De geur van rottende lijken, kruitdampen en angst. Een melange die vertrouwd rook. Ook op 9 mei 1915 snoof Karel Heijting het aroma van de slachtvelden weer op. Angst nam de overhand; bij hem en bij zijn 249 kameraden van het Franse Vreemdelingenlegioen. Zijn bataljon was uitverkoren om een bres te slaan in de Duitse verdediging. Hij had de Duitsers al eens verslagen, vijf jaar eerder. Tijdens zijn laatste interland voor het Nederlands elftal. Het werd 4-2 voor Oranje in Arnhem. Daarna trok hij naar zijn nieuwe vaderland: Frankrijk. Om in Parijs te gaan werken in de bankensector.

En nu stond hij hier, midden in de nacht op een Franse akker. Een akker die was omgeploegd door het oorlogsgeweld. Heijting was aan het wachten op het startschot van de aanval die waarschijnlijk zijn leven zou gaan kosten. Hij had het bij andere bataljons ook gezien. Een aanval van drie-, vierhonderd soldaten werd met een paar machinegeweren zo neergemaaid. Maar hij moest wel, hij had geen keus. Een bevel negeren stond gelijk aan de doodstraf.

soccerfanshop.nl

Het voelde als zijn plicht. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, schreef hij zich in bij het beroemde vreemdelingenlegioen. Hij werkte, woonde en voetbalde in Parijs. Hij verdedigde de kleuren van Red Star Amical Club, tegenwoordig bekend als Red Star Paris. Dat hij zou vechten in deze vieze oorlog voor Frankrijk stond buiten kijf. Met bosjes gingen zijn vrienden. Negen maanden lang had hij lief en leed met ze gedeeld. Met één kogel maakte de Duitsers een einde aan de veelal nog jonge levens. Heijting overleefde de eerste kogelaanval en stond oog in oog met de vijand. Hij had nu niets aan kogels. Herladen zou te lang duren. Het werd een gevecht van man tegen man. Bij zijn vijand zag hij dezelfde angst die hij een uur eerder nog bij zijn vrienden zag.

Hij gooide alle lessen die hij had geleerd overboord. Hij voelde een bajonet in zijn been steken. Hij kon maar één ding doen. Hij doorboorde zijn eigen bajonet diep in het lichaam van zijn tegenstander. Hij voelde het leven wegtrekken uit de man tegenover hem. Deze kleine slag had hij gewonnen. Toen doorboorde een kogel zijn lichaam. Hij viel flauw.

Nog één keer overzag Heijting zijn leven terwijl hij vocht met de dood. Zijn jeugd in Nederlands-Indië, waar hij in 1883 werd geboren, zijn jaren in Den Haag, waar hij zijn voetbalsuccessen vierde. Vooral de overstap in 1900 van Swift (een Haagse voetbalclub die bestond tussen 1894 en 1902) naar het roemruchte HVV was een schot in de roos. In de tien jaar die hij voor HVV uitkwam, kreeg de club een speciaal plekje in zijn hart.

Wat hield hij toch van de geel-zwarten. Toen hij al in Parijs woonde, kwam hij zelfs nog een keer terug om de topper tegen Sparta te spelen. Een treinreis heen en terug die in totaal achttien uur in beslag zou nemen. Het mocht niet baten. Het werd 3-3 en Sparta werd aan het einde van het seizoen kampioen. In de tien jaar dat Heijting voor HVV uitkwam, had de club bijna een monopolie op het landskampioenschap. Zes keer werd ‘de grote Haagsche’ kampioen, de andere vier keer tweede. Heijting was een belangrijke spil in het elftal. Iets wat ook de keuzecommissie van de voetbalbond opviel. De middenvelder annex verdediger was tussen 1907 en 1910 een vaste keuze in het Nederlands Elftal. Hiermee werd hij de eerste Nederlands-Indiër in het tricot van Oranje.

Zijn grootste succes in het shirt van het Nederlands Elftal boekte hij in Engeland. Tijdens de Olympische Spelen van Londen, in 1908, werd de bronzen plak gepakt door te winnen van Zweden. In totaal kwam hij zeventien keer voor het nationale elftal uit, twee keer droeg hij de aanvoerdersband. Volgens de kranten van die jaren was hij een van de beste verdedigers die Nederland, tijdens die oerjaren van het internationale voetbal, kende. Vooral zijn techniek en kalmte spraken boekdelen.

Terwijl hij zijn leven voorbij zag trekken, werd hij opgepakt. Toen hij bijkwam, hoorde hij Duitse stemmen. Hij lag in een ziekenhuisbed in Douai. Hij had enorm veel geluk gehad. Maar vier van de 250 Franse soldaten overleefden de slag en hij was er één van. Van soldaat was hij krijgsgevangene geworden, werken in de fabrieken van de Duitsers stond in het vooruitzicht. Uiteindelijk zou hij de oorlog overleven en terugkeren naar Parijs. Daar zou hij in 1951 sterven.

Matthijs Snepvangers