Het moet in 2000 zijn geweest. Een heel vroege vrijdagochtend in april. Slaperig keek ik door het grote raam van de bus naar buiten. Beneden gooiden mijn teamgenoten hun tassen in het laadruim. Eén voor één druppelden ze de luxe touringcar binnen. Opgelaten, want ze gingen op reis naar het beloofde voetballand, Engeland. En ik ging mee.

Het voorbije seizoen waren we als elftal in de regio op strooptocht geweest. Met verzorgd voetbal en in de klassieke 4-3-3-opstelling hadden we promotie naar de eerste klasse weten te bewerkstelligen. Voor de eerste maal in de lange historie van ons bescheiden clubje. Betaald kregen we niet. We waren maatjes, dat was de basis voor de prestatie. Zaterdagmiddag voor elkaar door het vuur in het veld en ’s avonds met z’n allen naar de kroeg. Meestal ook op vrijdagavond, maar dat mocht de trainer niet weten. Als beloning voor het bereiken van de mijlpaal trakteerde de voorzitter ons op een bezoekje aan een voetbalwedstrijd in Engeland. Shrewsbury Town tegen Southend United in Division Three. We zouden het pure voetbal gaan beleven, beloofde hij ons. Niet op visite gaan in een voetbalfabriek van de Premier League, maar cultuur snuiven in de krochten van het Engelse betaalde voetbal. Het échte voetbal.

soccerfanshop.nl

Shrewsbury (4)

De tocht duurde voor mij, inclusief de oversteek met de ferry en een noodzakelijke pitstop wegens een overgelopen toilet, exact 1 bakje koffie, 18 blikkies Heineken, een halve Wimpy Burger, enkele geplette worstenbroodjes en een ontelbaar aantal potjes eenendertigen. Het was al schemerig toen ik het trapje naast de chauffeur afdaalde. Ik stond op een smal stoepje in hartje Shrewsbury, vermoeid door de urenlange rit en versuft vanwege de alcohol. Achter mij de ronkende touringcar en voor mij de hoge gevel van een statig pand. Ons verblijf de komende twee nachten. De deur was niet op slot. Ik liep door een galmend halletje dat eindigde bij een steile trap. In colonne beklommen we de houten treden, luidruchtig. Gelukkig waren we de enige logés van de accommodatie. De slaapzaal op de bovenverdieping deed me denken aan mijn militaire diensttijd. Een ruimte vol met smalle bedden die allemaal op dezelfde wijze waren opgedekt. Met ouderwetse lakens en prikkende dekens. Ik koos voor een plekje dicht bij de uitgang. Ik vermoedde namelijk veel toiletbezoeken die nacht.

Nadat we ons hadden opgefrist, kondigde de voorzitter aan dat hij een verrassing in petto had. We zouden de volgende middag namelijk een voorwedstrijd spelen tegen het supportersteam van Shrewsbury Town. In het stadion. Voor ons allen de eerste keer voetballen in een heus stadion. Zo uitgelaten als F’jes die voor het eerst de wei in mogen, verlieten we ons onderkomen. Jubelend banjerden we door de stille en donkere straatjes van Shrewsbury. Onderweg naar het avondmaal. En nog meer drank. De regen deerde ons niet.

Shrewsbury (7)

De ochtend begon met een kater. Een bonkend hoofd. Daarna een Engels ontbijt. Niet echt de ideale voorbereiding op een wedstrijd. Terwijl ik probeerde het vette eten weg te kauwen, zag ik veel witte snuitjes rondom mij aan de tafel. Ik was dus niet de enige. Ter voorbereiding op ons bezoek aan Gay Meadow wandelden we door Shrewsbury. Een nodige frisse neus halen. We kuierden over de oude English Bridge. Ik hoorde niet wat de gids vertelde, ondanks zijn enthousiasme. Mijn hoofd was bij mijn debuut in het stadion. Spelen voor duizenden supporters, een kleine jongensdroom die een beetje uit leek te komen. Luttele minuten later spatte deze droom echter uiteen. Onze wedstrijd moest namelijk noodgedwongen worden verplaatst naar een bijveld. Vanwege de regenval van de dagen er voor zouden we het stadionveld te veel belasten. Zwijgend sjokte ik terug naar ons weekendverblijf. Over de beroemde brug, tussen mijn teammaatjes. Allen handen in de zakken, koppies omlaag, schoppend tegen steentjes. Teleurgesteld tot op de veters.

De supporters waren geen partij. We oogsten bewondering met ons total football. Na onze twaalfde goal vonden de tegenstanders het welletjes. De sportieve verliezers nodigden ons uit voor een pint en een lunch in het supportershome, onder de hoofdtribune van het stadion. Als vanzelf namen we de uitnodiging aan.  Gehuld in knaloranje t-shirts, onze clubkleur, wandelden we door een oud wijkje. Rijtjes met kleine, lieflijke huisjes. Uit het niets was daar het stadion en stonden we voor de poorten van Gay Meadow. In die tijd was internet nog niet het internet van nu. Ik wist dus niet exact wat ik kon verwachten. Gay Meadow voldeed echter wel aan het beeld dat ik in mijn hoofd had gevormd naar aanleiding van de verhalen van onze voorzitter. Oud en hoekig doch sfeervol.

We werden rechtstreeks naar het supportershome geleid, zonder het veld te zien. De langgerekte ruimte stroomde langzaam vol met Shrewsbury-fans. We dronken grote glazen bier en verwonderden ons over de gastvrijheid. Onze spits werd massaal toegezongen, omdat hij drie dartpijlen op de juiste plaats in het bord plantte. ‘Barney, Barney, Barney.’ Ik had inmiddels behoorlijk honger gekregen en vroeg me af waar de beloofde lunch bleef. Het was nog slechts een half uurtje tot de kick off. Opeens klapte er een deur open en voor ik er erg in had, lag de bar vol met zakken dikke frieten en een stapel witte casinobroden. En flessen tomatenketchup. Dat was ‘t. Geen boter, kaas, worst, hagelslag of pindakaas. Ik vermoedde dat het beleg nog onderweg was. Dat was een misvatting. Onze nieuwe vrienden deden het voor. Boterham, friet erop, volspuiten met ketchup en een boterham bovenop. Klaar. Broodje friet. Hoewel ik een groot liefhebber van vette hap was, leek het me een onsmakelijke combinatie. Niets was minder waar. Zelden zo’n heerlijke lunch genoten.

Shrewsbury (8)Zoals het hoort, verlieten we het supportershome pas na het beginsignaal. De grasmat fantastisch, kort geschoren. Vertroeteld alsof het het heilige gras van Wembley was. Het veld omringd door drie staantribunes en stoeltjes langs een lange zijde voor de zitters. Tot op de laatste plaats bezet. Er heerste een zenuwachtige sfeer. Shrewsbury moest namelijk winnen in de strijd tegen degradatie. We liepen heel het stadion rond naar onze plaatsen, op de lange staantribune. Een oranje vlek tussen al het blauw-geel. Hartstochtelijk de thuisploeg aanmoedigend.

Shrewsbury (3)Het leek wel alsof ik naar een tenniswedstrijd stond te kijken. Zo snel golfde het spel op en neer. Keer op keer peerden de verdedigers de bal blind naar voren. Opgejuind door het gejoel van de supporters. Van opbouw was geen enkele sprake. Voetbal gedreven door passie in plaats van gebaseerd op tactiek. Enkele minuten voor rust scoorde Southend. Bier vloog door de lucht en spelers werden vervloekt. Het einde voor The Shrews in Division Three dreigde. In de pauze werd onze voorzitter op de middenstip toegesproken door een bobo van Shrewsbury. Aan de fans werd verteld dat wij een bevriend clubje uit Holland waren en speciaal voor deze wedstrijd de oversteek hadden gemaakt. Duizenden klappende handen lieten merken dat ons bezoek werd gewaardeerd.

Shrewsbury (2)Tijdens de tweede helft waren de supporters zo mogelijk nog fanatieker. De laatste strohalm moest gegrepen worden. Nog sneller werd de bal naar voren gepompt, nog harder werd er geschreeuwd en gescholden door de aanhang. Uiteindelijk resulteerde de zoveelste vuurpijl in de gelijkmaker. Het stadionnetje ontplofte. Shrewsbury leefde weer. Massaal zongen de fans zichzelf moed in. ‘The Town is staying up, the Town is staying up.’ Opgeven was geen optie. En ook niet nodig. Vlak voor het einde van de wedstrijd viel de bevrijdende tweede goal. Complete chaos om ons heen. Gedans en gehuil. Nog nooit zoveel gelukzaligheid in de ogen van een mens gezien. The Town was staying up.

Shrewsbury (6)Ook na het verlossende laatste fluitje van de referee een uitzinnige sfeer. De spelers liepen een ereronde. Wij waren inmiddels bijna aangekomen bij het spelershome. We zouden daar namelijk een borrel drinken met het bestuur, sponsoren en de spelers. Hoog op de hoofdtribune wachtten we totdat we naar binnen werden gelaten. We keken naar het veld en zagen de spelersgroep ondergedompeld worden in de liefde van hun aanbidders. Opeens wendden alle supporters zich tot ons. Minutenlang werden we toegezongen. Onverstaanbaar, maar met wijzende vingers. Daarna een klaterend applaus. Men vond blijkbaar dat dankzij ons Southend was verslagen en het degradatiespook verdreven. Voetballen in een stadion was me afgepikt, maar het kippenvel door deze dankbetuiging voel ik nu nog.

Shrewsbury (5)Shrewsbury (1)Jaap van Dam