AZ speelt morgenavond in Bilbao haar laatste Europese wedstrijd van het seizoen. Het Alkmaarse hoogtepunt van deze campagne was zonder twijfel de thuisoverwinning op Athletic Club op 1 oktober. Het bleken echter de enige punten die AZ in de poule zou halen, terwijl Athletic zich inmiddels al heeft verzekerd van Europese overwintering. Het slotduel in de poule is daarom een wedstrijd zonder grote belangen, maar de supporters die naar Bilbao afreizen zijn donderdag wel te gast bij een unieke club in het hedendaagse voetbal.

Athletic Club houdt in een tijd van steeds grotere commerciële belangen namelijk stug vast aan de eigen waarden en principes. De tijden van sportief succes zijn voor de achtvoudig landskampioen en 23-voudig bekerwinnaar van Spanje ten einde, maar de trots van spelers en supporters op hun club is anno 2015 misschien wel groter dan ooit. Terwijl het voetbal zich de afgelopen twintig jaar stormachtig ontwikkelde tot een groot commercieel circus, bleven de mensen uit Bilbao vasthouden aan hun eigen filosofie.

soccerfanshop.nl

De Baskische wijze
Bij Athletic Club spelen enkel en alleen Basken. De autonome regio Baskenland telt momenteel zo’n drie miljoen inwoners, vergelijkbaar met de provincie Zuid-Holland. In Bilbao zelf wonen zo’n 950.000 mensen, waarmee het de vijfde stad van Spanje is. Baskenland bestaat weer uit zeven districten.

Vroeger mochten alleen spelers uit Bizkaia (het district waarin Bilbao ligt) voor Athletic Club spelen, maar tegenwoordig volstaan ook de overige zes Baskische districten en de drie Baskische regio’s in Frankrijk, al is dit laatste vrij uniek. De Franse wereldkampioen Bixente Lizarazu was in het seizoen 1996-1997 de eerste Franse Bask die voor Athletic Club speelde. Sinds 2012 heeft hij in de talentvolle centrumverdediger Aymeric Laporte (21) een opvolger.

05-Bixente LIZARAZU Panini France 2000

Strikte uitzonderingen
Heel soms wordt er een uitzondering gemaakt, bijvoorbeeld voor de in Venezuela geboren Fernando Amorebieta, die van 1995 tot 2013 voor Athletic speelde. Zijn beide ouders kwamen wel uit Baskenland. Toch is toelating tot de Baskische familie zeker niet makkelijk, zo ondervond ook Australiër Tommy Oar afgelopen zomer. Zijn Baskische roots bleken niet sterk genoeg om de commissie van Athletic Club te overtuigen.

Feit blijft dus dat de scouts van Athletic Club uit een heel kleine vijver moeten vissen. En dan heeft het ook nog concurrentie van Eibar (vijftig kilometer verderop), Real Sociedad uit San Sebastián (honderd kilometer) en Osasuna uit Pamplona (honderdvijftig kilometer). Ook zij proberen hun selecties voor het grootste deel uit Basken te laten bestaan, al zijn deze Baskische profclubs een stuk minder streng dan Athletic Club.

De een vindt het discriminerend of xenofoob, de ander vindt het prachtig. Het is hoe dan ook uniek en prijzenswaardig in de huidige voetbalwereld. Het winnen van prijzen is door het vasthouden aan dit beleid verworden tot een incidentele gebeurtenis. Maar als Athletic Club dan iets wint, is het ook echt feest in Bilbao.

Supercopa
Dit bleek wel in augustus van dit jaar, toen Athletic Club de Supercopa de España won. In Nederland is de Johan Cruijff Schaal een verplicht oefenpotje om het seizoen mee te beginnen, in Spanje stelt de strijd om de Supercopa echt iets voor. Athletic versloeg het sterrenteam van FC Barcelona, dat eind mei nog veel te sterk was in de bekerfinale, overtuigend (thuis 4-0, in Camp Nou 1-1).

De laatste keer dat Athletic Club een prijs won, was in het seizoen 1983-1984, toen de Basken meteen de Spaanse dubbel pakten. Niemand die toen had kunnen vermoeden dat de club zo ver achterop zou raken bij FC Barcelona en Real Madrid, die ieder jaar weer een stukje beter en rijker lijken te worden.

Degradatie bleef altijd uit voor Athletic, al kwam dit scenario een aantal keren angstvallig dichtbij. Steeds weer werden er Baskische toptalenten klaargestoomd voor het grote werk, maar er ontstond nooit meer een team dat opgewassen bleek tegen de grootmachten uit Barcelona en Madrid. Met jaloezie keken de Basken naar clubs als Deportivo La Coruña en Valencia, die incidenteel nog wel in staat bleken om kampioen van Spanje te worden. Athletic Club was in 2012 nog dicht bij Europees succes, maar verloor in de finale van de Europa League van Atlético Madrid, de club die in 1905 door Basken nog werd opgericht als Athletic Club de Madrid.

De winst van de Supercopa maakte voor Athletic Club een eind aan een ongekend lange prijzendroogte. Na 31 jaar viel er weer iets te vieren en dat wilden ze weten ook in Bilbao. Duizenden trotse Basken kwamen samen aan de oevers van de Nervión, de rivier die dwars door de stad stroomt.

Verboden om Baskisch te praten
De Nervión stroomt in Bilbao onder meer langs het Museo Guggenheim, de toeristische trekpleister van de stad. Vanaf hier is het slechts twee kilometer lopen langs de rivier totdat San Mamés, het stadion van Athletic Club, plots opduikt. De gloednieuwe arena is sinds 2013 de nieuwe thuishaven van Athletic Club. Een nieuw stadion heeft vaak jaren nodig voordat de supporters zich er thuis voelen, maar de Basken hebben hun nieuwe stadion snel omarmd. De supporters werden vanaf de start betrokken in de plannen en konden hun zegje doen.

Het nieuwe stadion kwam direct naast, en gedeeltelijk zelfs op, de ‘heilige grond’ waar het oude San Mamés stond. Honderd jaar lang, van 1913 tot 2013, kwamen de Basken hier om voetbal te kijken, maar vooral om hun Baskische trots te uiten. In de periode dat generaal Francisco Franco de baas was in Spanje (van 1939 tot 1975), was het officieel verboden om Baskisch of Catalaans te spreken. In het stadion golden deze regels gek genoeg niet en dus konden de supporters hier naar hartenlust praten en zingen in het Baskisch, zwaaiend met de Baskische vlag.

Opleidingsploeg
Athletic Club werd steeds meer het toonbeeld van de Baskische trots. Herkenbaar voor het oude San Mamés was de grote witte boog boven de hoofdtribune, die na de sloop van het stadion werd verhuisd naar Lezama, het trainings- en opleidingscentrum van de club. Daar wordt geschaafd aan Baskisch talent, dat altijd weer bovenkomt. Dat er genoeg Baskisch talent is, blijkt wel uit het feit dat opleidingsploeg Bilbao Athletic (ook bekend als Athletic Club B) dit seizoen in de Segunda División speelt.

De droom voor ieder Baskisch jongetje is het shirt van Athletic Club, niet dat van FC Barcelona of Real Madrid. Elke paar jaar is er wel een speler uit de buitencategorie die voor Athletic niet meer te houden is: Ander Herrera, Asier Del Horno, Fernando Llorente, Javi Martinez. Deze spelers zullen echter nooit aandringen op een binnenlandse toptransfer, omdat ze weten dat de supporters hen dit niet in dank zullen afnemen. Geen club in Europa waar spelers zoveel affiniteit hebben met hun club als bij Athletic Club. Spelers groeien vanaf jongs af aan op met de waarden en tradities van de club, kennen de historie en de verhalen.

Dit vergroot de trots, zowel op het veld als de tribunes. Spaanse supporters staan niet bekend als fanatieke zangers, maar houden zich tussen het mopperen, schelden en fluiten vooral bezig met eten en drinken. In Bilbao is dit niet anders, maar Basken drinken geen bier uit plastic glazen. Zij drinken tijdens de wedstrijd liever een liter rioja (rode wijn) uit een leren zak, de zogenaamde bota. Vervolgens duiken de supporters een van de vele tapasbarretjes rondom het stadion in om de wedstrijd nog eens goed na te bespreken.

Respect
Door het duidelijke beleid van Athletic Club zal de club nooit in financiële problemen geraken. De Baskische trots en de eenheid tussen publiek en team gaan altijd voor het individu. Prijzen zijn zeldzaam geworden, maar het respect van de internationale voetbalwereld is de Basken ook veel waard. De Engelse handelaren die 117 jaar geleden een voetbalclub uit de grond stampten in Bilbao mogen trots zijn op de club die ze hebben opgericht. Athletic Club de Bilbao doorstond de tand des tijds en bleef gevrijwaard van de commercie en spelletjes die het voetbal de afgelopen decennia zo hebben veranderd. Op nog 117 jaar vol Baskische trots.

¡Aupa Athletic!

aduriz