Soms zit ik alleen thuis en denk ik aan Israël. Niet aan gouwe ouwe Rinus, maar aan het land waarvan ik weinig weet, behalve dat er een soort oorlog woedt die het record van de Tachtigjarige Oorlog gaat verscherpen. Mijn gedachten reizen regelmatig af naar keeper Piet Velthuizen en dan vraag ik me af: zou Piet daar in Haifa heimwee hebben naar hier? Ik heb eerlijk gezegd wel heimwee naar Piet. Met Eloy Room hebben we bij Vitesse een keeper die geen gekke dingen doet. Dat is goed, maar soms wil je ook wel eens naar iemand kijken die een beetje apart en onvoorspelbaar is. Iemand die emoties oproept.

Piet verpieterde de laatste jaren op de bank. Of verpieterde… ‘uittern’ leek hij het wel best te vinden. Het geld op de bank was immers goed, een erfenis van Merab Jordania. Piet was bij Vitesse van sluitpost verworden tot kostenpost, maar als een soort blanke Bogarde weigerde hij Vitesse te verlaten. Piet wilde geen dief van zijn eigen portemonnee zijn. Aan het begin van zijn laatste contractseizoen bleek Piet zomers zowaar gegroeid. Gegroeid op zijn Arnhems, want Piet volgde het voorbeeld van voorgangers als Theo Janssen, Nicky Hofs en Johnny van de Burgerking en kwam te zwaar terug van vakantie en verloor zo wederom de concurrentiestrijd met Room. En zo zat Piet zijn contract bij Vitesse letterlijk uit, tot het vorige zomer afliep.

soccerfanshop.nl

De carrière van Piet, dertig jaar inmiddels, begon nog zo veelbelovend. In Arnhem zagen we in hem, na Frans de Munck en Raimond van der Gouw, de derde Zwarte Panter. Die grote belofte heeft Piet nooit helemaal ingelost. Van Zwarte Panter transformeerde hij in een Zwarte Kat, die ongeluk bracht met rare blunders die zijn kwaliteiten als lijnkeeper begonnen te overschaduwen. Omdat het leek alsof Piet van zijn hobby (vissen) zijn beroep aan het maken was, ontstond er in GelreDome een Pietendiscussie. Moest Piet eruit? Peter Bosz verbande hem naar de bank en zo verdween hij langzaam uit beeld, het beeld waarop hij graag verscheen. Op het veld zette Piet immers graag een stapje opzij om te kunnen duiken, net na wedstrijden dook hij gretig op voor camera’s om zijn zegje te doen. Verdacht en irritant lang wachtte Piet ook met het hervatten van het spel, alsof ‘treuzelpiet’ ervan genoot dat het hele stadion even naar hem keek.

Keepers zijn een beetje gek, zegt men. Een stelling die niet langer houdbaar lijkt sinds de opkomst van degelijke ‘dooien’ als Edwin van der Sar, Maarten Stekelenburg, Jasper Cillessen en Jeroen Zoet. Ideale schoonzonen, mannen die hun kinderen vast wel in slaap krijgen als ze monotoon een verhaaltje voorlezen. Eigenlijk slaat die zin over gekke keepers alleen nog op Piet. Als Piet (AVI-niveau 8) een verhaal voorleest aan zijn ‘kleine’, dan gebeurt dat vast levendig. Nee, de Zwarte Kat is allesbehalve een grijze muis.

Piet verzorgde boeiende interviews, interviews waarin hij Nederlands sprak zoals Louis van Gaal Engels. Hij zei dingen als “uittern” en “we staken er vandaag niet met kop en schotel bovenuit”. Als Vitessenaar woonde hij in Nijmegen. Als mensen hem daar lastigvielen, ontkende hij Piet Velthuizen te zijn, maar iemand die er toevallig heel veel op leek. Wanneer een journalist hem na een blunder vroeg of hij de volgende ochtend bij de bakker brood durfde te halen, antwoordde hij: “Ik haal mijn brood bij de COOP, jong.”

Vorige zomer waren er weinig clubs meer in Piets talenten geïnteresseerd. Hij belandde uiteindelijk bij Hapoel Haifa. Israël. Niet bepaald Het Beloofde Land als het om voetbal gaat. Piet schijnt er wel erg goed te keepen. Het kan aan mij liggen, maar ik heb nog steeds geen reportage met Piet gezien of gelezen. Ergens jammer. Uiteraard zou ik voor Staantribune graag mijn vliegangst opzijzetten en Piet opzoeken.

Zou mooi zijn. “Vliegangst. Jij? Dan koop je toch een vliegenmepper, jong. Zelf heb ik mug-angst. Ik weet nog dat ik de ziekte van Pfeiffer had en de muggen sloom werden van mijn bloed.” Piet, die nog geen Jodenkoeken in de supermarkt heeft gevonden en over de spanning tussen de Palestijnen en de Joden zegt: “Vitesse – NEC, Arnhem – Nijmegen is er kinderspel bij, joh. Maar er is wel een stukje beleving. Ik houd daar wel van. Nee, De Klaagmuur heb ik nog niet gezien. Maar die had ik in Arnhem ook, als ik Theo Janssen in de muur zette. Die had daar nooit trek in, maar het moest: Theo telde met zijn kilo’s voor twee en dan hield ik een speler over voor de goal.”

Nee, ik kan hier mislukt lollig proberen te doen, maar de echte reportage zou veel leuker uitpakken. Ondertussen hoop ik stiekem dat Piet nog eens terugkeert. Niet als Zwarte Kat, maar als Zwarte Panter.