Mei 2014. Paniek. Vanwege een stuk beton dat in november 2013 naar beneden is gekomen in Tribune 1, de majestueuze hoofdtribune van de Bosuil. De rest van dat seizoen mag nog slechts een klein deel van die tribune worden gebruikt tijdens wedstrijden en daar zit de club natuurlijk niet op te wachten. Men bedenkt een plan. Het interieur van de tribune zal vrijwel volledig worden gesloopt en in het resterende karkas zal een noodtribune worden geschoven. Erg, want daarmee zullen de houten bankjes, de loges, de scheve trapjes en nog meer moois verdwijnen. Gelukkig is dat allemaal uitgebreid gedocumenteerd. Een deel van de catacomben ook, zoals de burelen, waar ooit Eddy Wauters de scepter zwaaide. Die zijn op een dag verlaten met achterlating van alles. Staat op de foto.

De reden van de ontstane paniek is het mogelijk op korte termijn verdwijnen van de woning van Jos Reygaerts, de conciërge van de Bosuil. Jos woont al sinds 1990 in Tribune 1. En daar ben ik nog nooit binnen geweest. Heb er ook nergens foto’s van gezien. Wat volgt is een nerveuze race tegen de klok. Het schijnt een kwestie van weken te zijn, misschien zelfs dagen voordat de sloophamer zijn werk gaat doen.

soccerfanshop.nl

Bram Broeckx, ooit talentvol jeugdspeler bij The Great Old en in 2014 één van de initiatiefnemers achter supporterscollectief Act as One, begrijpt de paniek en belooft te helpen. “Ik ken Jos, we gaan er gewoon samen heen.” Op een doordeweekse ochtend bellen we aan. Na enige tijd verschijnt het niet zo vrolijke hoofd van Jos in een kiertje. Op de vraag of we even binnen mogen komen, komt een helder antwoord: “U had mij moeten verwittigen.” Ver-wie-tie-ge. Boem. Deur dicht. Bram kijkt er niet echt van op. Jos wil nog wel eens humeurig zijn, dat is een bekend gegeven op de Bosuil.

Niet getreurd, we zoeken het hogerop. Een medewerker van de club biedt zijn hulp aan, dat zal waarschijnlijk meer gewicht in de schaal leggen bij Jos. Enige dagen later staan we weer voor de deur van het unieke huis. Jos is not impressed, zijn humeur is consistent te noemen. We krijgen weliswaar vijf seconden meer en er is zelfs gelegenheid een blik te werpen op de hal die toegang biedt tot de woning, maar we worden even hard weggekeken als de eerste keer.

Het wordt penibel nu. Geruchten gaan dat de werken op zeer korte termijn gaan beginnen. Tijd voor noodmaatregelen. Ik schrijf een brief aan Jos. Een brief waar het slijm vanaf druipt. Aardiger dan aardig; als ik de brief teruglees, vraag ik me af of dit nog wel geloofwaardig is. Ik beloof hem zelfs een stapel dure prints, alles wil ik doen om daar binnen te geraken. De brief gaat op de bus en voor de zekerheid stuur ik hem nogmaals via de elektronische post.

Mijn geglibber blijkt een briljante zet, Jos antwoordt per mail. Ik mag een paar dagen later langskomen. “Ik dacht dat u van een of ander sensatieblad was”, is zijn motivatie voor de minder hartelijke ontvangsten. Deze vergissing wordt hem vergeven.

Een dag later ontstaat er een nachtmerriescenario. Jos mailt nogmaals, maar deze keer met dramatisch nieuws: hij en zijn echtgenote Josée hebben zojuist te horen gekregen dat ze binnen enkele dagen vertrokken moeten zijn. Ze zijn niet in de stemming mij toe te laten in hun woning. Het einde. Geen foto’s van het huis in de Bosuil. Een volslagen ramp.

Een dag later besluit ik tot een ultiem redmiddel. Een mail die zo mogelijk nog begripvoller, aardiger en slijmeriger is dan de vorige. Of ik toch niet héél even naar binnen mag, vooral in hun belang uiteraard. Jos blijkt een man die vriendelijke woorden waardeert. Oké, ze zijn over de ergste schok heen, het mag toch.

Een dag later stap ik tevreden naar buiten. Ik ben er geweest en heb het vastgelegd. Jos en Josée lieten me m’n gang gaan. “U bent de eerste fotograaf die we hier binnen hebben gelaten.” Dat was geen verrassing.

Nawoord: Uiteindelijk bleek de paniek vrij overbodig. Jos en zijn eega woonden tot mei 2015 in hun huisje. Jos werd toen door de club ontslagen vanwege een incident in de catacomben. Maar dat is weer een ander verhaal, waar uw fotograaf de ins en outs niet van kent.