Vorige maand was het WK voor niet-erkende landen in Abchazië en Staantribune was erbij. In Staantribune #7 een dagboek van het Andere WK dat werd gewonnen door het thuisland. Hieronder de eerste drie dagen.

Dag 1

soccerfanshop.nl

Na een lange reis, die dankzij drie tussenstops zo’n 18 uur heeft geduurd, land ik helemaal gaar in Sotsji. Vanuit daar is het gelukkig niet ver meer naar Abchazië. Op het vliegveld ontmoet ik een deel van het team van Somaliland. Zij staan te wachten op een bus van de ConIFA, maar ik vertel ze dat ik niet verwacht dat die gaat komen. Uiteindelijk gaan we met acht man in een taxibusje richting Abchazië. De Russische douane vindt het raar dat een van de Somalilanders een Noors paspoort heeft. Een langdurig verhoor volgt. Ik krijg één vraag in zwaar Russisch-Engels van een man die zo in een oude James Bond-film Rus kan spelen: “What is your age?” Ik beantwoord deze strikvraag goed en mag door naar Abchazië. Het WK is begonnen.

Dag 2

Het is de dag van de openingsceremonie in Sukhum, de hoofdstad van Abchazië. Veel zang, dans en nationalisme. Ik mag dat graag zien. Ellenlange toespraken dan weer niet. Alles rondom de opening oogt vrij professioneel, maar het is een soort speeltuin. Ik kan gewoon met de teams meelopen als zij met hun vlaggen een rondje in het stadion lopen om zich voor te stellen aan het publiek. Ik sluit mij zelfs even aan bij de Reto-Romanen, die door een geannuleerde vlucht maar met z’n vieren zijn, en word toegejuicht door de Abchaziërs.

Dag 3

De openingswedstrijd is in Gagra, naast Sukhum de tweede speelstad. Ooit was het de plek waar de Sovjetleiders hun vakantie kwamen vieren, maar nu is de stad flink vervallen. Het stadion, waar ooit genocide plaatsvond op Georgiërs, is daarentegen opgeknapt. Noord-Cyprus en Padanië (een streek in Noord-Italië) openen daar het toernooi. Beide ploegen hebben veel vervelende mannetjes in hun team. Er wordt veel gedoken en om kaarten gevraagd. De ergste van hen is Matteo Prandelli, de spits van Padanië. Zijn hoofd staat continu op standje verongelijkt en hij voelt zich een onbegrepen genie. Terecht, als je bij Virtus Flaminia in de Serie D speelt. Leuker zijn de Somalilanders, die in de tweede wedstrijd tegen Lapand spelen. Ze verliezen met 5-0. De twee aanvallers van Somaliland zijn halfbroers uit Hoorn en zo sta ik na afloop in het voormalige Sovjet-kuuroord Nederlands te praten. Die avond ben ik terug in Sukhum en zie ik in een vol stadion thuisland Abchazië met 9-0 winnen van de Chagos Eilanden, een eilandengroep in de Indische Oceaan. Een goede start voor het thuisland, luidt het cliché.