De Wedstrijd van het Jaar in GelreDome? NEC-thuis? Fout. Natuurlijk, er ‘mot’ van Over de Waal worden gewonnen. Maar van NEC kun je alleen verliezen, niet winnen. Als er wordt gewonnen, voelt het als Arnhemmer alsof je net niet in je broek hebt gescheten. Je bent opgelucht dat je niet voor lul staat en na een paar biertjes voelt dat als heel wat.

Voor GelreDome ligt de zogenaamde Walk of Fame, met tegeltjes van bijvoorbeeld Justin Timberlake en Madonna, die ooit in het stadion optraden. Maar er ligt ook een wedstrijd van Vitesse tussen, een gewonnen pot tegen Ajax (4-1, 2009). Veelzeggend. Ajax verslaan is, samen met de beker winnen, zo’n beetje het hoogst haalbare voor een provincieclub als Vitesse.

soccerfanshop.nl

In Arnhem heerst er, met een halve finale tegen Sparta in aantocht, een bescheiden bekerkoorts. Na honderd vijf- en twintig jaar meespelen, kan Vitesse dit jaar voor het eerst een prijs winnen. De beker, de kortste route naar succes. Eigenlijk is die route te kort. De beker wordt gewonnen door de gelukkigste, niet door de beste. Nadat Vitesse twee amateurclubs had verslagen, speelde het in de kwartfinale in een mager gevuld GelreDome tegen Feyenoord. De beker is een soort Postcode Loterij: onder het motto ‘je weet maar nooit’ doet iedereen trouw mee, maar het leeft uiteindelijk vooral daar ‘waar-ie gaat vallen’. Ajax en PSV laten zich vaak niet eens huldigen als ze de Dennenappel winnen.

Enfin. GelreDome is het minst leeg als Ajax op bezoek komt. Er hoeven dan geen gratis kaartjes te worden uitgedeeld bij een pak vlokken of een kuipje roomboter om mensen het stadion in te lokken. Ook omdat veel in Arnhem wonende teletekstsupporters van Ajax dan hun kans pakken om ‘hun aller Ajax’ eens in het echt te zien. Het zorgt voor een stukje extra spanning en paranoia in het stadion; er kan een undercover-Ajacied in je vak zitten.

Arnhemmers ploffen normaal vijf voor half drie op hun kuipje, maar als Ajax komt gaat men er met een volle tank eens goed voor zitten. Meestal is er moed ingedronken, ook om de keel, die normaal nauwelijks wordt gebruikt, te smeren. Thuis wordt vertelt: als we winnen, dan ben ik er niet met eten. Misschien neem ik dan maandag wel vrij. De wil om te winnen is groot.

De Ajacied is de meest gehate voetbalsupporter in Nederland. Wie niet voor Ajax is, is tegen en dat maakt Ajax uniek. Philips Sport Vereniging is eigenlijk een soort Red Bull Leipzig met historie. Bovendien huist PSV in Brabant en zoiets wekt geen jaloezie. Feyenoord wint domweg te weinig om te haten. Een bevriende Feyenoorder, vader van drie, zei laatst: “Een kampioenschap van Feyenoord is voor mij specialer (en zeldzamer) dan de geboorte van een van mijn kinderen.” Dat Feyenoord na bekerwinst wordt gehuldigd zegt alles, evenals het feit dat heel Nederland momenteel 010 de titel wel gunt.

Alleen Ajacieden gunnen Ajax de titel. Een Ajax-tenue roept dezelfde recalcitrante gevoelens op als een politie-uniform. Komt door de arrogantie. Ajax is de meest narcistische club van Nederland, een club die lijdt aan een ‘meerderwaardigheidscomplex’. Het Legioen van Feyenoord wordt gerespecteerd om het feit dat men zich ook als het slecht gaat met de club vereenzelvigt. Ajacieden vereenzelvigen zich alleen met succes; bij verlies ligt het aan het bestuur en hoor je “dit is Ajax niet meer”. Denk aan de thuiswedstrijd tegen Utrecht van Ajax vorig seizoen, toen het stadion middenin de titelrace leegstroomde toen het mis dreigde te gaan. Houd je dan oprecht van je club of ben je een golddigger?

Amsterdam, de grachtengordel: het establishment. De haat (in Amsterdam noemen ze het jaloezie) zit diep. Zie de laatste speeldag, het feest dat De Graafschap vierde. Schrijver Özcan Akyol schreef ooit: “Als Amsterdam een ras was, dan was ik een racist.” Afgelopen weekend keek en luisterde ik, zittend in GelreDome, om me heen. Lieve mannen die Vitesse normaal aanschouwen met de emotionele expressie van een comapatiënt, foeteren schuimbekkend als Donald Trump met Gilles de la Tourette tegen het elftal “dat altijd met twaalf man speelt”. Conclusie: Akyol staat niet alleen.