Heb jij, net als Staantribune-volger Mathijs Renkema, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.

Het is kwart over twaalf ’s middags als mijn broer en ik een kop koffie drinken in een van de vele barretjes rond Santiago Bernabéu. We moeten even bijkomen van alles wat we net in het stadion van de “beste club ter wereld” (zo zeggen ze het zelf tenminste) hebben gezien. Jeroen en ik waren van te voren al geen fan van Real en dat is na het zien van het clubmuseum niet veel anders geworden. Het stadion was mooi, dat staat buiten kijf, maar voor nuchtere Hollanders is het museum toch wat te veel van het goede. Op elke vierkante meter van deze plek, word je eraan herinnerd dat Real Madrid de meest succesvolle club van de wereld is. De beste jeugdopleiding, het mooiste stadion, het beste veld, de beste spelers. Real Madrid is een club voor mensen die vreselijk op zichzelf kicken. Hier moeten we zo snel mogelijk weg.

soccerfanshop.nl

Vanmiddag gaan we naar Rayo Vallecano, de derde club van Madrid (Getafe en Leganés zijn autonome gemeenten, en dus feitelijk geen Madrileense ploegen). Rayo is een volksclub, zo lazen we toen we nog in Nederland waren. We verlaten het megalomane gedeelte van de stad waar Real is gehuisvest, om de volkswijken van Madrid op te zoeken. Lijn 10 is de populairste metrolijn van de stad en de metrotoestellen zitten dan ook bomvol toeristen. Lijn 1 voert je snel naar het ‘echte’ Madrid en op die lijn moeten wij zien te geraken. Op lijn 1 zit metrostation Portazgo, een station op driehonderd meter van Estadio Teresa Rivero, de thuishaven van Rayo. Nog voor 13.00 uur stappen we uit op station Portazgo. De wedstrijd begint pas om zes uur, we zijn dus ruim op tijd. Eerst maar eens de buurt verkennen.Razend Rayo

Rayo ligt in de wijk Vallecas, een wijk die van oorsprong wordt bewoond door arbeiders en migranten. Vallecas kende in de jaren tachtig veel problemen met criminaliteit en drugs. Wie uit Vallecas kwam, had het vaak niet breed. Tegenwoordig is de buurt aanzienlijk verbeterd. De huizen zijn opgeknapt en de criminaliteit en drugsproblematiek zijn aangepakt. Vallecas is de grootste wijk van Madrid, maar wordt nog altijd bevolkt door de arbeiders van de stad. Dit geeft de club ook zijn linkse karakter. Radicaal-links, moet ik zeggen.

De club zelf wordt hier ook door beïnvloed, wat een paar maanden geleden leidde tot het afketsen van de transfer van Roman Zozulya. De Oekraïense spits van Real Betis staat bekend om zijn extreem-rechtse voorkeuren en zou in de afgelopen winterperiode op huurbasis vertrekken naar Rayo. Toen de Bukaneros, de fanatieke supporters van Rayo, hier achter kwamen, staken ze daar direct een stokje voor. Bij een open training van de club lieten de supporters een spandoek zien met daarop de tekst: “Vallecas is geen plek voor nazi’s, wegwezen!”

Het stadion van Rayo ziet er vanaf de buitenkant enigszins aftands uit. Het beton brokkelt her en der af, tegels liggen wat ongelijk in de stoep en de gates van het stadion zijn duidelijk aan een opknapbeurt toe. Als je om het stadion heen loopt, komt je ook een paar trapveldjes tegen, die eruitzien alsof er al jaren niet meer op is gespeeld. Het ziet er niet uit, maar is op een authentieke manier toch mooi om te bewonderen. In de fanshop van Rayo kopen we een sjaal. Althans, fanshop… Het kleine hokje doet denken aan de fanshop van FC Dordrecht. Ik gok dat mijn slaapkamer groter is.

Zwarthandeltje
Niet veel later zitten we met twee halve liters voor de neus in een overbelicht restaurant. Het bestellen ging weer niet van een leien dakje. Er lijkt namelijk geen enkele Spanjaard te zijn die Engels spreekt. Of ze willen het, net als de Fransen, niet spreken. Het duurt vijf minuten voordat de barvrouw door heeft dat ik twee biertjes wil. Het moet voor de overige aanwezigen een grappig gezicht zijn geweest, toen ik een ‘tappende’ beweging maakte. Pas nadat ik mijn vijfde fictieve biertje had getapt, begreep de barvrouw me eindelijk. Al met al een hele opgave.

Razend Rayo        Razend Rayo
We hebben nog geen drie slokken van ons bier genomen, als opeens een kalende man van in de vijftig binnenkomt. Hij spreekt vluchtig met de barvrouw en kijkt serieus onze kant op. Even later staat de man naast ons tafeltje. Hij is gestoken in een trainingspak van Rayo en om zijn hals hangt een officiële kaart van de club. Aan zijn riem zit een walkietalkie. De man knijpt zijn ogen kort dicht, buigt voorover en fluistert: “What do you want?” Even laten we een stilte vallen. “Drink some beers”, antwoord Jeroen. “Just beers?” vervolgt de man. “Yes, and we want to go to the game.” De man peinst en laat een stilte vallen. Daarna loopt hij weer naar de barvrouw.

Er wordt overlegd in het Spaans en we hebben geen idee wat er gaande is. Ondertussen stromen meer mensen het restaurant binnen, allemaal gehesen in officiële clubkleding. We beginnen door te krijgen dat we het clubrestaurant zijn binnengewandeld. Hier verzamelt het personeel van Rayo voor de wedstrijd. De man die zojuist bij onze tafel stond, blijkt de teammanager te zijn. Het is duidelijk dat we het verkeerde restaurant zijn binnengelopen. We besluiten om het biertje snel op te drinken en maar weer eens op pad te gaan.

Maar dan komt de teammanager opeens weer het restaurant binnen. Zoekend kijkt hij om zich heen. Hij ziet ons, stapt driftig op ons af, grijpt naar zijn binnenzak en haalt er twee kaarten uit. “Two tickets”, fluistert hij. “Thirty euro’s.” Weer die stilte. Jeroen pakt zijn portemonnee en haalt er dertig euro uit. De man accepteert het geld, laat de kaartjes achter en verlaat het restaurant. Vragend kijken mijn broer en ik elkaar aan. Geen idee wat hier net is gebeurd. We drinken ons bier op en met de kaarten in de broekzak, lopen we het restaurant uit. Ik moet even denken aan Theo Huizinga, de oud-teammanager van FC Groningen, die in opspraak kwam nadat bekend werd dat hij een illegale kaarthandel bedreef naast zijn werkzaamheden voor de club. Naar verluidt heeft zijn zwarthandeltje de club duizenden euro’s gekost.

Rondom het stadion komen de eerste mensen in beweging en zo af en toe zien we rood-witte sjaals voorbijkomen. Pas om half zes komt de stroom echt op gang. Stewards van de club openen de ijzeren deuren die leiden naar het stadion. We drinken ons bier op en om twintig voor zes lopen we het stadion binnen. Onze plaatsen bevinden ons tegenover de hoofdtribune en we hebben een mooi overzicht op het stadion. De tribunes aan de lange zijden bestaan uit twee ringen. Het zijn mooie tribunes, als je van nostalgie houdt. Het beton is verkleurd en de stoeltjes zijn oncomfortabel. Het dak van het stadion lijkt ook zijn beste tijd te hebben gehad, maar we hebben geluk dat er boven de lange zijdes tenminste een dak zit.

De fanatieke aanhang van Rayo staat – zoals dat wel vaker het geval is in de wereld van de harde kernen – pal achter een van de doelen. Het is een staantribune waar zichtbaar niet zoveel aan hoeft te gebeuren. Het gedeelte is niet overdekt en achter de tribune van de Bukaneros zit een hek dat hen scheidt van de buitenwereld. Het is een bijzonder gezicht, deze korte zijde, zeker vanwege de aanwezige vlaggen en spandoeken. Bovendien is het echt een kleine tribune, waardoor je het idee hebt dat als je er tussen staat, je niet zoveel van de wedstrijd kunt zien met al die vlaggen. Jeroen en ik concluderen dat Rayo mag boffen met zo’n stadion. Het ademt sfeer en heeft drie heel mooie tribunes.

Het enige nadeel is dat tegenover het gedeelte van de Bukaneros helemaal geen tribune staat. Nee, daar staat zo’n vreselijk lelijk bord waarop supporters zijn afgebeeld. Die borden kwam je voorheen nog wel eens tegen in de eerste divisie, bij clubs die de kaarten niet aan de straatstenen kwijt konden.

Als de wedstrijd op het punt van beginnen staat, is het stadion nog lang niet gevuld. Spanjaarden zijn geen mensen van de tijd en druppelen binnen wanneer ze er zin in hebben. Zelfs als de wedstrijd al een kwartier bezig is, druppelen nog Spanjaarden binnen. Al gauw doen wij een opzienbarende ontdekking over Spaanse voetbalsupporters, die menig voetbaltoerist vóór ons waarschijnlijk ook al trok: ze vreten de hele wedstrijd pitten. Bijna iedere supporter heeft zijn eigen zak nootjes meegenomen, die je eerst moet openbijten, vervolgens het binnenste eruit moet vissen en dan het buitenste gedeelte op de grond gooit. En dit alles gebeurt uitsluitend met de mond.

Wat ook opvalt: het fanatisme van de supporters om ons heen. Dat is écht bijzonder. Het schijnt iets met temperament te maken te hebben, maar iedere keer als de scheidsrechter fluit, springen alle supporters om ons heen krijsend op om de scheidsrechter voor “puta” uit te maken. Wanneer je in Nederland een keer uit frustratie van je stoel springt, hoor je direct iemand met een slecht huwelijk “Zitten!” sissen. Hier in Spanje valt het juist op als je niet opstaat na een beslissing van de scheidsrechter, ook als die beslissing meer dan juist is. Negentig minuten lang schiet de een na de andere Rayo-supporter uit z’n slof. Je kunt in Spanje niet oud worden als je wekelijks naar het voetbal gaat, denk ik.

De wedstrijd eindigt in 0-0, maar saai was het zeker niet. We hebben de volledige negentig minuten genoten van het fanatisme van de club en die malle, pitjes etende Spanjaarden die de scheidsrechter op driehonderd verschillende manieren voor hoerenjong hebben uitgemaakt. Eskimo’s hebben meer dan honderd woorden voor sneeuw, maar Spanjaarden hebben kennelijk meer dan duizend woorden voor ‘puta’. Rayo is een bijzondere club in een nog veel meer bijzondere wijk.

In het schemerduister lopen we de trappen van het stadion af. Om ons heen liggen overal de overblijfselen van nootjes, die door deze handige Spanjaarden compleet zijn uitgewoond. De supporters praten nog wat na in onverstaanbaar Spaans en met veel gefrustreerde handgebaren. Je ziet hoe Rayo leeft in Vallecas, hoe de supporters zich verbonden voelen met hun club. Een club die de arbeiders representeert en zijn supporters een gevoel van trots en bestaansrecht geeft.

Morgen staat voor ons nog een duel tussen Atlético Madrid en Valencia op het programma. Geen misselijk toetje, uiteraard. Maar voor wie de prachtige stad Madrid écht wil leren kennen, is Rayo Vallecano een aanrader. Laten we hopen dat deze schitterende club zich snel weet te herpakken en de supporters weer trots kunnen zijn op hun Rayo. Razend Rayo, een club waar je móet zijn geweest.

Mathijs Renkema
Staantribune-volger

Heb jij, net als Staantribune-volger Mathijs Renkema, een groundhoptrip gemaakt? Stuur jouw verhaal (plus foto’s) dan naar info@staantribune.nl. De leukste artikelen worden op deze website geplaatst.