onder de indruk waren omdat ik rechtstreeks van de profs kwam? In het begin misschien. Je voelt dat anderen naar je kijken, een bepaalde afstand. Maar ik wil graag één met anderen zijn en absoluut niet boven mensen staan. Ik wil gelijkwaardig met mensen omgaan. Hoe ik dat doe? Door gewoon Purrel te zijn, hè. Dus als ik jongens op een bepaalde manier zie kijken, stap ik erop af en maak een praatje, zodat we normaal contact hebben. Ik ben relaxed. Kom uit Suriname, woon in de Bijlmer, omgevingen die je met beide benen op de grond houden…Mijn vriend Overbeek Bloem is inmiddels weg en ik ben hier nog steeds, omdat ik het leuk vind en me hier thuis voel.”

Het geld van Duno Air (het windmolenbedrijf, red.) speelt ook mee toch? “Natuurlijk, maar als ik geen plezier ervaar, was ik al lang weg natuurlijk.”

Fränkel woont nog steeds in Amsterdam  (“Lekker in de Bijlmer tussen mijn eigen mensen”), maar voetbalt al jaren in het Gelderse dorp Doorwerth. “Waarom ik niet in Amsterdam speel? Ik denk dat niemand daar weet dat ik nog voetbal. Houden zo. In deze regio ken ik niemand, kan ik lekker anoniem ballen. Ik heb het naar mijn zin en bij een andere club moet je toch weer integreren en wennen en zo. En ach, die reistijd valt met een snelweg reuze mee.”

Fränkel speelt bij Duno met rugnummer 41, een verwijzing naar zijn niet bij z’n fysieke gesteldheid passende leeftijd. “Of ik volgend seizoen met nummer 42 speel? Nee, ik denk het niet. Fysiek kan ik het nog makkelijk aan, maar ik heb een gezin, twee kinderen. Mijn oudste zoon speelt in de jeugd van Ajax, de jongste loopt er nu stage. Het voetballen hier wordt steeds lastiger te combineren. Maar je weet het nooit…”

Duno-trainer Lodewijk de Kruif – van wie ik nog graag eens wil horen hoe dat was, bondscoach zijn van Bangladesh – hoopt dat zijn kapitein aan boord blijft. “Natuurlijk hoop ik dat Purrel hier blijft. Purrel is een lieve, zachtaardige jongen buiten het veld, maar vergis je niet: daarbinnen niet hoor.”