In Confetti, bier en staanplaatsen (2008) noemt Tom Bodde zeven karaktertrekken die hem tot een fanatieke groundhopper hebben gemaakt. Twee ervan zijn reislust en avontuurlijkheid. Al te zeer aan eigen huis en haard verknocht zijn beide eigenschappen mij vreemd. Ik vrees dat ik dus wel nooit een echte groundhopper zal worden.

Dat neemt niet weg dat ik binnen de grenzen van het vaderland inmiddels toch wel het gros van de stadions van binnen heb gezien. Mijn eerste echte vinck ooit – de regelmatige bezoekjes aan De Kuip in gezinsverband laat ik even buiten beschouwing – zette ik op zondag 20 mei 2001 in de Gelredome. Vitesse – Fortuna Sittard, de 33ste speelronde van het seizoen. Ik ging erheen op uitnodiging van een jeugdtrainer van mijn amateurclub. Hij bezocht regelmatig wedstrijden in binnen- en buitenland en nu was Vitesse aan de beurt. Of ik zin had om mee te gaan.

soccerfanshop.nl

Die zondag fietste ik naar zijn woning. Hij woonde nog in het ouderlijk huis, samen met zijn oude vader, die in een wit onderhemd in een stoel bij het raam zat. In de woonkamer hingen postertjes van Arsenal-spelers aan de muur. Pires, Bergkamp, Henry.

We gingen met de trein naar Arnhem. Een boemeltrein heette nog gewoon een Stoptrein en niet heel verwarrend een Sprinter, het spoorwegpersoneel wilde vanwege het ‘rondje om de kerk’ nog weleens het werk neerleggen.

De trein piepte en knarste dat het een aard had. “Het kraakt en het staakt”, zei ik. Ik vond het goed bedacht, maar de trainer keek me zo maar een beetje niet-begrijpend aan. Hij zei sowieso niet veel de hele dag, eigenlijk vrijwel niets. Ik vond dat wel zo prettig.

Tegenwoordig vind ik het eeuwig zonde dat ik Nieuw-Monnikenhuize nooit in het echt heb gezien – de mooiste stadions zijn stadions met vier verschillende tribunes – maar toen vond ik die hypermoderne Gelredome maar wat prachtig. Het was schitterend weer, de uitbundige voorjaarszon zette de grasmat in een verblindende gloed.

Het sympathieke Fortuna Sittard was nog een vaste eredivisionist. Bij Vitesse was Karel Aalbers al wel van de troon gestoten, maar van Maasbert Schouten hadden ze in de Rijnstad nog nooit gehoord, laat staan van alle dubieuze vrijbuiters die na hem kwamen. Nine eleven was nog in het diepste geheim in voorbereiding. Het was in alle opzichten een onschuldiger tijd.

Toen Vitesse de 1-0 scoorde stond ik braaf op om te applaudisseren omdat ik dacht dat dat zo hoorde. De trainer bleef rustig zitten.

Aan de korte zijde hing een spandoek: ‘De Beuk Erin’. Twee jongens achter ons hadden een verhitte discussie over het doek. Het betekent dat Van Beukering erin moet, zei de een. Nee, het betekent dat Vitesse de beuk erin moeten gooien, meende de ander. Ze kwamen er niet uit.

Ik kan me niet herinneren dat ik veel aandacht had voor het uitvak, maar aangezien de Fortunezen thans na vele jaren ellende in de krochten van het betaalde voetbal nog altijd tweewekelijks een indrukwekkende uitsupport verzorgen, zal het ook toen wel dik in orde zijn geweest.

In de tweede helft kwam Jhon van Beukering, het 17-jarige talent dat de donderdag ervoor met een doelpunt tegen Ajax in de ArenA had gedebuteerd, het veld in. Hij scoorde kort voor tijd de 3-0. Dat zou een hele grote worden.

Het was de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, Vitesse lag op UEFA Cup-koers en na het eindsignaal liepen de spelers een ereronde. Wij vertrokken eerder, als enigen op de hele tribune. Ik had het gevoel dat iedereen naar ons keek alsof we ontmaskerd waren.

Weer terug in het dorp zat de oude nog altijd in zijn hemd in de stoel bij het raam. Ik dronk een warme cola en fietste toen snel naar huis. “Tot woensdag”, riep de trainer nog.

Vorige maand is hij overleden. Tot op het laatst wilde hij nog amateurwedstrijden bekijken. Hij was kieskeurig – het moesten wel regionale derby’s zijn – alsof hij niet al diep in extra tijd zat.

Het kwam er niet meer van. De verpleegster in het hospice wees omhoog en zei bemoedigend dat hij daarboven nu alle wedstrijden zal kunnen zien. Misschien komt Vitesse ook weer een keer aan de beurt. Hopelijk is dan in Arnhem het dak open.