Een paar maanden geleden schoof ik voor het eerst aan bij een redactievergadering van Staantribune. Via-via-via-via was ik binnengeloodst, op voorwaarde dat ik dat witte bestelbusje geblinddoekt instapte. Nadat ik ontblinddoekt werd, keek ik mijn ogen uit. Ik zat in het meest bruine bruincafé van Nederland, aan een lange tafel met grote, felle lampen, tussen een boel stoere bierdrinkende kerels. Eindelijk waande ik me eens in een ouderwetse gangsterfilm, mijn leven kon na bijna dertig suffe jaren eindelijk beginnen. Toen de klussen werden verdeeld, stak ik brutaal mijn poot op bij ‘Het Plakboek’. Jim H., de man aan het hoofd van de tafel, keek me een tiental seconden bestuderend en peinzend aan en toen gaf hij ‘m aan mij! Ik kreeg een kans om mezelf te bewijzen. Eén fucking kans.

Nu moest ik dus ouders regelen met een profvoetballende zoon. Of een dochter. Ja, natuurlijk dacht ik direct aan de ouders van Anouk Hoogendijk. Sterker, in mijn doorslaande fantasie zat ik al aan de salontafel, daar in huize Hoogendijk, bewonderend naar de jeugdfoto’s van de Anna Kournikova van de voetballerij te koekeloeren. Denkend: niet kwijlen, Remco, niet over die verdomd fraaie foto’s kwijlen! En dat niet kwijlen zou dan lukken, natuurlijk, waarna pa Hoogendijk me een paar maal stevig op de schouder slaat, moeder geeft me bij het afscheid zelfs een hug en zegt: “Zeg, jij bent echt een leuke, sympathieke vent. Misschien wel wat voor onze Anouk! Niet?” Och, Voetbalman, het lijkt me wel wat.

soccerfanshop.nl

Enfin, zoals vaker besloot ik het dichtbij huis te zoeken. Arnhem. Via-via-via-via traceerde ik het adres van de ouders van Davy Pröpper, de marathonman met de paardenlongen en de likkebaardende balbehandeling. En dus belde ik op een gure, regenachtige woensdagavond aan bij de ouders van Davy.

“Halloooww. U weet dat het Feyenoord – Ajax is, NU”, zei de man (pa Pröpper) in de deuropening ietwat verontwaardigd. “Nou, zegt u het maar.”

Een paar weken later zat ik in huize Pröpper, aan een keukentafel vol plakboeken en knipsels, met vader Peter en moeder Ria. Zoonlief Mike (jeugd De Graafschap) keek televisie op de bank. De fotograaf stond met autopech in Antwerpen, maar het bracht de stemming niet om zeep. Peter en Ria bleken genereuze, warme mensen. Vooral Ria genoot van het weerzien met de lang niet bekeken kinderfoto’s (“Wat is dit leuk zeg!”).

De Pröppers blijken gemoedelijke, nuchtere mensen. De ratio als het kompas om de emotionele vuurzee die profvoetbal heet te bevaren. Peter: “Bij VDZ, de club waar Davy begon, stak hij er bovenuit. Maar ik dacht niet: die wordt prof. Je weet niet wat het niet niveau is van al die andere voetballende jongetjes.” Later zegt Peter: “Ik weet nog goed dat Vitesse belde, dat Davy bij de Academie mocht. Hij lag al in bed, ik heb hem wakker gemaakt. Het was Feyenoord – PSV, voor de UEFA CUP!” Ria, lachend: “Autist.”

Bij het afscheid van Ria en Peter, zei ik: “Tot over een paar jaar, als Mike of Robin ook in de top spelen!” Peter: “Als je maar niet weer tijdens Ajax – Feyenoord komt!”

Hoe kan het dat Peter en Ria drie zoons (Davy bij PSV, Robin en Mike bij De Graafschap) in het profvoetbal hebben? Lees het in de nieuwe Staantribune. Als je uiterlijk morgen (donderdag 21 januari) een abonnement afsluit of een los nummer bestelt, ontvang je Staantribune nummer 4 vrijdag 29 januari op de mat.

In het vierde nummer van Staantribune staan verder reportages over Racing Mechelen, Parma, Partick Thistle en de derby van Montevideo. Daarnaast bevat de nieuwe editie interviews met onder meer socioloog Ramon Spaaij over voetbalsupporters en oud-speler Hennie Meijer (onder andere Roda JC, Ajax, FC Groningen en sc Heerenveen) én een portret van Glenn Helder.

Benieuwd naar meer? De komende dagen zetten wij voorproefjes van het nieuwe magazine online. Hou deze website en de accounts van Staantribune op FacebookTwitter en Instagram dus in de gaten.

mockup_uruguay_nr04