Vitesse wil komend seizoen de capaciteit van stadion Gelredome verkleinen door delen van de tribunes met doeken af te dekken. Algemeen directeur Joost de Wit van de Arnhemmers hoopt met deze maatregel de ‘voetbalbeleving’ te versterken, wat wel managersjargon zal zijn voor wat reguliere voetbalsupporters simpelweg ‘sfeer’ noemen.

Ik heb het gezeur over lege tribunes bij Vitesse nooit zo goed begrepen. Het leeft niet in Arnhem, concluderen de Johan Derksens van deze wereld dan. Terwijl de enige reden voor die lege plekken is dat het stadion te groot is voor een club met de statuur van Vitesse. Dit seizoen trokken thuiswedstrijden van de Arnhemmers gemiddeld een kleine 17.000 bezoekers. Vitesse is daarmee qua aantallen de achtste club van Nederland, keurig tussen de vergelijkbare subtoppers FC Utrecht en AZ.

soccerfanshop.nl

FC Utrecht is sowieso aardig vergelijkingsmateriaal. Het gemiddeld aantal toeschouwers bij wedstrijden in de Galgenwaard is 17.660, niet heel veel meer dan bij Vitesse, en dan heeft Utrecht nog twee keer zoveel inwoners als Arnhem. Gelredome en Galgenwaard hebben bovendien elk een capaciteit van circa 25.000 plaatsen. De bezettingsgraad is dus bij beide clubs nagenoeg even laag, zo’n zeventig procent. Toch hoor je vrijwel nooit dat Utrechters niet warm lopen voor de plaatselijke FC.

In Arnhem menen ze dat het ook een visuele kwestie is. Op televisie is de camera standaard gericht op de slechtst bezette vakken, waardoor de indruk wordt gewekt dat Vitesse altijd voor grotendeels lege tribunes voetbalt. Daarom moeten de fans die hoog zitten, buiten beeld, volgend seizoen naar beneden, dichter op het veld.

Toch geloof ik niet dat clustering van fans het ei van Columbus is. Het type stadion speelt ook een grote rol. In de Gelredome worden ook nog concerten gegeven, de Galgenwaard is een echt voetbalstadion. In Arnhem is het stadion op evenementen gebouwd, met dat dak en die spuuglelijke grijze hoeken. In Utrecht constateerden de beleidsbepalers een paar jaar geleden juist dat het stadion ongeschikt is voor concerten vanwege de akoestiek. Die is nu op maat gesneden voor een authentieke voetbalsfeer. Het gezang rolt er nog ouderwets van de hoge tribunes, wordt een prooi voor de wind, die het mee de lucht in neemt of over het veld blaast.

En er is nog iets. In Utrecht komt het geluid vaak van alle vier de tribunes, niet alleen van de fanatieke Bunnik-Side of uit een bepaald sfeervak. Dat weegt ruimschoots op tegen het feit dat het stadion nog niet voor driekwart is gevuld.

Gertjan Verbeek klaagde onlangs op een persconferentie van zijn club VfL Bochum over wegblijvende supporters. Het stadion zat lange tijd vol, maar nu de club geen kans meer maakt op promotie zijn er lege plekken. ”De sfeer is geweldig, maar zou met meer mensen nog beter zijn”, aldus Verbeek. Dat is echter een misverstand.

De schrijver Daniel Gray maakte in 2011 een voetbalreis door Engeland. Hij beschreef die in zijn boek Hatters, Railwaymen and Knitters. Travels through England’s Football Provinces (2013). Een van de clubs die Gray aandeed was Middlesbrough, in 2006 nog UEFA Cup-finalist, maar ten tijde van zijn bezoek afgegleden naar het tweede niveau.

Supporters keken uiteraard met enige weemoed terug op de laatste succesperiode, maar ergens waren ze ook opgelucht dat die tijd voorbij was: “Although attendances have halved […], somehow the atmosphere is often better at games than it was then. It feels as is the club is down to a hardcore of deep, deep carers: those that identify most with the team. The drifters have gone; long live the belongers.”

Hier raken we volgens mij de kern van de zaak. De formule ‘hoe meer supporters, hoe meer sfeer’ is zeker geen wet van Meden en Perzen. Een toename van de bezoekersaantallen betekent in de eerste plaats extra toeschouwers, in de meest letterlijke zin van dat woord. Er is meer voor nodig om ze ook tot betrokken fans te maken, de belongers waarover Gray spreekt.

‘Voetbalbeleving’, sfeer, ontstaat altijd bottom up, door gepassioneerde aanhangers die op dezelfde golflengte zitten en in een omgeving die voetbal ademt. Het is niet van bovenaf te arrangeren door meer mensen je stadion in te lokken, laat staan door ze planmatig te groeperen in het zicht van de camera’s.