Ergens in Italië, maandag 2 mei 2016.

Buongiorno, mama.”

soccerfanshop.nl

“Ah, buongiorno, Claudio.”

“Gaan we meteen lunchen, mama?”

“Laten we gezellig thuis blijven, mi caro bambino. Ik heb pizza uit de oven, pizza della mamma.”

“Met gelato toe?”

“Met gelato toe. Zeg eens, hoe gaat het in Engeland, jongen? Ben je het nog niet beu? Altijd slecht weer, smerig eten, hordes barbari.”

“Het gaat voortreffelijk. Volgt u het nieuws niet meer?”

“O jawel hoor, ik blijf wel op de hoogte. Er was brand in de bakkerij van Vincenzo. En Giovanni van Francesca van hiernaast wordt niet meer beter. De arme sukkelaar.”

“Ik bedoel niet zulk nieuws, mama.”

“Ach, het echte nieuws… Op mijn leeftijd heb ik alle wereldleed al zo vaak voorbij zien komen… Alles herhaalt zich eeuwig.”

“Ik bedoel… het voetbal… de berichten over mij.”

“Ach jongen, waarom zou ik de sportkranten nog lezen? Ze schrijven toch alleen maar negatief over mijn zoon, mannaggia!”

“Maar mama… ik kan kampioen worden!”

“Jongen toch, ben je helemaal naar hier gekomen om je oude moeder voor de gek te houden?”

“Het is echt waar, mama!”

“Griekenland heeft je ontslagen, Claudio. Omdat je verloor van de Canarische Eilanden.”

“…De Faeröer Eilanden.”

“Des te erger.”

“Het was verdiend. Ze waren beter.”

“Juist ja. En dan vlucht je uit arren moede naar het platteland van Engeland, naar… hoe heet het daar ook alweer?”

“Leicester.”

‘Leicester, godbetert. Ik had er nog nooit van gehoord. De enige club die mijn zoon nog wilde hebben. Met als opdracht om ze voor degradatie te behoeden. Je hebt het me zelf verteld, Claudio, mijn geheugen werkt nog uitstekend.’

“Ja…”

“En dan zou je nu zeker opeens kampioen van Engeland gaan worden? Ik ben dan wel 96 jaar oud, maar nog lang niet dement, hoor.”

“Toch is het zo, mama. We hebben maar drie keer verloren. De spelers zijn geweldig, het zijn krijgers, ze geven alles, elke wedstrijd, voor elkaar, en voor mij.”

“Jongen toch…”

“Een televisiepresentator, Lineker, gaat een populair voetbalprogramma in zijn onderbroek presenteren als we kampioen worden.”

“Lineker? Onmogelijk, die heb ik hier in 1990 nog op het WK zien spelen. Dat is een fatsoenlijke jongen. Gaat het wel goed met je, Claudio? Ik begin te geloven dat je daar in Engeland te veel lauwe biertjes hebt gedronken.”

“We worden kampioen, mama. We gaan Champions League spelen. Het is de sensatie van de eeuw. Hier zal nog decennialang over worden nagepraat. Ik zal een standbeeld krijgen. Supporters gaan hun zonen ‘Claudio’ noemen.”

(Diepe zucht) “Zit toch niet zo te dromen, jongen. Eet je pizza.”