Coatbridge is een lelijke stad en daardoor vaak het onderwerp van spot. Het wordt vaak gebruikt in combinatie met de zin “daar zou ik nog niet dood gevonden willen worden”. Toch zijn er maar liefst drie toeristische attracties, waardoor veel Schotten wel eens in de stad zijn geweest. Albion Rovers voor de voetbalfans, het deprimerende pretpark ‘The Time Capsule’ voor gezinnen en het Summerlee Museum of Scottish Industrial Life voor mensen die geïnteresseerd zijn in geschiedenis. Voor deze reeks over Albion Rovers ging ik naar dat laatste toe, want in het museum is – behalve veel industrie – de Robert Marwick Collection te zien, de grootste verzameling van Albion Rovers memorabilia ter wereld.DSC00760De vorig jaar overleden Robin Marwick was architect, maar bovenal groot fan van de Wee Rovers. Als peuter werd hij een keer meegenomen naar stadion Cliftonhill en sindsdien volgt hij de club heel fanatiek. Hij hield in zijn tienerjaren alle wedstrijden bij en had plakboeken vol met statistieken, krantenknipsels en eigen tekeningen van de club. Op zijn bruiloft was de uitslag van Albion Rovers, dat een uitwedstrijd speelde, het eerste wat de ceremoniemeester zei tijdens zijn speech. Marwick schreef in 1986 een boek over de historie van de Rovers, werd commercieel manager, bestuurslid en uiteindelijk zelfs voorzitter van zijn geliefde club. Tijdens zijn voorzitterschap werd Albion Rovers voor het eerst sinds 1934 weer eens kampioen. Nadat hij aftrad, bleef hij het archief van de club beheren. In mei 2015 stierf Marwick, een paar weken nadat de club voor de derde keer in haar geschiedenis kampioen was geworden.

DSC00766DSC00776Ik was erg benieuwd naar de collectie en vroeg bij de ingang van het museum waar ik die kon vinden. De museummedewerkster had waarschijnlijk nog nooit zoiets exotisch gezien als een Tilburger en ik werd helemaal begeleid naar de vitrines met de Albion Rovers-spullen. Zelf was ze voor Celtic, zoals 95% van Coatbridge. Toen ze klein was, ging ze wel eens naar Albion Rovers kijken, maar het was nu alweer jaren geleden dat ze op Cliftonhill was geweest. Naar Celtic ging ze ook nog maar zelden, al volgde ze de Bhoys wel op televisie. Ze vertelde over de banden tussen Albion Rovers en Celtic. Jock Stein, de legendarische manager van Celtic, begon zijn voetbalcarrière bij de Wee Rovers. Vandaar dat er wel eens vriendschappelijke wedstrijden worden gespeeld tussen beide club om de Jock Stein Trophy. Ze vertelde dat er heel veel Celtic-supporters in de stad zijn, vanwege de Ierse komaf van veel Coatbridgians. Zelf had ze ook Ierse voorouders, vandaar haar voorliefde voor Celtic.

soccerfanshop.nl

DSC00803Nadat de medewerkster weer naar de ingang was gelopen, ging ik de Albion Rovers-spullen eens bekijken. Er lag van alles: van een voetbal uit 1988 met handtekening van alle spelers en de originele bouwtekening van Cliftonhill tot een cartoon over Albion Rovers en de twee boeken die Marwick heeft geschreven over de club. Veel spullen gaven een beeld van een club die altijd tegen de stroming in heeft moeten zwemmen. Het duidelijkste bewijs was een affiche met de tekst ‘Rescue the Rovers’ uit 1994, toen het erop leek dat Albion Rovers het stadion zou kwijtraken. Helaas waren de plakboeken van Marwick niet te zien, omdat die te fragiel zijn om tentoon te stellen. Er lag ook een stel schitterende foto’s achter de vitrine, daar kom ik later nog een keer op terug.

DSC00767DSC00771Omdat ik toch in het museum was, wilde ik de rest ook wel even zien. Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de Industriële Revolutie en dit was een goede mogelijkheid om te kijken wat voor effect die in Coatbridge heeft gehad. Simpel gezegd heeft de stad daar haar bestaan aan te danken. Coatbridge was midden negentiende eeuw het centrum van de staalindustrie. Het concept hoogovens werd hier voor het eerst toegepast. Coatbridge was daardoor de hel op aarde. Dag en nacht brulden de hoogovens rommel de lucht in. De arbeiders werkten voor een hongerloontje en moesten van de fabriekseigenaren in eenkamerwoningen naast de fabriek wonen. Bij ontslag of overlijden van de kostwinner werd de hele familie op straat gezet. De meeste mensen werden niet oud, omdat ze de hele dag in de rook stonden. Het werk was zo zwaar, dat veel Schotten het niet wilden doen. Daarom werden er Ieren gehaald, veelal van het platteland. Die stierven daar van de honger door enkele mislukte aardappeloogsten en wilden maar wat graag werken. Veel Ieren kwamen terecht in Coatbridge, waar ze als ratten bij elkaar moesten leven en de tuberculose welig tierde. Het was een ellendig leven voor velen.

DSC00762Om aan te geven wat voor naargeestige plek Coatbridge was om te wonen, citeer ik Robert Baird, een van de grote industriëlen uit die tijd: “There is no worse place out of hell than that neighbourhood. At night the groups of blast furnaces on all sides might be imagined to be blazing volcanoes at most of which smelting is continued on Sundays and weekdays, day and night, without intermission. From the town comes a continual row of heavy machinery: this and the pounding of many steam hammers seemed to make even the very ground vibrate under ones feet. Fire, smoke and soot with the roar and rattle of machinery are its leading characteristics; the flames of its furnaces cast on the midnight sky a glow as if of some vast conflagration. Dense clouds of black smoke roll over it incessantly and impart to all buildings a peculiarly dingy aspect. A coat of black dust overlies everything.”

DSC00783 DSC00778