In voetbalsupportersland is er een vrij scherpe tweedeling: de supporters die als een Oranje Generaal naar het voetbal gaan en de supporters die degenen haten die als een Oranje Generaal naar het voetbal gaan. Ik behoorde tot die laatste groep. Als Feyenoorder in hart en nieren heb ik niets met die clowneske manier van supporteren. Wij noemen Oranje-supporters vaak clowns die het Nederlands voetbal geen goed doen. Toen leerde ik Winfried Witjes kennen.

Ik heb het voorrecht genoten om een aantal jaar geleden de ‘echte’ Winfried te ontmoeten. Via mijn werk kwam ik met hem in contact, zonder te weten wie hij was. Zoals zo vaak ging het gesprek vrij snel over voetbal, en al vrij snel had ik door dat ik met een bijzonder fanatieke supporter te maken had. Zelf ben ik een redelijk fanatieke aanhanger van mijn eigen rood-witte helden en dat steek ik ook niet onder stoelen of banken, maar ik kwam er bij Winfried maar niet achter voor welke club hij was. Hij sprak wel erg gepassioneerd over het Nederlands elftal en vroeg of ik daar wel eens ging kijken. “Euh nee, natuurlijk niet.” En waarom dan niet? Ik antwoordde: “Als Feyenoorder vind ik dat allemaal clowns joh, die mensen steunen het elftal helemaal niet, willen alleen maar feesten.”

soccerfanshop.nl

Nadat ik wat vragen tussen neus en lippen door had gesteld, stelde hij een wedervraag:
“Ken je me niet?”
– “Euh nee?”, antwoordde ik met verbaasd gezicht.
“Ken je me echt niet? Ik ben De Generaal.”
– “Generaal?”
“Ja, de Oranje Generaal!”
– “Wie?”
Er was enige teleurstelling in Winfrieds gezicht te zien.

Wat volgde was een gesprek van twee uur. Door de jaren heen zagen we elkaar een aantal keer en dat ging altijd gepaard met urenlange praatsessies over voetbal, Feyenoord en Oranje. Ik leerde Winfried kennen zoals weinig anderen hem kennen.

Wat veel mensen niet weten is dat de Oranje Generaal vroeger een seizoenkaart van Ajax had. Echt trots was hij daar niet op en wilde het er liever niet over hebben. Ajax was zijn club niet meer, want hij voelde zich net zoveel verbonden met Feyenoord, PSV en alle andere clubs in Nederland. Hij begreep niet waarom supporters van clubs elkaar ‘haten’ en dus legde hij zijn hele ziel en zaligheid in het Nederlands elftal. Letterlijk.

Aanvankelijk ging hij als een normale voetbalsupporter naar het voetbal, maar een weddenschap tussen een aantal Oranje-aanhangers eind jaren tachtig zorgde ervoor dat ze bij wijze van grap verkleed gingen naar Oranje. Tegenwoordig hoor je er niet meer bij als je niet als transseksueel of met een Borat-tanga naar het Nederlands elftal gaat, maar daar had Winfried eigenlijk een broertje dood aan. Een van de bekendste figuren van het Nederlands elftal vond al die verkleedpartijen eigenlijk maar niets, maar wat hij pas echt erg vond, was dat ‘dit nieuwe Oranje-publiek’ het elftal helemaal niet steunt. De stiltes, het fluiten. Hij had een pesthekel aan het moderne voetbal. Hij dacht er precies hetzelfde over als ik. Dat verbaasde mij. Een bloedfanatieke Feyenoorder en een ‘clown’ die net zo fanatiek zijn? Geloof me, de Oranje Generaal was fanatieker dan wie dan ook in Nederland.

U moet weten: Winfried had toen ik hem leerde kennen nog een eigen winkel aan het Europaplein in zijn woonplaats Elst. Net als veel andere kleine zelfstandigen trof de crisis hem zwaar en kwam hij in grote financiële problemen. Zowel privé als professioneel had hij de wind tegen en het ging hem zeer aan het hart dat hij diverse oefenwedstrijden van het Nederlands elftal moest laten schieten. “Mag niet van de curator.” Gelukkig kreeg hij relatief snel wat van zijn vrijheid terug. Betalingsregelingen, nieuwe tijdelijke huisvesting en een strikte coaching zorgden ervoor dat Winfried met een uitkering op zak op jacht kon naar een nieuwe toekomst. Voor mannen die richting het pensioen hobbelen is dat niet eenvoudig en hij wilde graag “wat met zijn bekende kop” doen, zoals hij dat zo mooi kon zeggen.

En toen kwam het WK in Brazilië. Werkeloos, maar met zijn uitkering op zak kreeg hij het met zijn UWV-begeleiders voor elkaar dat hij ‘op vakantie’ mocht naar Brazilië onder strikte voorwaarden. Dankzij een geheime sponsordeal met de eigenaar van Princess, fabrikant van keukenapparatuur, kon de Generaal naar Brazilië, maar wel met een Princess-sticker op zijn enorme hoed.

De reis was dan wel betaald, maar wedstrijdkaarten waren het volgende probleem. Vanwege de strenge controle op zijn financiën was het niet mogelijk kaarten te kopen via de officiële weg. Bij het stadion kocht hij kaarten op de zwarte markt voor de eerste wedstrijd tegen Spanje. Tegen alle verwachtingen in speelde het Nederlands elftal de sterren van de hemel. Op televisie zag ik de Oranje Generaal als een van de weinige Oranje-fans de polonaise lopen over de tribune, samen met onbekende Brazilianen die net zo genoten van de vernedering van Spanje als hij. Met zijn tomeloze energie en jolige voorkomen won hij de harten van de Brazilianen in no-time.

Oranje bleef presteren en de ene na de andere tegenstander werd aan de zegekar gebonden. Dat was voor heel het land fantastisch, maar juist voor de Oranje Generaal een groot probleem: door zijn precaire financiële situatie mocht hij ‘slechts’ enkele weken in Brazilië blijven van het UWV. Dus werd hem na de achtste finale de keuze voorgelegd: of je blijft in Brazilië en je raakt je uitkering kwijt; of je komt terug naar Nederland en we gaan eens een hartig woordje praten over je extreme hobby. Het was het laatste contact tussen het UWV en de Oranje Generaal. Hij koos ervoor om bij het Nederlands elftal in Brazilië te blijven, verloor daardoor zijn uitkering en daarmee ook zijn huis. Spijt had hij niet, hij vond het geweldig in Brazilië. “De tijd van mijn leven.”

De gewonnen troostfinale tegen Brazilië was voor hem de kers op de taart. Na die wedstrijd kwam Robin van Persie naar hem toe en gaf hem zijn aanvoerdersband en medaille. De dag dat hij landde in Nederland hing hij al aan de telefoon, “Heb je het gezien? Van Persie hé! Van Persie!”

In mijn leven zal ik waarschijnlijk nooit meer een voetbalsupporter tegenkomen die zijn inkomen, huisvesting en daarmee wellicht zijn hele toekomst weg zal geven voor een paar voetbalwedstrijden. Zo fanatiek was de Oranje Generaal.

RIP Winfried!

Alwin van den Hoven
Foto: Thijs Brouwers

In Staantribune nummer 6, die alleen nog deze week in de winkel ligt en/of is na te bestellen in de webshop, is het laatste uitgebreide interview met de Oranje Generaal – die ook de cover siert – te lezen.

De redactie van Staantribune wenst de nabestaanden en (voetbal)vrienden van Winfried ‘De Oranje Generaal’ Witjes veel sterkte met het verlies.