Twee locomotieven en twee treinwagons langs het veld van het Belgische FC Sobemai zijn afgelopen weekend, na veertig jaar, weggetakeld. Twee resterende wagons wacht hetzelfde lot. Staantribune ging nog net op tijd langs bij het bizarre terrein.Sobemai_staantribune05

Een van de vreemdste voetbalcomplexen van Europa ligt in Maldegem,
 een stadje in Oost-Vlaanderen op een steenworp afstand van Zeeuws-Vlaanderen. ‘Edelhart de Lillestadion’ is de groteske naam van een veldje dat omringd wordt door historische treinstellen. FC Sobemai is al veertig jaar de bespeler van het veld.Sobemai_staantribune03Zodra je het Edelhart de Lillestadion binnenloopt, val je als buitenstaander om van verbazing. De spelers valt het allang niet meer op, maar de historische treinwagons zijn een blikvanger van jewelste. Achter het doel loop je van de treinstellen van de Britse koninklijke familie naar die van het Belgische koningshuis. Je kunt tegen een treinstel hangen waarmee Hermann Göring in 1940 naar het front ging en ondertussen een wedstrijd zien.Sobemai_staantribune07De bonte verzameling is te danken aan Edelhart de Lille. Hij was jarenlang de grote man van Sobemai, een groot staalbedrijf in Maldegem. De hobby van De Lille was het vergaren van vervoersmiddelen en dan het liefst treinen met historische waarde. Vanaf de jaren vijftig haalde hij ze overal vandaan om ze vervolgens in de loods van zijn bedrijf neer te zetten. Toen die vol was, werden ze op het grasveld naast de loods gezet. Treinliefhebbers kwamen van heinde en verre om ze te bekijken en te fotograferen. De Lille vond dat geweldig, want hij was trots op zijn verzameling en het streelde zijn ego dat er mensen speciaal naar Maldegem kwamen voor zijn treinen.Sobemai_staantribune01

soccerfanshop.nl

In 1966 kregen de werknemers van Sobemai tijdens hun pauze ineens een briljant idee. Terwijl ze boterhammen aten, had een van hen de ingeving om een voetbalploeg te beginnen. Het idee werd enthousiast onthaald door de rest en FC Sobemai was geboren. In de beginjaren werd er vooral tegen andere fabrieksploegen gespeeld op een veldje in Maldegem. In 1973 schonk Edelhart de Lille de ploeg een deel van het grasveld naast de loods. Dat veld werd omgedoopt tot het Edelhart de Lillestadion. Van een stadion is geen sprake, want er is geen tribune te bekennen. Maar dat hoeft ook niet, want behalve de vrouwen en wat vrienden, komt er zelden iemand kijken. Hooguit een treinliefhebber om foto’s te maken.Sobemai_staantribune06

Van het bedrijf Sobemai is tegenwoordig amper iets over. Edelhart de Lille stierf in 2008, maar
 FC Sobemai bestaat nog altijd. Ze spelen wedstrijden tegen clubs die namen dragen als Camerados, Zeven Torentjes, Walrus en FC Straaljagers. Dit is het pure cafévoetbal. Of amateurvoetbal, zoals voorzitter/scheidsrechter Eric Sierens (56) het noemt. “Officieel heet het amateurvoetbal. Dat is anders dan het amateurvoetbal in Nederland. Wij staan helemaal los van de Belgische voetbalbond en spelen geen competitie. We proberen iedere week tegen een andere amateurclub een wedstrijdje te regelen. Ik fluit altijd als wij een thuiswedstrijd spelen en heb zelfs kaarten op zak. Maar als ik rood geef, betekent dat in het amateurvoetbal geen schorsing. Bij geel moet je er vijf minuten uit en bij rood mag je douchen, maar niets wordt geregistreerd.”Sobemai_staantribune04

Sierens vertelt zijn verhaal, terwijl hij zich in de provisorische kleedkamer klaarmaakt voor de laatste wedstrijd van het seizoen. In 2003 brandde het gebouw af dat als kantine en kleedkamer diende. Het leek het einde van de club. In de krant noemde Sierens het “de doodsteek voor de club”, maar als een kat met negen levens overleefde FC Sobemai de brand. De club mocht een hoekje van de loods van Sobemai gebruiken om een kantine en twee kleedkamers te bouwen. Vooral de kleedkamers zien er erg houtje-touwtje uit. Het zijn niet meer dan wat platen die tegen elkaar zijn aangezet, maar ze zijn zó belangrijk voor de club. Stromend water is er niet, daarom maakt ex-speler Beny Roeges (48) twee grote emmers water warm. “Zo gaat dat hier”, zegt hij met een grijns. “In de hoek van de kleedkamer staan wat plastic teiltjes die de spelers kunnen gebruiken om water uit de emmers te halen. Het is wat anders dan Club Brugge hier.” Sobemai_staantribune08

Lees de hele reportage van redacteur Joris van de Wier en fotograaf Marco Magielse in het 0-nummer van Staantribune (pagina 88-93).