Het WK voor clubteams begint op 8 december in Japan. Staantribune-volger Nort van Schayk is tijdens het toernooi in het Aziatische land en zal verschillende wedstrijden bezoeken. Hij schreef een aantal verhalen over het voetbal in Japan en de geschiedenis van het toernooi. In het vierde en laatste deel beschrijft hij de Japanse voetbalcultuur en de verschillen met de Europese voetbalcultuur.

In Japan is voetbal veel meer een sociale aangelegenheid dan hier in Europa. In Nederland maak je er met vrienden een leuke middag of avond van en dat is het dan. Voor Japanners is het belangrijk om ergens bij te horen en dat zie je terug in en buiten het stadion. Zo worden de clubkleuren opvallend veel gedragen in alle leeftijdscategorieën, vaak om aan te tonen dat je bij een bepaalde groep hoort. In Japan is het belangrijk om op sociaal vlak actief te zijn. Het ‘erbij horen’ betekent ook dat een baby van zes maanden meegaat naar het stadion, ook al mist zijn moeder daardoor vrijwel de hele wedstrijd.

soccerfanshop.nl

De sfeergroepen van clubs zijn kopieën van de Europese ultra’s, met als verschil dat je geen boze mannetjes met capuchon aantreft. Ook protestdoeken tegen de politie en andere politieke uitingen worden niet zo snel getoond in Japan. Tijdens mijn bezoek aan Oita gingen de ultra’s zelfs graag op de foto en de gezichten hoefde niet ‘geblurred’ te worden. Het fanatieke gehuppel en gespring van de fans is vooral komisch en dat negentig minuten lang.

Opvallend is ook het nette wachten en opruimen in het stadion. Japanners vormen een keurige rij voor de catering en laten zelfs vrouwen met kinderen voor, zodat zij binnen een mum van tijd van hun lekkernij kunnen genieten. Het assortiment bestaat voornamelijk uit lokale specialiteiten, waarbij het oog niet bepaald wordt verwend. De Japanners smullen er wel van en als het eten op is, worden alle zakjes opgespaard om te deponeren in de afvalbak. Om er zeker van te zijn dat het afval op een juiste manier wordt gescheiden, is er zelfs een ‘afvalmeester’ die het afval scheidt. Zelfs bij een sfeeractie ontstaat er geen papiertsunami en worden de blaadjes keurig opgevouwen om na afloop weg te gooien in de juiste prullenbak.

Het begin van de wedstrijd gaat gepaard met een grotere poppenkast dan de UEFA ooit zou durven dromen. Als eerste worden de ballenjongens een voor een voorgesteld. Zij maken na het omroepen van hun naam een diepe buiging. Vervolgens is de voorzitter aan de beurt om iedereen welkom te heten en om naar elke tribune een buiging te maken. Bij de opkomst wordt een lint gespannen, waartussen de voetballers het veld betreden. De pers moet afstand nemen. Na vierenveertig buigingen over en weer kan er eindelijk worden afgetrapt.

Het respect naar elkaar en richting de scheidsrechter is misschien wel het grootste verschil met de Europese voetbalcultuur. Één keer appelleren en daarna gehoorzaam de beslissing van de scheidsrechter accepteren. Ook het onderlinge respect is groot en het aannaaien van kaarten is (nog) geen gemeengoed in Japan. Toch blijken ook Japanners hun woede niet altijd te kunnen beheersen en bij het eerste protest laat de scheidsrechter het niet na om dat direct te straffen met meerdere gele kaarten.

En na afloop gaat elk team weer in een rijtje staan om opnieuw vierenveertig buigingen te maken.

dsc07006dsc07033 dsc07024dsc07034dsc07049dsc07052dsc07053dsc07086dsc07093dsc07102