Dat voetbal aanleiding kan zijn voor oorlog, is een feit. Dé ‘voetbaloorlog’ is de wedstrijd tussen de Midden-Amerikaanse staten El Salvador en Honduras in 1969. Meer dan tweeduizend mensen verloren bij deze confrontatie, waarbij kwalificatie voor het WK in 1970 op het spel stond, het leven. Het omgekeerde deed zich ook voor: sport inzetten om vijandschap te doorbreken. President Nixon zette in 1972 tafeltennisinterlands in om betrekkingen met het China van Mao Zedong aan te knopen. ‘Pingpong-diplomatie’ is sindsdien een begrip.

De Verenigde Staten ondersteunen nu met voetbal de dooi in de lang bevroren relatie met Cuba. Voor het eerst sinds 1947, speelden beide landen op 7 oktober vriendschappelijk tegen elkaar. De wedstrijd uit 1947 werd door de Caraïbische Leeuwen gewonnen met 5-2. Buiten deze twee vriendschappelijke interlands speelden de twee landen in 2008 een WK-voorrondewedstrijd tegen elkaar, die de Amerikanen met 1-0 wonnen (doelpunt Clint Dempsey).

soccerfanshop.nl

Vorige week won de ploeg van Jürgen Klinsmann met 2-0. In Havana was stadion Pedro Marrero het decor van het historische duel. Tot aan de revolutie werd dit stadion gebruikt voor honkbalwedstrijden. Het veld was dramatisch, de hobbels en droge plekken maakten combinatievoetbal bijna onmogelijk. Voor de Amerikanen scoorden Chris Wondolowski en Julian Green de doelpunten, beide vielen in de tweede helft.

De vriendschappelijke sfeer waarin de Amerikanen op Cuba verbleven, is vervat in een video. Daarin zien we onder meer hoe Jürgen Klinsmann wordt rondgereden in een van de klassieke auto’s die sinds de boycot het straatbeeld van Havana bepalen:

Bert Westerink
Staantribune-volger