2016 is een treurig eindronde-jaar voor iedereen die het Nederlands elftal een warm hart toedraagt. ‘We’ zijn er komende zomer immers niet bij in Frankrijk en dat doet zeer. Het maximaal haalbare is dat we als sparringpartner fungeren voor landen die zich wél hebben gekwalificeerd, zoals Engeland, Ierland en  gastland Frankrijk. Verwend als we zijn geraakt door de talrijke kansrijke deelnames aan EK’s en WK’s in de recente jaren, laat een duik in het verdere verleden zien dat we er ook met de grootste spelers uit onze voetbalhistorie weleens uitvlogen in de kwalificatieronde voor een groot toernooi. Wie naar het speelschema van het komende EK kijkt, ziet landen als Wales, Noord-Ierland en Albanië daarin voorkomen. 46 jaar geleden heette Albanië Israël en kon Nederland zowaar midden in de winter opdraven tegen het land dat zich later dat jaar verrassend met de beste vijftien landen van de wereld kon gaan meten.

Op 28 januari 1970, want daar heb ik het over, kon nog niemand vermoeden dat het Nederlandse voetbal voor een ongekend groots tijdperk stond. Natuurlijk was het al wel enige tijd duidelijk dat er geweldige talenten met een Nederlands paspoort te bewonderen waren op de voetbalvelden, maar dit gegeven kende tot aan dat moment internationaal gezien slechts een mager ‘hoogtepunt’: een kansloos door Ajax verloren Europa Cup 1-finale in 1969. Met 4-1 werden de internationaal enigszins naïef aandoende Amsterdammers door de geslepen vossen van AC Milan afgedroogd.

soccerfanshop.nl

Daarnaast kon Oranje, het vlaggeschip van de KNVB, in die tijd verre van succesvol worden genoemd. Ondanks illustere namen als Johan Cruijff, Willem van Hanegem, Jan van Beveren, Wim Jansen en Willem Suurbier, was het Nederland niet gelukt om kwalificatie voor het WK in Mexico af te dwingen. De zoveelste gemiste kans aangezien de eerdere naoorlogse campagnes voor EK’s en WK’s ook al waren mislukt. En dat stak schril af tegen het feit dat een beduidend lager aan te slaan voetballand als Israël zich wél had gekwalificeerd.

Als voorbereiding op het WK hadden de Israëli kennelijk al vroeg in het jaar behoefte aan een oefenpartner van formaat. Daarvoor was het Nederlands elftal anno 1970 dus nog wel goed genoeg. Typerend voor die tijd, regende het voor deze interland afmeldingen in Zeist. Ajax en Feyenoord stonden uiteindelijk slechts drie spelers per club af, en daartoe behoorden – het zal geen verbazing wekken – de meeste vedetten niet. En dus schitterden Cruijff, Van Hanegem en Keizer door afwezigheid.

Dit had tot gevolg dat bondscoach George Kessler zich – in wat later zijn laatste interland zou blijken te zijn – moest behelpen met relatief onervaren internationals als Rob Rensenbrink, Gerrie Mühren, Ruud Krol en Epy Drost. Debutant Willy Brokamp stond in de spits en deed wat er van hem werd verwacht: hij scoorde de enige treffer van de wedstrijd en kroonde zich tot matchwinner. Man of the match werd de man die op dat moment zijn drieëndertigste interland speelde en terecht de aanvoerdersband droeg: Rinus Israël. IJzeren Rinus is de enige Oranje-aanvoerder die kan zeggen dat hij vaantjes heeft uitgewisseld met zijn eigen naam erop (zie foto).

Roberto Pennino
Redacteur Staantribune