Nederlandse voetbalteams spelen naïef en aanvallend, Spanjaarden op balbezit en Engelsen veelal door de lucht. Het zijn stereotyperingen die door de hedendaagse mondialisering beginnen te vervagen. Toch is er in het Italiaanse voetbal nog een klassieke stijl te ontdekken: defensief, theatraal en gefocust op het resultaat. Hoe is deze kenmerkende manier van voetballen ontstaan en welke culturele kenmerken liggen eraan ten grondslag? Een duik in de geschiedenis en volksaard van het land.Staantribune_italiaans_visnettenvoetbalDe wortels van de huidige Italiaanse voetbalstijl zijn te herleiden naar een ver verleden. Na de Eerste Wereldoorlog was Italië in een financieel moeras beland, maar de Fasci di Combattimento, onder leiding van Benito Mussolini, gaf de mensen hoop op betere tijden. De fascistische beweging zag sport als een ideaal propagandamiddel en investeerde in de bouw van grote stadions en infrastructuur. Dit gaf het voetbal in Italië tijdens het interbellum een grote impuls.

Een hoofdredactioneel commentaar in Lo Stadia in 1932 beschrijft hoe het fascisme ook op de speelstijl afstraalde: “In het tiende jaar van het fascistische tijdperk wordt de jeugd hard gemaakt voor de strijd, voor het gevecht en voor de wedstrijd zelf. Moed, vastberadenheid, de trots van de gladiator: het zijn de uitverkoren sentimenten van ons ras en we mogen ze niet veronachtzamen.”

soccerfanshop.nl

Het fascistische regime zorgde er ook voor dat het Italiaanse voetbal als calcio door het leven gaat. Aanvankelijk werd de sport vanwege Engelse invloeden ‘foot-bal’ genoemd, maar Mussolini deed alle buitenlandse termen in de ban en vernoemde de sport naar haar nationale voorganger Calcio Fiorentino.

Tijdens het grootste gedeelte van het fascistische regime stond het Italiaanse elftal onder leiding van Vittorio Pozzo. Hij was een voorvechter van mandekking (voornamelijk om daarmee de tegenstander te belemmeren het eigen spel te spelen) en stelde alles in het teken van het resultaat. Onder Pozzo veroverde La Squadra Azzurra twee wereldtitels: in 1934, na een uitermate gewelddadig toernooi, en in 1938, na een voor die tijd ongekende verdedigende degelijkheid. “Het grote geheim van het Italiaanse elftal is dat ze met het minste aantal spelers aanvallen en dat de halfspelers hun verdedigende taken nooit uit het oog verliezen”, schreef de Italiaanse journalist Mario Zappa daarover.

italie

Het catenaccio
Deze defensieve speelwijze vormde de opmaat voor het beruchte catenaccio, dat enkele decennia later wereldwijde roem zou vergaren. Dat begon tegelijkertijd, op twee afzonderlijke plekken: in Zwitserland, waar Karl Rappan aan de verrou (grendel) sleutelde, en bij het Italiaanse Salernitana, onder leiding van Gipo Viani. De mythe wil dat Viani het catenaccio bedacht toen hij zag hoe een vissersboot niet alleen een visnet gebruikte, maar ook een reservenet om de vissen op te vangen die uit het eerste net wisten te ontsnappen.

Ook Nereo Rocco gebruikte het systeem, eerst bij het nietige Padova en later ook in de top, bij AC Milan. Toch wordt Helenio Herrera gezien als de geestelijk vader van het catenaccio, waarbij de libero achter de verdediging dienst deed als het tweede visnet. De Argentijnse trainer van Internazionale was ‘‘kaarsrecht, afgetraind en compromisloos streng en leek daarmee de verpersoonlijking van het catenaccio’’, zoals de Engelse journalist Jonathan Wilson het omschreef. Onder Herrera veroverde Inter binnen vier seizoenen drie landstitels en twee Europacups.

De volksaard
Tussen de volksaard van de Italianen en de manier van voetballen zijn opvallende parallellen te ontdekken. Volgens voetbalschrijver en Italië-kenner Wouter Pennings heerst er in de hele Italiaanse cultuur een diep verankerd verlangen naar zekerheid. “Mensen geven prachtige, uitdagende banen op voor een
aanstelling als buschauffeur, want
 werken voor de overheid biedt meer 
zekerheid. Die behoudzucht zie je terug in de voetbalstijl. Er wordt eerst 
aan defensieve vastigheid gesleuteld
 alvorens er aan aanvallen wordt
 gedacht. In Italië spreekt men dan 
ook niet van puntverlies, maar van 
risultati utili, oftewel zinvolle resultaten. Niet verliezen gaat voor alles.”

Lees het hele artikel van redacteuren Marco van der Heide en Teun Meurs (illustratie: Sjoerd Stellingwerf) in het 0-nummer van Staantribune (pagina 56-57).