“Nie-mand wint in Al-luk-maaaar! Al-luk-maaaar! Alluk-mahahaar!” Nauwelijks een minuut nadat Real Betis de AZ-supporter een nieuw Europees trauma bezorgt, komt het historisch besef alweer boven. Want Liverpool, FC Barcelona, Internazionale noch Betis: niet één buitenlandse club slaagde erin met winst te vertrekken uit de Alkmaarderhout, het stadion waar AZ vandaag exact elf jaar geleden haar laatste competitiewedstrijd in speelde, tegen FC Twente (0-0).

En vlak na de allerlaatste Europa Cup-wedstrijd op deze magische grond liet het voltallige stadion luidkeels weten dat niemand in Alkmaar kon winnen. Uit 2-0 verlies, thuis 2-0 in de reguliere speeltijd, maar door een Spaanse goal in verlenging – en een gemiste penalty van de onfeilbare Denny Landzaat – toch uitschakeling. Misschien werkte de verdoving van Sporting Portugal een jaar ervoor nog, waardoor we deze nieuwe verwonding nauwelijks voelden. Maar de trots op het stadionnetje, het besef dat we afscheid namen van erfgoed, leek te overheersen. Jullie de kwartfinale, wij de onneembare vesting.
sloop-de-hout-310806-161645-114680 (1)Dat is ook de reden dat ik dit moment uitlicht bij een terugblik op De Hout, dat afgedankte containers had als entree, meurende pisbakken en een staantribune met halverwege een kenmerkende knik. De ongeslagen status die die avond werd bejubeld, markeert een heel tijdperk. Een tijdperk waarin mythische krachten loskwamen op Europese avonden. Zeer waarschijnlijk in combinatie met een stevige portie onderschatting bij de tegenstander. Maar ook gevoed door de setting: waar in Europees verband zat het publiek nog zo bovenop de zijlijn?

soccerfanshop.nl

Toeval of niet, nauwelijks anderhalf jaar later sneuvelde de ongeslagen status al in het nieuwe stadion. De gemiddelde AZ-supporter die zijn ogen sluit en terugdenkt aan de Alkmaarderhout, denkt als eerste echter aan de heroïek van 5-5-5. Logisch. Want dat was dé wedstrijd, dat was hét seizoen. Een ploegje zonder Europese ervaring, in dienst van een provincieclub die jarenlang in verval zat. Het decor was een mini-stadion en het voetbal was dynamischer dan ooit. Zeer sexy voor media en daarom zeer goed beklijvend bij het grote publiek.
Alkmaarderhout1
Supporters, net zo onervaren in Europa, beleefden het seizoen als een soort roes. Welbeschouwd speelde vrijwel iedere ronde zich hetzelfde af. Er kwam een veel te sterk team uit de koker en AZ begon met een uitwedstrijd. Dikke stress onder de fans, want er moest een visum geregeld worden, de officiële Kras-reis was te duur, de baas gaf zo kort dag geen vrijaf en het was puzzelen voor een geschikte treinreis om de wedstrijd te halen. Er was, met terugwerkende kracht, één zekerheid: AZ klaarde het in eigen huis op. Of de tegenstander nu PAOK Saloniki, Shakhtar Donetsk of Villarreal heette. En meestal met een bizarre ontsnapping in de slotfase. In feite deed dit scenario zich met Sporting Clube de Portugal ook voor. Tot die onverteerbare goal in de 122e minuut.

Het drama in februari 2006 tegen Betis, na toch weer een geslaagde Europese campagne, sneeuwde in het collectieve geheugen een beetje onder. Ietsje minder ver in het toernooi, ietsje minder dramatisch scoreverloop, ietsje minder sprankelend voetbal en geen debutant meer. Wat achteraf gezien ook meespeelde was dat een jaar later een nieuw AZ-trauma bijgeschreven werd: de kampioenswedstrijd op Woudestein. ‘2006’ haalt het daarom niet bij ‘2005’ en ‘2007’.
Alkmaarderhout3
Zo lijken het vooral rampzalige momenten uit de meest recente geschiedenis te zijn die blijven hangen. Dat verbaast me, want De Hout was toch veel meer dan die laatste paar seizoenen in Europa? Het is het stadion waar AZ begin jaren tachtig de eeuwige top drie van de troon stootte. Waar in 1974 het onverslaanbaar geachte Ajax op 3-0 werd gezet. Waar in 1977 een hypermoderne lichtinstallatie in gebruik werd genomen die de hele stad deed gloeien van trots.

Om mijn persoonlijke herinneringen te staven, heb ik om me heen gevraagd waar de verstokte fans zelf als eerste aan dachten. En bij iedereen komt er een kneuterige sfeer omhoog.meerpisbakken
De containeringangen naar de staantribune midden in het bos. Wc’s die onder het mos zaten. De opstelling die je voor de wedstrijd altijd in een veel te klein administratiehokje onder de hoofdtribune kon halen (‘lekker dringen’). Het bedompte supportershome onder de Westzijde, met schuin aflopend plafond. De caravan met snacks. De lullige plek in de hoek (MO10) waar de harde kern naartoe moest verhuizen.

Die kneuterigheid vormde een absurd contrast met de rellerige atmosfeer die er zeer geregeld hing. Vooral in de jaren tachtig en negentig. Of het toen erger was dan de laatste jaren weet ik niet, maar het maakte in die jaren op een tiener in ieder geval indruk.
Alkmaarderhout2Het was de tijd dat niemand dacht aan draaipoortjes of elektronische toegangscontrole: je kon zo met vier seizoenkaarten in je broekzak even naar buiten lopen omdat je zogenaamd de lichten van je auto aan had laten staan. Zodat je weer drie supporters mee naar binnen kon smokkelen.

Het was de tijd dat een wietwalm ver voor de wedstrijd al over de staantribune wasemde. Van overweldigende vuurwerkmatten op de tribune. Van een massale knokpartij met naar binnen geglipte Ajacieden. Van streaker Theo Pantjes die met zijn scrotum in het prikdraad bleef hangen.

elvis6501
Na de wedstrijd was het vaste prik om de tegenpartij op te wachten bij de Chinees. En dan vlogen de blikjes Grolsch je om de oren als de Twente-bussen wegreden. Er waren tijdens de laatste thuiswedstrijd van het seizoen vaak pitch invasions. Dat was nog balorigheid te noemen, redelijk onschuldig.

Zo niet in het voor AZ grauwe jaar 1988. Scheidsrechter Van Mierlo floot in Alkmaar zijn laatste wedstrijd, omdat hij vlak na de wedstrijd door AZ-hooligans werd belaagd. En rond AZ – Feyenoord, die van ‘Beverwijk’, hing een bizarre, gelaten sfeer. Ook toen nog niemand wist wat er eerder die middag had plaatsgevonden. Er was, zo heb ik me laten vertellen, in het hele stadion één mobiele telefoon, van een Feyenoorder in het uitvak. Formaatje B100 met zo’n enorme antenne.

En of het nou de kneuterigheid was of de explosieve sfeer, iedereen weet wel een trauma’tje te noemen. In 1997 leek een late gelijkmaker van ADO Den Haag (Winston Faerber) in de titelstrijd het ergste wat ons kon overkomen. Dat veranderde drie jaar later, toen AZ de halve finale van de beker bereikte. NEC was de tegenstander en na de penaltyserie Bas Roorda de gevierde man. Het ‘Alles is voor Bassie’ vanuit het uitvak galmde nog jaren na.
Alkmaarderhout5Toen kwam het trauma van 5-5-5, na een feestseizoen. De ‘winst’ op Betis Sevilla. En de allerlaatste officiële wedstrijd in De Hout tegen FC Groningen. Ook weer typisch AZ. Een fantastische tweede plaats halen, maar het vergooien omdat de KNVB het fenomeen play-offs wilde uitproberen.

Op 12 mei 2006, iets minder dan elf jaar geleden, namen we nog voor een allerlaatste keer afscheid van het stadion, van Barry van Galen en van Michael Buskermolen. Op die vrijdagavond raakte het me niet. Het was gewoon weer een gezellige avond met een wat apart einde: fans wandelden het stadion uit met hun eigen stoeltje in de arm en bij het supportershome staken we per ongeluk de parasols in de fik, omdat Barry van Galen zijn fakkel niet onder controle had.

barry van galen
We maakten ons op dat moment meer druk om wie het volgende rondje bier zou halen, dan om het afscheid van het stadion dat we al het hele jaar zagen aankomen.
15meiafscheidhoutebay046
Dat seizoen had iedereen een luchtfoto van de Alkmaarderhout op zijn seizoenkaart afgedrukt. Een opvallende plaat. Confronterend is te zien dat iedere tribune, in je jeugdherinnering een enorme betonnen kolos met daar bovenop van die lichtgroene golfplaten, eigenlijk maar een smal en laag bouwwerkje is. Die je met wat fantasie alle vier het veld op kunt schuiven. Past makkelijk.

Omdat de tribunes, de hoofdtribune incluis, zo smal waren, zijn er in de laatste succesvolle jaren barakken bij gezet. Waar bijvoorbeeld de persconferentie plaatsvond en het sponsorhome in werd gehuisvest. En waar Louis van Gaal zijn kantoor hield. Een van de beste trainers ter wereld zat in een veredelde bouwkeet.
AlkmaarderhoutEn dat is misschien wel mijn meest accurate herinnering. Ik mocht hem, samen met een collega van het supportersblad, interviewen in een kantoor dat windkracht acht nog niet zou overleven. Terwijl hij een banaantje zat op te peuzelen, fileerde hij een groot deel van onze vragen. Om daarna weer de spelers te doceren: een Champions League-winnaar die over een gammel bruggetje moet balanceren om op het trainingsveld te komen. Gadegeslagen door hooguit twee supporters, waarvan minstens de helft geestelijk gehandicapt, vanuit een voormalig bushokje langs het veld, waarvan niemand weet door wie en wanneer die daar is geplaatst.

Voetbal International bestempelde die jaren als ‘een viersterrenmaaltijd in een snackbar.’

Misschien is dat ook wel de reden dat de laatste jaren van De Hout het beste beklijven. De nieuwbouwhausse van Nederlandse stadions eind jaren negentig maakte De Hout weer een stukje authentieker. Dat vinden ze in Sittard natuurlijk van De Baandert en in Deventer van De Adelaarshorst. Maar die hadden niet van die ranzige broodjes worst, een bushokje langs het trainingsveld of letters op het hek van de ingang. Oké, het camerahokje dat bovenop de hoofdtribune zat vastgeschroefd, daar kunnen ze in Deventer over meepraten.
entree hout
Voor mijn gevoel stierf de Alkmaarderhout al een beetje toen in 1999 de staantribune moest verdwijnen. Die stond voor mij symbool voor de soms spookachtige sfeer, de onderlinge kutgeintjes (altijd trok een onbekende wel je AZ-muts af) en het naar voren rennen bij een goal. AZ -MVV, de laatste wedstrijd voordat de stoeltjes erin werden geschroefd, zag ik als het einde van een tijdperk.
Venbroek
Het waren de jaren van Gerard van der Lem en Henk van Stee, de jaren dat Dirk Scheringa aan een dood paard leek te trekken en de spelers achter de vuilniswagen wenste. Gek genoeg voor mij en mijn leeftijdsgenoten de meest intense jaren, qua supportersbeleving, maar sportief moesten we het doen met voetballers als Jannes Wolters.
sloop-de-hout-101006-130256-114850 (2)Ik durf de stelling aan dat de Alkmaarderhout een heel stille dood was gestorven, als Co Adriaanse niet was gekomen. Dat het bij zeven zeer magere jaren onderin de middenmoot was gebleven, met een steriel zittende Molenaar-tribune.

Adriaanse zorgde met zijn successen ervoor dat kaaskijkers opeens de wave gingen inzetten. Dat we AZ langs Auxerre, Glasgow Rangers en Villarreal schreeuwden. En dat we in februari 2006 konden zingen: Niemand wint in Alkmaar! Ook de Spanjaarden niet.
Alkmaarderhout4
Tekst:
Sander van Lubeck (redacteur Staantribune)
Foto
’s: AZFanpage, Rolf Jager, Marco Magielse, Ed van der Pol, Jim van der Sluis,