Het was dit weekend Pasen. Volgens de overlevering stond Jezus van Nazareth op uit de dood. Dat deed Brighton & Hove Albion ook twintig jaar geleden. De club stond op het punt om te degraderen uit het profvoetbal, terwijl het geen stadion meer had. Slechts door een wonder gebeurde dat niet. Gisteren promoveerde Brighton naar de Premier League en The Seagulls spelen inmiddels in een modern stadion. De toekomst ziet er erg goed uit. Maar geen toekomst zonder verleden. Daarom blikt Staantribune nog eens terug

We schrijven 26 april 1997. Brighton & Hove Albion speelt haar laatste wedstrijd ooit op de Goldstone Ground. De eigenaren van de club, het trio dubieuze zakenmannen Bill Archer, Greg Stanley en David Bellotti, hebben het stadion verkocht aan projectontwikkelaars en daarmee hun zakken flink gevuld. Archer heeft vlak ervoor de reglementen van de club aangepast, waarin stond dat al het geld van een eventuele verkoop alleen ten goede zou komen aan de club. In het nieuwe reglement staat dat ook de eigenaren mee zullen delen in de winst. Een bijkomend probleem is dat Brighton nu geen stadion meer heeft.

soccerfanshop.nl

In 1995 werd de verkoop bekendgemaakt en dat pikten de fans niet. Protesten volgen, de eigenaren worden bedreigd en wedstrijden stilgelegd door middel van pitch invasions. De wedstrijd tegen York in 1996 lijkt de laatste te zijn op de Goldstone en na vijftien minuten komen de fans het veld op, om de wedstrijd stil te liggen. De supporters van York doen mee uit solidariteit. De doelen worden gesloopt, zodat de wedstrijd niet kan worden hervat. Brighton is op dat moment al gedegradeerd naar het laagste niveau. De toekomst ziet er somber uit.

De nieuwe eigenaar van het stadion, projectontwikkelaar Chartwell, heeft het stadion voor 7,4 miljoen pond gekocht en wil zo snel mogelijk gaan bouwen op het terrein. Toch bieden ze de club, die nog geen stadion heeft voor het seizoen erop, de mogelijkheid om het voor nog één seizoen te huren. Chartwell, geen filantropische instelling, wil daar wel 480.000 pond voor hebben. De eigenaren van Brighton gaan daar niet meer akkoord. Zij willen zo snel mogelijk van de club af en er zeker geen geld meer insteken.

Probleem is dat niemand de club over wil nemen en de eigenaren zitten ermee in hun maag. Ze worden onder druk gezet door de Brighton-supporters om toch maar dat contract te tekenen en vijf minuten voor het verstrijken van de deadline van Chartwell, wordt er een contract getekend waardoor er nog één seizoen op de Goldstone Ground kan worden gespeeld. Daarna zal het definitief plat gaan, want Chartwell wil er een troosteloos retail park gaan neerzetten. Ondertussen onderhandelt het bestuur van Brighton met Portsmouth om vanaf 1997 op Fratton Park te gaan spelen.

Tijdens het seizoen 1996-1997 zijn er nog meer protesten. De fans willen de graaiers uit de bestuurskamer weg hebben en wel zo snel mogelijk. Wedstrijden worden geboycot en de bestuurders durven nog amper in het stadion te komen. Ondertussen gaat het op het veld ook steeds slechter en op een bepaald moment lijkt degradatie naar de non-League onvermijdelijk, want Brighton staat maar liefst dertien punten los op de laatste plek. Voor de Seagulls, die al sinds 1920 in het profvoetbal spelen, zal dat de doodsteek zijn.

Overal in het land begint sympathie voor de club te ontstaan, die in 1983 nog op het hoogste niveau speelde en dat seizoen in de finale van de FA Cup stond, helemaal wordt leeggezogen door een stel ‘ratachtige’ parasieten. Andere fangroeperingen besluiten om de club en de fans te steunen en 8 februari 1997 wordt uitgeroepen tot Fans United Day. Supporters van alle profclubs worden opgeroepen om naar de Goldstone Ground te komen om de Brighton-fans een hart onder de riem te steken. Ze komen met duizenden; Brighton wint met 5-0 van Hartlepool en leeft weer.

Toch lijkt het niet genoeg te zijn, want twee speeldagen voor het einde staat Brighton nog altijd drie punten achter op Hereford. Degradatie lijkt onvermijdelijk, maar toch komt iedereen massaal opdagen voor de laatste thuiswedstrijd tegen Doncaster Rovers. Waar er tijdens eerdere wedstrijden een grafstemming hing (met toeschouwersaantallen onder de tweeduizend), wil men nu met de kop omhoog afscheid nemen van het oude stadion, het profvoetbal en waarschijnlijk de club.  Meer dan elfduizend mensen komen kijken naar de uitvaart van het oude stadion.

Gek genoeg heerst er een feeststemming met geschminkte mensen en veel gezang. De fans uit Doncaster doen volop mee en beide fangroepen zingen elkaar toe. Brighton wint met 1-0 en leeft nog. Na de wedstrijd lopen zelfs de spelers van Doncaster rond met een spandoek waarop ze hun sympathie laten blijken voor de fans van Brighton. Na afloop wordt er door beide fangroepen gezamenlijk gedronken en geklonken op een goede afloop voor The Seagulls. Hereford United heeft namelijk verloren en daardoor is een gelijkspel voor Brighton een week later, een rechtstreekse confrontatie op het terrein van de naaste concurrent, genoeg.

Voor de wedstrijd in Hereford is geen kaartje meer te krijgen. Met flink proppen kan er 8.532 man (waaronder 3.500 uit Brighton) in het stadionnetje en geen enkele supporter meer.  Een hypernerveuze wedstrijd volgt. Hereford is iets beter, maar echte kansen komen er niet. Brighton besluit daarop Hereford te helpen en Kerry Mayo schopt de bal achter zijn eigen keeper. Het lijkt de doodsteek. Zowel de spelers als de supporters zijn even helemaal kapot.

Vier degradaties in 16 jaar, stadion kwijt, club zo goed als failliet en nu de Football League uit donderen door een eigen doelpunt. De Brighton-fans doen een ‘Ruud Gullit’ en zijn niet te benijden. Dan brengt Brighton ene Robbie Reinelt in het veld. Een matige speler, maar dat zijn ze allemaal bij Brighton, dus veel verschil maakt het niet. Reinelt zou ook nooit iets opmerkelijks doen in zijn hele carrière, behalve deze dag. Hij maakt de 1-1. Dat blijft het ook en Brighton handhaaft zich.

Die zomer neemt Dick Knight, een groot supporter van de club, Brighton over. Het stadion kan hij niet meer redden, maar hij tekent een deal met Gillingham. Twee jaar lang speelt Brighton geen thuiswedstrijd, maar de club overleeft. Dan regelt Knight een stadion in de stad zelf. Het Withdean is een afschuwelijk atletiekstadion, maar de club is weer thuis.

In 2009 wordt een andere supporter, professioneel pokerspeler Tony Bloom, de nieuwe eigenaar van de club. Hij zorgt ervoor dat in 2011 de Seagulls eindelijk weer een eigen voetbalstadion krijgen. Na drie keer in de play-offs te zijn gestrand, lukt het dit seizoen. Brighton & Hove Albion gaat naar de Premier League.

Hopelijk dacht er gisteren iemand nog aan Robbie Reinelt, zonder wie de club niet meer had bestaan.